Op de vlucht voor de mislukking

Amerika 1957: de Koude Oorlog was op zijn hoogtepunt en de echtgenote die niet `hoefde' te werken en volmaakte vervulling vond in haar gezin en het huishouden was een van de kroonjuwelen waarmee het vrije Westen de vijand de ogen uitstak. Vrouwen die in plaats van of naast een huwelijk een vak wilden uitoefenen of die simpelweg niet gelukkig waren, werden beschouwd als vreemd, mislukt, neurotisch of zelfs gedreven door penisnijd. De banen die vrouwen in de oorlogsjaren hadden vervuld werden weer ingenomen door mannen, de gemiddelde huwelijksleeftijd van meisjes daalde naar 20 jaar en het percentage meisjes dat doorleerde liep snel terug.

Toen Betty Goldstein Friedman in de lente van 1957 voor een reünie terugkeerde naar haar vroegere college, nam ze behalve haar avondjurk, girdle en pumps ook een vragenlijst mee. Bestemd voor haar mede-alumnae van Smith College, lichting 1942. De frivoolste vraag was of de dames een melkfles op tafel zouden zetten (een van haar jaargenotes `hoopte zo diep nooit te zinken'), maar het was niet dit probleem dat Betty Friedan wereldfaam zou brengen. Dat was het beruchte `Problem That Has No Name', zogenaamd een vaag probleem, en vaak zelfs als een luxe-probleem beschouwd, maar in al zijn pijnlijkheid onder woorden gebracht door een van Betty's respondentes: `Ik vind het soms moeilijk mezelf ervan te overtuigen dat het beetje intelligentie waarover ik beschik niet verspild is aan alleen maar moeder en echtgenote zijn'.

Verspilde levens. Het was Friedan een lustrum eerder ook al opgevallen dat veel van haar studiegenoten in zulke termen over hun leven dachten. Is dit alles? Was het hun lot niets anders te zijn dan `vrouw van' en `moeder van'? Ze besloot de bijeenkomst te benutten om materiaal te verzamelen voor een boek over vrouwen die geacht werden gelukkig te zijn maar dat niet waren. Dat boek werd The Feminine Mystique, met 1,3 miljoen exemplaren het best verkochte boek van 1964. Betty Friedan werd, in de Verenigde Staten, de oermoeder van het feminisme van de tweede golf, haar boek een klassieker van die beweging.

Onmogelijk mens

Wie is Betty Friedan? Volgens haar biografe, de New-Yorkse journaliste Judith Hennessee, een onmogelijk mens, een onmetelijk ego, een dwingende en intimiderende persoonlijkheid. Maar tegelijk een gedreven charismatisch leidster met enorme capaciteiten.

Ze werd in 1921 geboren als Betty Goldstein in een rijk joods immigrantengezin in een conservatief provincieplaatsje, Peoria. Haar vader was juwelier, haar moeder een even perfecte als ongelukkige huisvrouw, die wilde dat Betty `iets aan haar neus liet doen', wat zij weigerde. Men moest haar nemen zoals ze was, vond ze. En ze was nu eenmaal onaantrekkelijk, zei ze zelf. Betty's tijd kwam op de universiteit, waar ze met haar tomeloze energie en ambitie, haar ferme meningen, scherpe tong en intelligente pen een spraakmakend figuur werd. In later jaren slaagde ze erin om door een eigenzinnige stijl – ze ging gekleed in woest-beprinte tentjurken – haar gehate uiterlijk te transformeren tot excentriek en interessant.

Als studente verkeerde Betty in linkse kringen (wat ze bij het uitkomen van haar boek in verband met de angst voor communisten wijselijk wegmoffelde). Na haar studie schreef ze voor een aantal dames- en vakbondsbladen. In 1947 trowde ze met Carl Friedman, die zich later officieel Friedan ging noemen. Het paar kreeg drie kinderen, maar hun huwelijk was voor het overige vreselijk. Ze rolden vechtend over straat en verkeerden veelvuldig in staat van openbare dronkenschap. Betty's roem verbeterde hun relatie niet: Carl sloeg haar bij voorkeur een blauw oog net vóór een optreden. Betty moest en zou trouwen, verklaarden vrienden haar ongelukkige partnerkeuze achteraf; aan het idee dat een ongetrouwde vrouw was mislukt, wist ze zich destijds niet te onttrekken.

Alleen maar huisvrouw was Friedan overigens nooit. Ze verdiende jarenlang de kost voor het gezin en was altijd in de weer met buurtprojecten en vriendenclubs. Toch voelde ze zich in 1957 net zo'n mislukkeling als haar vroegere collega's. Een huisvrouw uit Suburbia, met een innerlijk venster dat nergens op uitkeek. Geen identiteit, geen toekomst.

Haar boek veranderde haar eigen leven, zoals het de levens van miljoenen andere vrouwen veranderde. Friedan werd het nationaal vrouwenorakel, een messias met een dankbare aanhang, een beroemdheid die het Witte Huis, internationale congressen en staatshoofden bezocht. In 1966 richtte ze NOW op: de National Organization for Women, die uitgroeide tot een van Amerika's invloedrijkste pressiegroepen.

Maar dat succes kwam er zeker zozeer ondanks als dankzij Friedan. Want met de roem kwamen de ruzies en met de macht de megalomanie. Hennessee beschrijft in Her Life een lange aaneenschakeling van scènes, paranoia en conflicten. Friedan ging zich te buiten aan divagedrag. Ze had geld als water en kwam toch altijd te kort, wat ze verhaalde op werksters en secretaresses. Grote vriendschappen eindigden in nog grotere vetes. Althans als het om vrouwen ging. Want de beroemde feministe was met mannen een flirt, maar talentvolle vrouwen met concurrerende visies verdroeg ze niet.

Zulke vrouwen kwamen er eind jaren zestig bij bosjes. Het was uit de samensmelting van het radicalisme van auteurs als Kate Millett en Shulamith Firestone met Friedans gematigder, legalistische koers dat de nieuwe vrouwenbeweging voortkwam. Met haar fraaie begrip feminine mystique (in het Nederlands verwarrend vertaald als Het misverstand vrouw) had Friedan de dwangbuis benoemd van normen en voorschriften aangaande `vrouwelijkheid'. Met sprekende sociologische en psychologische voorbeelden liet ze zien dat het idee van `vrouwelijkheid' gelijk stond aan onvolwassenheid, kunstmatige domheid, hulpeloosheid, en gebrek aan autonomie.

Verstandige stap

Als vrouwen zich niet zouden losmaken van de angst om `onvrouwelijk' te zijn, zouden ze gevangen blijven in die onbevredigende staat, was haar boodschap. Maar van radicale leuzen als `het persoonlijke is politiek' moest Friedan niets weten. Veel meer dan bijvoorbeeld Simone de Beauvoir, de theoretische heldin van de radicalen, stond Friedan in de traditie van de zelfontplooiing en maakbaarheid. Haar boek zag de sociale achterstelling van vrouwen niet als structureel verankerd in de samenleving en de man-vrouwverhouding, als een machtsverhouding, maar stoelde op een individualiserend en pragmatisch denkmodel. Geheel in de Amerikaanse `how-to' traditie eindigde het boek met een hoofdstuk `A New Life Plan for Women'. Bij Friedan komt alles goed als vrouwen eenmaal de verstandige stap naar buiten zetten.

Binnen NOW verzette Friedan zich langdurig tegen het opkomen voor homorechten, bang als ze was dat lesbiennes in de vrouwenbeweging het oude vooroordeel zouden voeden dat alleen `mislukte' vrouwen feministen konden zijn. Net zo min erkende ze het feit dat heterosekuele vrouwen een leven konden wensen zoals dat tot voor kort alleen voor mannen was weggelegd: zonder huwelijk of kinderen, mét werk, vrienden en seks – een leven dat door pil en hogere lonen binnen bereik was gekomen. Voor die levenswijze stond haar grootste rivale, model, de mediaster Gloria Steinem. Toen Steinem haar fameuze slogan A Woman Needs a Man Like a Fish Needs a Bicycle lanceerde, tierde Friedan dat zij vrouwen van hun stofzuiger had willen afhelpen, niet van hun man. Dat die twee wellicht nauw samenhangen, wilde er bij haar niet in. Evenmin wilde ze `haar' beweging besmetten met thema's als seksueel geweld, vrouwenmishandeling en pornografie – thema's die medefeministen vurig aan de orde stelden. Voor hen had het probleem één naam: mannen. Friedan daarentegen ging het om gelijke rechten, om wetten tegen seksediscriminatie, om werkgelegenheid voor vrouwen en vooral om het realiseren van het aloude Equal Rights Amendment. In later jaren zette ze zich in voor flex- en parttimewerk en voor de belangen van ouderen.

Heeft Judith Hennessee, die voor haar `ongeautoriseerde' biografie vier gesprekken met haar hoofdpersoon mocht voeren, een vernietigend boek geschreven? Nee. Ontluisterend is het gebrek aan beschaving en zelfreflectie - dat met overvloedig bronnenmateriaal wordt aangetoond - beslist. Maar die ontluistering had Friedan zelf al bewerkstelligd, onder andere met haar boek The Second Stage (1981) dat wemelt van de verdachtmakingen aan het adres van vroegere 'zusters' en veel inzichten uit de Mystique terugneemt. Ook was allang duidelijk dat ze teerde op oude roem. Toch roept de biografie ook respect op, en vooral compassie met de onmogelijke Betty.

Friedan, die heeft aangekondigd Hennessee's biografie te zullen bestrijden, heeft haar leven lang bij het establishment willen horen. Desnoods door er met geweld in door te dringen. Wat in het benauwde Peoria niet lukte, bracht ze nadien wel tot stand. En ze wás belangrijk. In een verzoeningsbrief bij Friedans 65ste verjaardag maakte aartsvijandin Steinem haar hèt Amerikaanse compliment: `You made a difference'. De majesteit van het feminisme liet het zich gaarne aanleunen.

Judith Hennessee: Betty Friedan. Her Life. Random House, 330 blz. ƒ66,70