Voortzetting zaak Goudstikker

Volgende week begint in Den Haag de rechtszaak die de erfgenamen van de kunsthandelaar Goudstikker tegen de Nederlandse staat hebben aangespannen. De erven Goudstikker eisen ruim 200 schilderijen terug.

Ze heeft zich er opnieuw op moeten voorbereiden, nadat de zaak in april werd uitgesteld wegens ziekte van een rechter. Maar maandag is het zover, dan dient in Den Haag de zaak die Marei von Saher en haar dochters, erfgenamen van de Amsterdamse kunsthandelaar Jacques Goudstikker (1897-1940), ruim anderhalf jaar geleden begonnen tegen de Nederlandse staat. Inzet: ruim 200 schilderijen, waaronder werken van Rubens, Steen, Van Ruysdael en Cranach, met een waarde van tientallen, zo niet honderden miljoenen guldens.

,,De laatste twee weken ben ik er veel mee bezig geweest'', zegt Von Saher via de telefoon vanuit haar woonplaats Greenwich, in de Amerikaanse staat Connecticut. Ze is er van overtuigd een sterke zaak te hebben. ,,Anders zou het zonde zijn van mijn tijd, de tijd van mijn advocaten en van mijn geld. Onze advocaten hebben nieuwe bewijzen gevonden. Wat precies weet ik nog niet. Zondag kom ik aan in Nederland en dan zal ik onze advocaten ontmoeten.''

Nieuwe bewijzen zullen de erven Goudstikker vermoedelijk nodig hebben, want de stelligheid waarmee de toenmalige staatssecretaris Nuis van Cultuur hun claim in 1998 afwees, wijst erop dat de staat ook sterk denkt te staan. De zaak zal in de Nederlandse museumwereld met veel belangstelling gevolgd worden: de topstukken uit de collectie hangen in Nederlands grootste musea, waaronder het Rijksmuseum in Amsterdam.

Het gaat om een bijzondere collectie, van een bijzondere verzamelaar. Jacques Goudstikker had smaak en visie; hij was in de jaren '30 een van Europa's meest vooraanstaande kunsthandelaren. Dat wist ook de nazi Hermann Göring, die het belangrijkste deel van de collectie kocht, nadat Goudstikker in 1940 verongelukte tijdens een vlucht naar Engeland.

Zijn weduwe probeerde de schilderijen die na de oorlog aan de staat toevielen, terug te krijgen, maar staakte haar pogingen daartoe in 1952, moegestreden en stukgeprocedeerd, zeggen de advocaten van Von Saher. Zij is niet bang dat haar hetzelfde overkomt als haar schoonmoeder, mocht het, wat heel goed mogelijk is, een lange zaak worden ,,We hebben twee jaar gevochten, ik kan het nog wel een tijdje volhouden. En anders doen mijn dochters dat wel.''

Ze heeft geen contact meer gehad met de Nederlandse regering, of metvertegenwoordigers daarvan. Maar Von Saher zegt wel nog steeds te hopen op een compromis. ,,Als we winnen, dan zullen we om tafel gaan zitten en proberen een oplossing te vinden. Ik voel nog steeds voor het idee van een `Goudstikker-museum' of een `Goudstikker-vleugel' bij een museum.''