BEDRUST BIJ ZIEKTE IS ZELDEN HEILZAAM EN SOMS SCHADELIJK

Eén van `s werelds meest voorgeschreven medische behandelingen heeft op zijn best een gering positief effect op het herstel van de patiënt, maar staat vaak genezing in de weg. Dat is de conclusie uit het onderzoek van drie artsen van de universiteit van Queensland in Australië (The Lancet, 9 okt). Zij maakten een analyse van 39 onderzoeken naar de effectiviteit van bedrust.

Twijfels over de voordelen van bedrust bestaan al lang, maar het voorschrijven ervan blijft een hardnekkige gewoonte. Tot de jaren dertig moesten patiënten na een hartinfarct twee maanden het bed houden. In 1938 werd echter vastgesteld dat in die twee maanden meer patiënten stierven aan longontstekingen en nierfalen dan aan problemen met het hart. Dit leidde in 1944 tot de aanbeveling de twee maanden terug te brengen tot twee weken. Een onderzoek uit 1950 toonde echter aan dat vier weken bedrust gebruikelijk was. Inmiddels is twaalf uur bedrust standaard. Ook bij andere kwalen blijkt bedrust een taaie gewoonte te zijn. Vorig jaar nog bleek dat in 80 procent van de neurologische afdelingen van Britse ziekenhuizen patiënten na een ruggenprik in bed worden gestopt, hoewel al in 1981 is aangetoond dat dit nutteloos is. Het is dan ook goed dat ook deze standaardbehandeling niet ontkomt aan een kritische evaluatie in het kader van evidence based medicine: bedrust moet zijn nut bewijzen.

De Australische onderzoekers hebben nut en nutteloosheid van bedrust in kaart gebracht. In twee grote medische databanken spoorden zij de 39 publicaties op waarin sprake is van gerandomiseerd onderzoek naar de effecten van slechts één variabele: bedrust. Bij 24 trials ging het om bedrust na een belastende medische behandeling, oftewel de zin daarvan voor patiënten die bijkomen van bijvoorbeeld een ruggenprik, hartcatheterisatie, een leverbiopsie of het zetten van een gebroken been. In de vijftien overige was de bedrust zelf de behandeling. In sommige trials zijn meer parameters tegelijk onderzocht.

Uit geen van de bestudeerde publicaties valt te concluderen dat (meer) bedrust tot een significante verbetering van de toestand van de patiënt leidt, terwijl de onderzoekers nogal wat parameters tegenkwamen waarbij sprake was van een significante verslechtering. Zij tonen zich dan ook verbaasd over het feit dat bedrust nog veel wordt voorgeschreven op momenten dat dit beter achterwege kan blijven. Tegelijkertijd geven zij toe dat artsen bij ernstig verzwakte patiënten vaak domweg geen keus hebben. (Huup Dassen)