President Clinton is politiek afgebrand

Zijn we terug in 1920 toen de Amerikaanse Senaat zich tegen de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties, keerde? Een van de aanvoerders van het verzet, senator Henry Cabot Lodge (Republikein), verklaarde toen dat de verzekering van de politieke onafhankelijkheid en territoriale integriteit van alle leden van de bond een belofte was vol gevaren. Hij kreeg voldoende medestanders om president Wilson de noodzakelijke tweederde meerderheid te onthouden. Amerika trok zich op zichzelf terug en zou pas weer na de Japanse verrassingsaanval op Pearl Harbor als grote mogendheid op het wereldtoneel verschijnen. Heeft de verwerping van het uitgebreide kernstopverdrag (CTBT) vergelijkbare gevolgen?

Er zijn overeenkomsten, zij het dat de omstandigheden sterk verschillen. De weigering van een meerderheid van de volksvertegenwoordigers om Amerika's achterstallige contributie aan de VN te betalen en de algemeen lage status van de volkerenorganisatie in het Congres komen voort uit vergelijkbare gevoelens als de tegenstanders van de Volkenbond inspireerden. Zolang de VN een hanteerbaar instrument waren van Amerika's buitenlandse politiek, zoals begin jaren vijftig tijdens de Koreaanse oorlog, stond de organisatie in aanzien. Maar sinds als gevolg van de dekolonisatie de landen in de Derde Wereld getalsmatig de overhand kregen, is de liefde in Amerika aanzienlijk bekoeld. De VN worden vaak gekarakteriseerd als een verkwistend bureaucratisch waterhoofd waaraan geen belastinggeld mag worden verspild.

Met veel inzet hebben Amerikaanse presidenten de afgelopen jaren steun van het Congres verworven voor interventies in verre oorlogen en spanningsgebieden. Maar het ging niet van harte. Toen Bush in Koeweit wilde ingrijpen waren het vooral Democraten die, met verwijzing naar de verliezen in de Vietnamoorlog, waarschuwden voor de verwachte grote aantallen `body bags' die gewapend ingrijpen in de Golf onaanvaardbaar maakten. De high tech-oorlog tegen Saddam Hussein met zijn beperkte aantal slachtoffers aan geallieerde kant deed die stemmen weliswaar verstommen, maar hij bepaalde wel de grenzen van Amerika's latere interventies. Clintons handen in Kosovo waren door die ervaring gebonden: van een grondoorlog in onbegaanbaar terrein tegen een zwaarbewapend Servisch leger kon geen sprake zijn. Dat de vijand vervolgens vanuit de lucht op de knieën kon worden gedwongen zonder noemenswaardige verliezen aan geallieerde kant, bevestigde de les van de Golfoorlog. De grenzen aan gewapend ingrijpen zijn voor de toekomst in beton gegoten.

Er is nog een ander gevolg van de oorlog om Kosovo. Amerika's volksvertegenwoordigers, daarin gesteund door de militaire top, zijn ernstig teleurgesteld in de prestaties van de Europese bondgenoten. Niet alleen namen de Amerikaanse luchtstrijdkrachten het leeuwendeel van de operaties voor hun rekening, zonneklaar bleek dat de Europese inzet absoluut afhankelijk was van Amerikaanse technologie. Desondanks hebben Europa's politieke leiders zich, in de beginfase van de strijd, gemengd in de keuze van de doelen. Ook Europese generaals beklaagden zich dat die bemoeienis de operaties langer liet duren dan noodzakelijk en gewenst was.

De ergernis in de Senaat over de oproep van president Chirac, premier Blair en kanselier Schröder om toch vooral het uitgebreide kernstopverdrag goed te keuren, valt mede hieruit te verklaren. Vooral hun opmerking dat verwerping ten koste zou gaan van de samenhang binnen de NAVO is slecht gevallen.

De verwerping van het CTBT door een meerderheid van de senatoren (een blokkerende minderheid was voldoende geweest) toont hoezeer president Clinton politiek is afgebrand. Van meet af aan was duidelijk dat de Republikeinen dit verdrag niet lustten. Na het een paar jaar in de commissie voor buitenlandse betrekkingen begraven te hebben, besloot Trent Lott, de leider van de meerderheid, vorige week tot een spoedprocedure in de voltallige Senaat. Zelfs Clintons wens om de stemming uit te stellen – aanvaarding bleek uitgesloten – werd afgewimpeld. De Republikeinen werden gedreven door een frustratie over de mislukte afzetting van deze president, maar ook door een andere opvatting over Amerika's plaats in de wereld dan de afgelopen jaren voor politiek correct werd gehouden.

In 1920 golden de oceanen nog als Amerika's natuurlijke verdediging. Maar in het atoomtijdperk is die defensielijn niet langer vanzelfsprekend. Sterker, vanuit die oceanen loerden tijdens de Koude Oorlog de verschrikkelijkste gevaren. De rationalisatie van het verzet tegen een verbod op atoomproeven is nu dat experimenten noodzakelijk zijn om Amerika's kernwapenarsenaal paraat te houden. Alle geleerde argumenten dat die paraatheid met andere middelen valt te verzekeren hebben de senatoren gisteren in de wind geslagen. Bovendien, zeggen zij, zullen andere landen, en daaronder kwaadwillige als Noord-Korea, Iran en Irak, het verdrag ontduiken. Het ontworpen wereldwijde systeem om `illegale' proefnemingen op het spoor te komen zal volgens de dwarsliggers niet waterdicht blijken. Tenslotte kwam de Indiase proef vorig jaar als een verrassing voor de Amerikaanse inlichtingendiensten.

Uit het meerderheidsstandpunt in de Senaat zou logischerwijze voortvloeien dat Amerika nu zijn moratorium beëindigt en proeven met het bestaande arsenaal hervat. Maar daarvoor moet veel meer gebeuren. President Clinton zal daartoe niet gemakkelijk bereid zijn, en uit peilingen blijkt dat de Amerikaanse kiezer niet op zo'n avontuur zit te wachten. Of de kwestie in de verkiezingen volgend jaar een rol zal spelen, is moeilijk te voorspellen. Het electoraat is geboeid geraakt door `bed-and-bread'-thema's. Kanonnen hebben veel van hun aantrekkingskracht verloren.

Hoe de veiligheid te verzekeren is een omstreden kwestie geworden. Voor- en tegenstanders van het kernstopverdrag beroepen zich op het landsbelang. Is de veiligheid van Amerika beter verzekerd in een netwerk van bondgenootschappen en verdragen waaraan steeds verder wordt geknoopt, of geldt opnieuw, als tijdens de Koude Oorlog, het zogenoemde `worst case scenario', dat gaatje waardoor ongemerkt een vreemde mogendheid of een groep terroristen kruipt om zich te ontpoppen tot een dodelijk gevaar voor het Amerikaanse grondgebied? Het antwoord dat de Amerikanen op den duur op die vraag zullen geven, zal de rest van de wereld – de bondgenoten voorop – niet ongemoeid laten. Amerika's partners kunnen maar beter beginnen zich daarop voor te bereiden.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.