Verhoudingen Albanië op scherp

Twee partijcongressen hebben de verhoudingen in de Albanese politiek weer op scherp gezet. De twee oude aartsrivalen Nano en Berisha staan weer lijnrecht tegenover elkaar.

De twee grote partijen in de Albanese politiek, de regerende socialistische partij en de oppositionele Democratische Partij, hebben elk voor zich een kans laten lopen: beide partijen hadden nieuwe, jonge partijleiders kunnen kiezen en daarmee de angel uit de Albanese politiek kunnen halen. Als de Democraten op 30 september op hun partijcongres de 36-jarige Genç Pollo tot partijchef hadden gekozen in plaats van ex-president Sali Berisha, en als de socialisten op hún congres deze week de 32-jarige premier Pandeli Majko hadden herkozen in plaats van ex-premier Fatos Nano, had de Albanese politiek na jaren van bittere vijandschap, geweld, instabiliteit, anarchie en chaos eindelijk in rustiger vaarwater kunnen komen. Maar beide partijen bleven in gebreke.

Genç Pollo, vice-voorzitter van de Democratische partij, wilde als partijchef aantreden met een programma van partijvernieuwing, en dan vooral met een herstel van de vrije discussie die jarenlang door Berisha met harde hand en soms dubieuze middelen is onderdrukt. Hij wilde ook weer deelnemen aan het parlementaire werk na de langdurige boycot van het parlement door de Democraten. Maar Pollo's rebellie tegen het gezag van Berisha mislukte: hij trok zich op het laatste moment terug, verwijzend naar moorddreigingen aan het adres van hemzelf en zijn familie en ,,de manipulaties'' van Berisha's aanhang. Hij legde uit protest zijn vice-partijvoorzitterschap neer.

Twee weken later mislukte ook de generatiewisseling bij de regerende socialisten. Zondag werd oud-premier Fatos Nano tot partijvoorzitter gekozen. Hij kreeg 291 stemmen en bleef daarmee de jonge premier Pandeli Majko net voor: die kreeg 261 stemmen. Nano vond dat Majko nu moet aftreden als premier, maar die wil daar vooralsnog niet van weten. Hij voelde zich weliswaar ,,gekwetst in zijn persoonlijke en morele legitimiteit'', maar blijft aan. Majko en Nano liggen elkaar niet sinds Majko eind vorig jaar pogingen ondernam de betrekkingen met Berisha's Democratische Partij te verbeteren. Nano ziet de jonge premier sindsdien als ,,een quisling'', al komt dat woord niet van hemzelf maar van een medewerker.

Zo staan na een jaar van relatieve rust de twee kemphanen van de Albanese politiek weer tegenover elkaar aan de leiding van hun beider partijen. Nano en Berisha hebben het al met elkaar aan de stok sinds Albanië het socialisme afschafte en het tijdperk van de democratie betrad. De twee kunnen elkaars bloed wel drinken. In 1993 liet Berisha, toen president, Nano in een dubieus proces tot twaalf jaar gevangenisstraf veroordelen wegens corruptie. Nano bleef gevangen tot maart 1997, toen Albanië een prooi werd van chaos en anarchie. Hij won prompt de verkiezingen en werd premier. Berisha verdween naar de oppositie – woedend, onverzoenlijk en verbitterd. Toen in september vorig jaar een medestander van Berisha op straat werd vermoord ondernam de ex-president een couppoging. Die mislukte weliswaar, maar kostte Nano wel zijn reputatie: de premier was dagenlang zoek. Exit Nano. Hij maakte plaats voor de jonge Pandeli Majko.

Nu Nano de socialisten weer leidt, en Berisha bij de Democraten Pollo's rebellie heeft bedwongen, is Albanië terug bij af: weer dreigt de politiek te worden gedomineerd door twee scherpslijpers die in het verleden het lot van hun land ondergeschikt hebben gemaakt aan hun eigen wederzijdse vijandschap. Met Majko en Pollo zouden de twee dominerende partijen leiders met schone handen hebben gehad, leiders die een verzoening hadden kunnen inleiden.

Albanië blijft een land waar de politieke klasse geen verantwoordelijkheid voor de staat of de burgers voelt en maar bitter weinig scrupules heeft. Macht is er privé-eigendom, niet een goed dat door kiezers wordt gegeven en genomen. En met alle middelen wordt naar die macht gestreefd en met alle middelen wordt ze verdedigd: na elke machtswisseling komt het tot zuiveringen onder de aanhang van voorgangers en tot de vorming van netwerken van vriendjes: een kluwen van criminaliteit, corruptie en cliëntelisme. Dat cliëntelisme heeft Nano in staat gesteld zich weer aan het hoofd van zijn partij te nestelen, net zoals het Berisha in staat stelde zich aan het hoofd van de zijne te handhaven. En zolang er niet een nieuwe generatie van politici aan de macht komt, zal dat niet veranderen. Die nieuwe generatie moet, zo is de afgelopen twee weken gebleken, nog even wachten.