Ontuchtpleger blijft meestal onbehandeld

Tachtig procent van de 2.705 zedendelinquenten die van 1993 tot en met 1996 zijn veroordeeld wegens misbruik van kinderen kreeg geen therapie om de kans op herhaling te verkleinen.

Dit blijkt uit cijfers van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatie Centrum (WODC) van het ministerie van Justitie. Slechts 4 procent van de veroordeelden kreeg een behandeling in tbs opgelegd en ongeveer 15 procent een ambulante vorm van psychiatrische behandeling.

Seksuoloog J. Frenken, verbonden aan de universiteit van Leiden en het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek, publiceert de cijfers deze week in het Maandblad Geestelijke Volksgezondheid. Hij concludeert ,,dat in ons land seksuele delinquenten, die per definitie op zijn minst een ernstig gedragsprobleem hebben en een recidiverisico vormen, psychiatrisch en klinisch psychologisch danig onderverzorgd zijn''.

Ongeveer 30 procent van de zedendelinquenten recidiveert. De noodzaak van behandeling van zedendelinquenten werd in augustus punt van discussie toen bleek dat de man uit Assen die zijn 7-jarig buurmeisje Chanel Naomi Eleveld verkrachtte en vermoordde, eerder was veroordeeld wegens verkrachting van een minderjarige. Hij was daarvoor niet behandeld in tbs, omdat hij niet aan de criteria voldeed. Dat werd als een `misser' beschouwd van het Pieter Baan Centrum in Utrecht, dat verdachten onderzoekt en de rechter adviseert.

Nu blijkt evenwel dat de criteria voor tbs voor veel meer zedendelinquenten niet toereikend zijn. Die voorwaarden zijn: een ernstig delict, een verhoogd recidiverisico en niet- of verminderde toerekeningsvatbaarheid wegens een psychische stoornis die verband houdt met het gepleegde delict. Met name het laatste criterium blijkt in de praktijk vaak een struikelblok voor tbs te zijn. Zo was de man uit Assen in 1996 dronken toen hij zijn eerste slachtoffer verkrachtte, hetgeen destijds het vereiste verband tussen psychische stoornis en verminderde toerekeningsvatbaarheid in de weg stond - ook de alcohol kon de oorzaak zijn van zijn gedrag.

Frenken onderzocht de houding tegenover zedendelinquenten in verschillende Europese landen en concludeert dat justitie het vergelden van een delict meestal laat prevaleren boven een behandeling. Met name bij zedendelinquenten beschouwt justitie een behandeling eerder als ,,een softe aai over de bol'' dan als zinvol, aldus Frenken.