Voskuil moet je niet in het Duits vertalen

Christoph Buchwald geeft bij Suhrkamp niet alleen veel Nederlandse auteurs uit, hij bewerkt hun boeken ook: `Blijkbaar ben ik de enige naar wie Mulisch wil luisteren'.

Op een steenworp afstand van het terrein van de Frankfurter Buchmesse, in de Lindenstrasse, staat het crèmekleurige gebouw van Suhrkamp Verlag. Bij de in 1950 opgerichte uitgeverij - dat ook het fonds Insel en het Jüdischer Verlag omvat - verschijnen behalve boeken van modern-klassieke auteurs als Rilke en Frisch, titels van contemporaine Duitse schrijvers (Handke en Walser) en vertalingen van onder anderen Vargas Llosa en Nooteboom. Daarnaast geeft Suhrkamp filosofie en geesteswetenschappen uit. Het volledige fonds omvat zo'n 9500 titels.

Een jaar geleden strikte eigenaar-uitgever Siegfried Unseld (74) Christoph Buchwald (47) om Suhrkamp de volgende eeuw binnen te loodsen. Buchwald werd in zijn jongensjaren in de literatuur ingewijd door zijn grootvader, die van 1906 tot 1913 redacteur van Insel Verlag was. ,,Hij vertelde me mooie verhalen over zijn wandelingen met Herman Hesse en Rilke en gaf me hun boeken te lezen'', herinnert hij zich. ,,Soms lag er in zo'n boek een kaartje met Herzliche Grüsse, ihr Rainer Maria Rilke. Literatuur bestond dus niet alleen uit papier, die boeken waren juist verhalen van levende mensen.''

Oorspronkelijk ambieerde Buchwald een carrière in de jazz. Na zijn studie kunstgeschiedenis en compositieleer werd hij bassist van een Berlijnse band. Al snel ontdekte hij dat zijn talenten elders lagen. ,,Onze drummer had een geweldig ritmegevoel. Hij confronteerde me met de grenzen van mijn kunnen'', weet hij nog. ,,Bovendien was het niveau van de jazzmuziek in de jaren zeventig heel hoog. Al snel dacht ik: Do what you can, but don't try this.''

Buchwalds loopbaan in de letteren begon bij een kleine Berlijnse uitgeverij. Bij de Carl Hanser Verlag in München, waar hij tercht kwam, werd hij redacteur vreemde talen. Zo kwam hij in contact met de Nederlandse literatuur. ,,Er werden in de jaren zeventig nogal wat Duitse schrijvers bij jullie in vertaling uitgebracht'', zegt hij. ,,Dat vond ik tamelijk eenzijdig. Het gevolg was dat ik ondermeer De aanslag van Harry Mulisch uitbracht.''

Tienduizend hardcover-exemplaren van de roman vonden hun weg naar het Duitse publiek. Buchwald werd in 1994 directeur bij de zieltogende uitgeverij Luchterhand, waar hij erin slaagde het fonds nieuw leven in te blazen.

Tegenwoordig leidt hij samen met Unseld het gerenommeerde uitgeefhuis Suhrkamp.

Buchwald wil meer aandacht voor de jonge Duitse vertelcultuur, de Angelsaksische literatuur en de Internet-generatie. Daarnaast is hij actief als literaire speurneus en ambassadeur van de Nederlandse letteren. Hij introduceerde niet alleen Mulisch, maar ook Margriet de Moor, Anna Enquist en F. Springer bij het Duitse lezerspubliek. Door zijn huwelijk met de Nederlandse directeur-uitgever Eva Cossee van Ambo/Anthos verblijft hij regelmatig in ons land. Aan de vooravond van de Frankfurter Buchmesse ontmoeten we elkaar in de sobere directiekamer van Suhrkamp, waar hij afwisselend in het Nederlands en het Duits antwoordt.

Merkt u in Duitsland iets van een afnemende belangstelling voor het moeilijke boek?

,,De lezer van literatuur verandert. Die tref je niet meer zoals vroeger bij de ontwikkelde burgerij aan, waar het verzamelde werk van Thomas Mann in de kast stond. Het is iemand geworden die zich voor ecologie, morele vragen of bepaalde technische ontwikkelingen interesseert. Die lezersgroep moet je op een heel andere manier zien te bereiken. De vormgeving van de boeken voor die mensen moet aansluiten bij een andere iconografie. Internet-gebruikers denken geraffineerd en nemen snel waar. Ze zijn geïnteresseerd in literatuur die met andere esthetische middelen werkt, zoals een flitsende montage. Ze lezen romans die onomwonden over nu gaan, kortom literatuur die weer een spiegel, commentaar en kritiek op deze tijd kan zijn.''

Hoe hoopt u dat publiek te veroveren? Ik las dat u bent binnengehaald omdat Suhrkamp `de nieuwe software-mentaliteit' zou hebben gemist.

,,Dat zijn vast de woorden van een poppy journalist, die dacht dat we alleen modern-klassieke schrijvers als Beckett, Benjamin en James Joyce uitbrengen. Inmiddels zijn we hier al begonnen met een eigen website en daar gaan we nog veel meer tijd en geld in investeren. Ik geloof overigens niet dat Internet het gebonden papieren boek ooit zal vervangen, maar of Suhrkamp het straks nog drukt? Wellicht worden uitgevers in de toekomst puur handelaren in rechten die hun informatie via Internet leveren en gaan de boekhandels `printing-on-demand' verzorgen.

Amerikaanse fictie is slecht vertegenwoordid bij Suhrkamp. Hoe komt dat?,,Dat heeft met onze traditie te maken. Peter Suhrkamp vond toen hij zich na de oorlog van Fischer Verlag losmaakte, dat die zich maar op de Amerikaanse literatuur moesten richten. Hij behoorde, evenals mijn voorganger Siegfried Unseld, tot de generatie die op school nooit Engels had geleerd. Ze voelden zich dus op het terrein van de Angelsaksische letteren nogal onzeker. Steinbeck en Hemingway verschenen bijvoorbeeld eerder bij Rowohlt. Het schijnt zelfs zo te zijn geweest dat Peter Suhrkamp ooit het manuscript van ene meneer Salinger kreeg aangeboden - A Catcher in the Rye - en besloot het toch maar niet uit te geven. Ik ga me voorzichtig met de Amerikaanse literatuur bij Suhrkamp bezighouden. Een zwaartepunt bij Suhrkamp blijft de Duitstalige literatuur. De jonge Duitse vertellers zijn hier gelukkig wel goed vertegenwoordigd met talenten als Goetz, Neumeister, Treichel, Weber, Meineke en Kehlmann. We hebben grote namen als Rilke, Frisch en Beckett die 60 procent van onze titels uitmaken. Zodoende kunnen we nieuwe literatuur blijven brengen. Dat zijn dan hopelijk de gecanoniseerde schrijvers van morgen.''

U geldt als een kenner van de Nederlandse literatuur. Hoe bepaalt u of een roman van bijvoorbeeld J.J. Voskuil de moeite waard is om in een Duitse vertaling te brengen?

,,Dat is een lastige kwestie. Ik kan wel zeggen wanneer een bepaald boek het niet in het Nederlands zal doen. Een roman over het Berlijn van de jaren twintig en dertig zal bij jullie minder aanspreken, tenzij het in de geest van Berlin Alexanderplatz is geschreven. Maar neem nu het voorbeeld van het werk van J.J. Voskuil. Mijn schoonmoeder verslindt zijn boeken. Ik betwijfel of zijn toespelingen op de Nederlandse kantoormentaliteit in Duitsland wel overkomen. Natuurlijk kennen wij ook kamerplanten, het beroemde `kopje koffie', allerlei bureaucratische voorschriften en de geur van zweet en linoleum, maar ik weet niet of je zulke literatuur moet vertalen. Die hebben we zelf namelijk ook.''

Het is bekend dat u vertaalde manuscripten soms bewerkt. Hoever gaan uw bemoeienissen? Heeft u bijvoorbeeld ooit wijzigingen voorgesteld in het werk van Harry Mulisch?

,,Van de Bezige Bij vernam ik ooit dat hij niet meer dan een komma wenste te veranderen nadat hij zijn manuscript had ingeleverd. Vreemd genoeg heb ik daar nooit moeilijkheden met hem over gehad. `Duitsers zijn filosofen en lezen heel precies, dus zeg maar wat je ervan vindt,' zei hij tegen me. Na onderling overleg zijn er kleine veranderingen in de tekst van De ontdekking van de hemel aangebracht, bijvoorbeeld een kleine toelichtende zin op een beeld dat me overbodig voorkwam is geschrapt. Het verraste me dat ik blijkbaar de enige was naar wie hij wilde luisteren. Misschien komt dat door mijn houding. Ik hoef niet gelijk te krijgen, maar omdat ik vrij snel een ideaalbeeld van een boek heb, kost het me weinig moeite om auteurs als Mulisch of Kundera te enthousiasmeren voor bepaalde veranderingen.''

Duitse lezers hebben een ander referentiekader dan Nederlanders. Houdt u daar rekening mee bij de lancering van schrijfsters als Enquist en Margriet de Moor?

,,Het geheim in de gelijknamige roman van Anna Enquist was voor mij eigenlijk een neventhema. Ik interpreteerde het boek als het verhaal over iemand, die anderen niet vertrouwt omdat hij vreest anders teleurgesteld te worden en dus een muur van noten en muziek om zich heen bouwt. Een roman over zelfbedrog dus. In de Duitse editie is daar sterk het accent op gelegd en minder op het feit dat de joodse pianoleraar eigenlijk de vader van de hoofdpersoon is. Een ander voorbeeld. De Nederlandse kritiek las Eerst grijs dan wit dan blauw als een boek met een vrouwelijk, emancipatoir standpunt, maar ik vond het vooral een roman over de zelfbeelden van vrouwen en mannen. Margriet de Moor schrijft geraffineerde, veelgelaagde verhalen en geen levensadviezen. Dat accent komt naar mijn smaak in de Duitse presentatie van het boek beter tot zijn recht.''

U bent getrouwd met een Nederlandse uitgeefdirecteur en komt regelmatig in Amsterdam. Welke verschillen zijn u opgevallen tussen onze literaire uitgeverijen en de Duitse ?

,,In Duitsland zijn de uitgeverijen verspreid over het hele land. Omdat ze bij jullie vrijwel allemaal in Amsterdam zijn gevestigd, wordt er veel gekletst en geroddeld. De onderlinge concurrentie is heftig. Auteurs worden bij elkaar weggekaapt. Natuurlijk, ook in Duitsland zie je dat verschijnsel, maar op een andere manier. Wat ik ook opvallend vind, is het verschil in esthetiek. Jullie boekomslagen zijn soms zo pragmatisch, die zouden in Duitsland de literaire lezer niet bereiken. Zoals Querido het werk van Adri van der Heijden als pocket brengt, met van die grote letters, dat zouden we ons als Suhrkamp niet kunnen veroorloven. De boekhandelaren zouden denken dat ze met een heel commerciële auteur te maken hadden in plaats van met een van de interessantste vertegenwoordigers van de tussengeneratie die de kosmos van het naoorlogse Nederland beschrijft.''

Er wordt steeds meer geklaagd over de toenemende veramerikanisering van de literaire uitgeverij. Zijn al die hoge voorschotten niet juist prettig voor een schrijver?

,,Ik hoop niet dat het verkeerd afloopt. Zo is er voor de pocketrechten van Marcel Mörings In Babylon een gigantisch voorschot door Rowohlt betaald. Daar nu uit af te leiden dat men voor belangrijke Nederlandse auteurs veel geld kan vangen houd ik voor een verkeerde politiek. Een uitgever moet zich niet afvragen waar hij de hoogste voorschotten kan krijgen, maar wie hem kan garanderen dat het boek in kwestie gewetensvol wordt vertaald, of de uitgever straks met de auteur verder gaat en of hij redacteuren met verstand van literatuur in huis heeft. Onderling vertrouwen en aandacht voor de individuele schrijver zijn belangrijker dan de jacht op hypes. Dat is natuurlijk een idealistisch standpunt, want de marketing-managers denken daar heel anders over. In Duitsland heb je uitgevers die roepen `Ik ben de grootste en ik moet deze schrijver beslist hebben, ook al heb ik zijn boek niet gelezen.' Dat zijn de zogenaamde players. Die zwaaien met hun cheques. Dat is een slecht beleid. Vroeg of laat krijg je de rekening gepresenteerd, want na drie, vier of vijf jaar komen de accountants en die zeggen `Dat boek heeft helaas te weinig opgeleverd'.''

De audiovisuele media, met hier in Duitsland `Das Literarische Quartett' voorop, hebben toch ook sterk bijgedragen aan hypes. Leidt die hysterische aandacht voor bepaalde boeken niet tot een versmalling van het literaire aanbod?

,,Volgens de Duitse boekhandelaren taant de invloed van Reich-Ranicki. Das Literarische Quartett heeft veel voor onze literatuur betekend, maar ook veel boeken kapot gemaakt. Sommige schrijvers hebben van dat programma geprofiteerd, anderen niet. Het lezerspubliek blijft gelukkig constant, ondanks de concurrentie van Internet en de televisie. Wel merken we dat er meer exemplaren per titel worden verkocht, maar het gaat niet meer zo in de breedte. Dat vind ik een probleem. Het wordt steeds lastiger om voor een jonge of `moeilijke' auteur een lezerspubliek op te bouwen. We verkopen van Isabel Allende veel meer dan vroeger, maar onze heerlijke dichtbundels en prachtessays lopen steeds minder goed. Eigenlijk verschijnen er te veel titels. Lezers en boekhandelaren verliezen het overzicht door al die nieuwe hardcover- en pocketreeksen, het is echt een verdringingsmarkt geworden! Maar voor Suhrkamp bestaat er onder die omstandigheden slechts één richting: een overzichtelijk programma en hoogste kwaliteit. We zullen ons nog meer moeite moeten doen om een mooie catalogus, fraaie boekomslagen en uitstekende flapteksten te maken. Maar bovenal moeten we bij elk nieuw boek opnieuw eerlijk de vraag beantwoorden: Waarom zou men dat moeten lezen?''

`Het raffinement van Margriet de Moor komt in de Duitse bewerking beter tot zijn recht'

`Wellicht worden uitgevers in de toekomst puur handelaren in rechten'