`Schuldig zonder er iets voor te doen'

Vaak is het werk van de Zwitserse auteur Thomas Hürlimann (1950) autobiografisch, maar onopvallend, haast in het geniep. `Ik logeerde in een hotel en kreeg zo'n chipkaart. Daarmee opende ik de deur van de verkeerde kamer. Ik kleedde me uit, kroop in bed en hoorde iemand ademhalen. Naast mij lag een vrouw. Dat is het begin van een komedie die ik werkelijk heb geschreven.'

In de boeken van Thomas Hürlimann gaat er bijna altijd iemand dood die niet dood had mogen gaan. Omdat hij te jong was en te vol van leven. Niets is na dat sterven meer wat het was.

Thomas Hürlimann rouwde al in Die Tessinerin, zijn debuut uit 1981. Hij rouwde ook, tien jaar later, in Das Gartenhaus. En in zijn nieuwe boek Der grosse Kater rouwt hij nog steeds. De hoofdpersonen van zowel Das Gartenhaus als Der grosse Kater zijn echtelieden die hun verdriet niet met elkaar kunnen delen. De man in Das Gartenhaus wil bij het graf van zijn zoon een simpele rozenstruik, de vrouw eist een pompeuze gedenksteen. De vrouw wint en vanaf dat moment begint een stille oorlog waarbij de man, eens officier in het Zwitserse leger, al zijn strategische kennis mobiliseert. Heimelijk voedert hij een zwerfkat en als een veldheer legt hij op speciale plekken vleesvoorraden aan: onder de grafsteen, in de slaapzaal van de vertrokken dochters en in het tuinhuis van de dode zoon.

De man en de vrouw in Der grosse Kater hebben een zoon die nog leeft. Dat zal niet lang meer duren; de jongen ligt op sterven. En precies dat sterven wordt het mikpunt van een intrige. De man is de Zwitserse bondspresident en verwacht hoog staatsbezoek. Samen met zijn echtgenote moet hij het Spaanse koningspaar ontvangen – maar het hoofd van de veiligheidspolitie, de beste vriend van de president èn diens aartsrivaal, brengt een fatale wijziging aan in het protocol. Geen weverij gaan de koningin en de presidentsvrouw bekijken maar een kinderziekenhuis in Bern. Het kinderziekenhuis met daarin de stervende zoon. Alsof de vader zijn kind aan zijn imago wil opofferen! Dat zal de vrouw haar man betaald zetten! Hier is het een derde die de vervreemding doet omslaan in haat, maar het kernprobleem van de paren blijft hetzelfde: het eenzame verzet tegen lijden en sterven.

Hürlimann, geboren in 1950 in het Zwitserse kanton Zug, wordt bij al dat leed nooit pathetisch. Voor Das Gartenhaus koos hij de koele vorm van de novelle. Voor Der grosse Kater koos hij strakke vorm van de klassieke tragedie, met daaromheen het huis van een roman. Psychologische fijngevoeligheid en formele strengheid gaan bij Hürlimann samen – hoewel de auteur van Der grosse Kater zich hier en daar te buiten gaat aan rommelige satire. Dan haalt hij uit naar pers en parlement en hun goede relaties met de wapenindustrie en het leger – maar tot een analyse van de macht komt hij niet. Overtuigender dan de obligate en door de kritiek toegejuichte Zwitserland-kritiek à la Frisch en Dürrenmatt is de in de figuur van de president verenigde tegenstelling van machtsuitoefening en machteloosheid, van een privé-leven dat huilt en een openbaarheid die moet stralen.

Ook Thomas Hürlimann ziet er in het openbaar stralend uit. Zijn pak glanst al net zo verzorgd als zijn getrimde baardje. Dat hij er vanbinnen anders uitziet verraadt alleen zijn gespannen gezicht. Hij is te gast in Antwerpen, op een boekenbeurs ter gelegenheid van de Nederlandse vertaling van Der grosse Kater, en terwijl fotografen hem omzwermen zit hij verloren in een te grote stoel. Een man, klein van postuur, gevangen in het schemerdonker van een hotelsuite. Hier kun je wel over doodgaan praten.

`Mijn broer', zegt Thomas Hürlimann, `was zestien toen hij kanker kreeg. Dat heeft mijn kijk op de wereld volkomen veranderd. We zaten bijvoorbeeld in een restaurant. Door zijn ziekte had hij geen honger. Hij bestelde niets en zonder pardon werden wij het restaurant uitgegooid.' Die broer, hij stierf in 1980, was tien jaar jonger dan Thomas. `We hebben nooit samen in het ouderlijk huis gewoond en juist daarom was er een diepe vriendschap tussen ons mogelijk. We waren zielsverwanten. Maar anders dan ik was hij groot, blond en gespierd.' De oudere broer van een stervende jongen treedt soms ook even op in De grote kater. Onopvallend, haast in het geniep – al is die oudere broer niemand minder dan de verteller.

`Drie keer slechts maakt hij zijn aanwezigheid kenbaar, en dat steeds tussen haakjes. Maar dat is voldoende om de lezer te zeggen: ``Het verhaal dat ik jullie vertel is waar gebeurd.'' Ik wàs toen mijn broertje op sterven lag af en toe in dat kinderziekenhuis in Bern.'

Waarom schreef hij zijn toch zo autobiografische roman niet in de ik-vorm? `Dat klassieke bouwplan, dat toneelstuk-in-drie-bedrijven, laat de ik-vorm niet toe. Behalve dan tussen haakjes.'

Vergeleken met de eenvoud van Das Gartenhaus, in vertaling verschenen onder de titel Het tuinhuis, is De grote Kater een overgeconstrueerd boek. `Natuurlijk!', lacht Thomas Hürlimann. `Een toneelstuk is altijd geconstrueerder dan andere prozavormen. En dit boek móest iets van een toneelstuk hebben. Van een treurspel èn van een operette. Want de politiek speelt zich af in het Land des Lächelns. Net als een operettefiguur loopt de president steeds rond in een smoking, vanwege dat staatsbezoek. Ook aan het bed van zijn stervende zoon draagt hij die feestkledij en dat is een tragikomisch detail.'

De president in Hürlimanns roman raakt bekneld in onmogelijke situaties. Dat overkomt de auteur ook nogal eens. `Het gaat niet alleen om het plezier in het vertellen, maar ook om het plezier in de catastrofe. Die moet je zelf ervaren. Eén klein misverstand en een hele dag kan verschrikkelijk worden.' Zijn ogen glijden door de suite wanneer hij vertelt: `Ik logeerde eens in een hotel en kreeg voor het eerst van mijn leven zo'n chipkaart. Daarmee opende ik zonder er erg in te hebben de deur van de verkeerde kamer. Ik kleedde me uit, kroop in bed en toen hoorde ik iemand ademhalen. Ik deed het licht weer aan en naast mij lag een vrouw. Dat is het begin van een komedie die ik werkelijk heb geschreven.'

Mensen, wil Hürlimann zeggen, zijn maar voor een heel klein deel schuldig aan de dingen die misgaan. `Robert Musil schreef: Die Menschen tun das was geschieht. Dat geloof ik ook. We worden schuldig zonder er iets voor te doen, we gehoorzamen aan wetten die we niet kunnen zien.' Die fatalistische visie relativeert Hürlimann enigszins wanneer zijn vader ter sprake komt. Hans Hürlimann, drie jaar geleden gestorven, was tussen 1974 en 1982 minister van Binnenlandse Zaken en bondspresident. Van Zwitserland uiteraard. `Een conventioneel politicus, in het begin. Maar later werd hij steeds beter, toen ging hij de politiek doorzien. Zo kreeg hij in de gaten dat alle partijen schermen met het woordje toekomst. ``Voor een betere toekomst'': dat soort leuzen. Een betere wereld ligt volgens de politici altijd in de toekomst. Wat ìs en wat wàs wordt verdonkeremaand. Maar door de ziekte van zijn zoon wordt de man in de roman gedwongen om over te schakelen van de toekomst naar het verleden, zìjn verleden. Dat verlost hem van holle frasen.'

Door heel Zwitserland wordt deze man De grote Kater genoemd. `Een kater kan heel lief zijn. Maar van de ene seconde op de andere verandert hij in een roofdier. Zo ook de politicus. Die is erop aangewezen dat hij een sympathieke indruk maakt, maar hij kan geen carrière maken zonder uit te halen met zijn katerklauwen.' Sinds Thomas Hürlimann tien jaar geleden een zwerfkat uit de klauwen van een moordzuchtige huisbaas redde, is de kat niet meer weg te denken uit zijn werk. `Katten komen van een andere planeet. Van de planeet van de melancholie.' Wie een verhaal schrijft verkeert per definitie in een melancholieke positie. `Er was eens: dat is het klassieke begin. Er was eens: het is voorbij, verleden tijd, iemand kijkt terug. Ik ben iemand die in de trein liever achteruitrijdt. Dat wat komt, daar kijk ik niet zo naar uit, maar een wegvliedende stad vind ik mooi.'

In de dubbele betekenis van het woord schrijft Hürlimann tegen de tijd. Tegen de vergankelijkheid èn tegen de Zeitgeist, de modes. `Zodra ik over mijn eigen verleden schrijf, schrijf ik tegen de Zeitgeist. Ik val dan uit mijn tijd, zo eenvoudig is dat.' Een deel van zijn verleden bracht hij door in een kloosterschool. `Daar', herinnert hij zich, `heb ik een atheïstenclubje opgericht. Maar ik wist niet zeker of ik in het atheïsme geloofde. Een jaar geleden had ik een auto-ongeluk. Ik dacht: nu is het afgelopen met mij. En was toen heel verbaasd dat ik totaal geen religieuze opwellingen had. Ik zat in een wei, ik bloedde, ik vond de hemel wonderschoon en het gras rook verrukkelijk en ik dacht wat ik nog nooit had gedacht: ``Wat is het leven geweldig.'' Op dat moment heb ik met al mijn vezels geloofd. Niet in God maar in het leven. Of is de lieve God soms het leven?'

`De grote Kater', vertaald door Gerda Meijerink, verscheen bij De Geus, ƒ39,90. Bij De Geus zijn ook van Thomas Hürlimann verkrijgbaar: `Het tuinhuis', alsmede de verhalenbundel `De Satellietstad'. Duitstalige uitgaven bij Ammann, Zürich, en als pockets bij Fischer Verlag