`Tsjetsjeens' trauma kwelt Boedjonnovsk

Vijand nummer één voor de Russen is de Tsjetsjeense krijgsheer Sjamil Basajev, die in 1995 de Russische stad Boedjonnovsk overviel. Boedjonnovsk zucht vier jaar na dato nog onder een collectief trauma.

Er was vuurwerk beloofd. Op prikborden hangen nog de affiches: ,,Boedjonnovsk 200 jaar''. Het tweede eeuwfeest van dit Zuid-Russische stadje, niet ver van Kaukasus, zou groots worden gevierd, met een wilde kermis en optredens van populaire bandjes uit Moskou.

Maar het feest op 25 september werd afgelast. Kort tevoren had de Russische luchtmacht de bombardementscampagne tegen het nabijgelegen Tsjetsjenië gelanceerd, onder meer met gevechtshelikopters van het type Krokodil, die hun thuisbasis in Boedjonnovsk hebben. Moskou had de jacht op ,,de internationale terrorist Sjamil Basajev'' geopend.

Krijgsheer Basajev bood de Russen het ideale excuus om zich te wreken voor hun nederlaag van 1996, toen Tsjetsjenië zich de facto onafhankelijk wist te maken. Er zijn nog oude rekeningen met hem te vereffenen uit de vorige oorlog toen hij van de bergen afdaalde om dood en verderf te zaaien in het kamp van de Slavische vijand. Het Kremlin laat dan ook geen gelegenheid onbenut om hem te demoniseren: hij zou het brein zijn achter vier recente bomaanslagen op woonflats in Rusland.

,,Het gerucht ging dat Basajev had gedreigd met een nieuwe overval op Boedjonnovsk'', zegt Svetlana Trivonova, dienstdoend chefarts in het Regionale Ziekenhuis Nummer 2. De stad schoot in een stuip en in plaats van kermisattracties kwamen er pantservoertuigen van het leger. Ze bewaken nu de toegangspoort tot haar ziekenhuis. Er heerst een No Pasaran-stemming. ,,We laten ons niet nog eens verrassen'', zegt Svetlana.

Nergens in Rusland kennen ze de 34-jarige Basajev zo goed als in Boedjonnovsk. Het landerige stadje van 100.000 inwoners tussen de glooiende hop- en tarwevelden is diep getraumatiseerd sinds deze voormalige computerhandelaar in juni 1995 met honderd medestrijders een spectaculaire bezettingsactie uitvoerde. In twee Kamaz-vrachtwagens was de gangsterbende Boedjonnovsk binnengereden. Onder het uitroepen van `Allah is groot' namen ze het politiekantoor in (waarbij ze vijf agenten doodden) en vervolgens het stadhuis (waar even de Tsjetsjeense vlag wapperde). Daarna verschansten ze zich met zo'n duizend gijzelaars in het ziekenhuis, vijf snikhete dagen lang.

,,We zijn er nooit meer bovenop gekomen'', zegt Trivonova, spelend met de stethoscoop om haar nek. Haar man Viktor was een van de gijzelaars, hij raakte gewond toen de Russische elite-eenheid Alfa het hospitaal probeerde te bestormen. Van het daaropvolgende bloedbad bestaat een video die je nog steeds op de plaatselijke markt kunt kopen. Op de band is te zien hoe Basajev en de zijnen zwangere vrouwen van de kraamkliniek voor de glasloze ramen posteren, en over hun schouders hun machinegeweren legen.

Op die dag had Trivonova geen dienst, maar ze kon meteen aan de slag als anesthesist voor de gewonde militairen. Vijf commando's van de Alfa-troepen stierven bij de mislukte bevrijdingspoging. Voor hen is een monument opgericht in de tuin van het herbouwde en gemoderniseerde ziekenhuis. ,,Gedood door de hand van de terrorist Basajev in de junidagen van 1995'', staat er in marmer gegraveerd. Ter nagedachtenis van alle 114 gesneuvelde bewoners van Boedjonnovsk is er bij het mortuarium een kapel met een uientorentje verrezen.

Op de afdeling eerste hulp klinkt Beethovens negende: Alle Menschen werden Brüder. Maar in de wachtkamer is iedereen het erover eens: Sjamil Basajev had niet levend mogen ontkomen. Hij en zijn volgelingen hadden een vrijgeleide bedongen in vier bussen vol gijzelaars. Bij terugkeer op Tsjetsjeens grondgebied werd hij als een volksheld onthaald. Vrouwen kusten zijn handen en brachten hem schalen met vlees, voor Trivonova de schokkendste scène van de video.

Geen wonder dat Boedjonnovsk de huidige strafexpeditie van het Russische leger van harte steunt. De dronken jongeren in café Europa vinden het de hoogste tijd om alle Tsjetsjenen uit Rusland te verdrijven. Van de zeshonderd die in 1995 in hun midden woonden zijn er nog enkele tientallen over. Een van hen is de zakenman Said, die in een Lada met geblindeerde ruiten rijdt. Zijn broer heeft een meubelzaak naast café Europa. Meteen na de massagijzeling was de hele Tsjetsjeense gemeenschap ondervraagd. ,,Daarna zijn we met rust gelaten'', zegt Said. ,,Het is alleen ondenkbaar dat een Tsjetsjeen in Boedjonnovsk vast werk krijgt.'' Hij leeft van de handel, in alles wat niet verboden is, en heeft zich aangepast, onzichtbaar gemaakt. Hij gaat gekleed in een modern colbertje en draagt geen baard, om niet verward te worden met de moslimstrijders. Achter zijn rug schelden de jongeren van café Europa hem uit voor ,,Tsjech'', de denigrerend bedoelde bijnaam voor Tsjetsjeen. ,,Hij woont in een huis van drie verdiepingen'', zeggen ze. ,,Hoe komt hij aan dat geld?''

Dokter Trivonova denkt dat het nooit meer goed komt tussen de Russen en Tsjetsjenen van Boedjonnovsk. Daarvoor is het collectieve trauma te groot. Zelf is ze haar man kwijtgeraakt, dat wil zeggen: ze is vorig jaar van hem gescheiden. ,,Viktor heeft vreselijke dingen meegemaakt tijdens het gijzeldrama. Hij was geraakt door een kogel in zijn rechterbeen en door scherven van een granaat. Uren heeft hij bloedend op de grond gelegen, en telkens als hij kermde van de pijn, beten de Tsjetsjenen hem toe: hou je kop.''

Toen alles achter de rug was herkende Svetlana hem amper nog. Viktor kwam een paar maanden op staatskosten in een sanatorium tot rust, maar bleef kil en gevoelloos. Onbenaderbaar. Hij trok zich terug in zijn garage en bemoeide zich niet meer met de opvoeding van zijn zoon en dochter. ,,Ik kon er niet meer tegen'', zegt Svetlana met neergeslagen ogen. ,,Hij dacht alleen nog aan zichzelf.''

De chefarts heeft zo haar eigen idee over het tweehonderd jarig bestaan van Boedjonnovsk: ,,Het stadje is gesticht in 1799, maar wij denken in andere termen. Er is de tijd vóór de komst van Basajev, en de tijd ernà. Achteraf bezien was 1995 zoiets als het jaar nul. Voor een uitbundig stadsfeest is het in ieder geval nog te vroeg.''