Persoonlijke hondenlevens

Annie M.G. Schmidt zag eens een poes onder een goudenregen doorlopen. Ze stelde zich voor hoe heerlijk het moest voelen als de bloemen langs je vacht en je geheven staart streken. Daar kwam een boek van: Minoes. Minoes is een poes in een mensengedaante. Het boek gaat over poezen en mensen, de verschillen en de overeenkomsten tussen hen. Het is nu bijna dertig jaar na Minoes. Het is kinderboekenweek, en er is een nieuw boek van Peter van Gestel. Een boek over poezen en honden, maar niet over mensen.

Van Gestel draait de rollen om. Buiten zijn boek zijn het de mensen die druk praten, verliefd worden en afgunstig zijn, terwijl de poes zichzelf ligt te zijn op de kachel en er niet actief aan deelneemt. Poes leeft zijn eigen leven, heeft zijn eigen beslommeringen. Over dat leven gaat het binnen Van Gestels boek, met de ruis van `de lui' op de achtergrond. De lui, dat zijn de mensen, met al hun `malligheid' zoals baby's, verjaardagen en vuurwerk. De lui hebben macht, maar de dieren ervaren bijvoorbeeld een opsluiting op zolder als iets wat nou eenmaal gebeurt. Niets aan te doen, zo is het leven. Ongeveer zoals mensen in de file staan of onweer ondergaan.

Slapen en schooieren heet het boek. Dat klinkt al meteen lekker dierlijk. Het wekt associaties met langs straten zwerven, aan vuilnisbakken ruiken en gymschoenen kapot knagen. Slapen en schooieren is het verhaal van Japie, zo'n dik worstvormig hondje, en van prinses Sheherazade, een statige, nuffige `dikke kattenmevrouw'. Maar het is vooral het verhaal van Stientje, het jonge poesje dat bij hun in huis komt wonen. Stientje ontdekt de wereld en vergeet tegelijkertijd ook weer een hoop, zoals haar moeder, maar dat zit nou eenmaal in de kattenaard. Met veel gevoel voor humor beschrijft Van Gestel hoe de wereld eruit ziet als je oogjes vlak boven de grond zitten, je op vier pootjes staat en een staartje hebt.

De wereld is vol wonderen. `[Stientje] rende dus als een woest stiertje naar de keukendeur. Tot haar grote verbazing stootte ze haar kop niet. Het hout klapte omhoog en ze vloog naar buiten, viel van het bordes af en belandde op haar pootjes tussen de grassprieten in de tuin. Wat krijg ik nou? dacht ze. [-] Dwars door de deur was ze gerend.' Stientje ontdekt behalve haar eigen poezendeurtje het gras, de regen, de buurhond. De dingen overkomen haar. Peter van Gestel benoemt ze dan ook pas als ze gebeurd zijn. Eerst wordt het donkerder. Dan kijkt ze op en ziet ze `hoe de takken en bladeren van een paar struiken een dakje boven haar kop' vormen.

Van Gestels vorige boek, Mariken, is overal bejubeld en bekroond met allerlei prijzen. Mariken speelt zich af in een sprookjesachtig, middeleeuws aandoend verleden. Het meisje Mariken gaat een geit kopen op de jaarmarkt en vindt zichzelf, na allerlei omzwervingen. Zij was al net zo'n onbeschreven blad als poezenmeisje Stientje. Toch is Slapen en schooieren een heel ander boek dan Mariken. Het is minder beklemmend, vrijblijvender, dichter bij huis.

Maar ook daar vindt Van Gestel drama en spanning. Het knappe van de figuren in zijn nieuwe boek, honden en poezen, is dat ze echte dieren zijn en blijven en toch hun hoogstpersoonlijke tragiek en diepte meekrijgen. Sheherazade de zwarte raskat bleef kinderloos. Dat was ze aan haar stand verplicht, vindt ze, gruwend van de gedachte aan piepend grut met ritmisch stampende voetjes aan haar tepels. Stientje maakt allerlei vergeten en verdrongen gevoelens in haar los. Prachtig beschreven is ook haar verhouding met Simon, een buurkat met een kale kont, die haar lief heeft en doorziet. Japie het hondje ontdekt hoe het leven als vrije zwerfhond zou zijn. Buurhond Grauw krijgt van alle kanten klappen, maar verzoent zich met het bestaan. En Stientje tenslotte, Stientje wordt groot.

Peter van Gestel: Slapen en schooieren. Met illustraties van Sylvia Weve. Fontein. 158 blz.

Vanaf 9 jaar. ƒ27,90