Nademaal

In een van de besprekingen van de nieuwe Van Dale werd met onverholen misprijzen gemeld dat het woord `ananascompote' toch weer was opgenomen. Wat hebben de vrouwen en mannen boven de zestig van dit misprijzen gedacht? Wel moeten ze weer in het arbeidsproces om de krapte terug te dringen, maar ananascompote wordt ze niet meer gegund. Voor alle zekerheid meteen de drie delen gekocht en het woord opgezocht. Het is er nog, ongeschonden. Ik liet de casette op mijn bureau staan. In de loop van de ochtend kwamen er veel collega's langs. Allemaal wilden ze zich ervan overtuigen of hun bijzondere woord er nog in stond. Het werd dringen; het was alsof ik brood voor de vogels had gestrooid.

Gelukkig heb ik mr. Sem Davids nog gekend. Hij was redacteur van De Groene toen dit weekblad zijn politieke correctheid bewees door in de Koude Oorlog vlees noch vis te zijn en toch zijn leesbaarheid bewaarde. Davids was degene die misschien niet de toon zette, maar in ieder geval de onnavolgbare finesse aanbracht. Jacques Gans schreef: ,,Sem, die iedere week in De Groene de bloedplassen van Stalin mag opdweilen.'' Carmiggelt: ,,Je snapt niet hoe hij het doet. Hij geeft gas, draait aan het stuur, remt, nog een keer gas, weer sturen, en verdomd, het lukt.'' Dat maakte veel mensen boos. Mij niet. Ik was begonnen met het lezen van de Groene toen ik een jaar of tien was, d.w.z De Kleine Krant die ondersteboven op de achterkrant was gedrukt (de uitspraken van de Olifant van Mussolini en het weekoverzicht van mr.dr. Guichelaar) en toen na de oorlog het weekblad weer verscheen, ben ik daarmee doorgegaan. Vooral de columns van Jacques van der Ster onder het pseudoniem Oubol en de gedichten van Karel Brulleput, Carmiggelt.

Sem Davids kwam ik vaak tegen op woensdag, in de lift van het Algemeen Handelsblad, als hij op weg was naar de zetterij waar hij de proeven ging corrigeren. In die tijd werd de Groene bij het Handelsblad gezet en gedrukt. Hij had niet veel tanden meer, droeg een slap gleufhoedje, een groene loden jas en een rugzakje waarin de proeven met de correcties zaten. Bovenal was hij vriendelijk een mededeelzaam. ,,Als de correcties worden waargenomen, sta ik er met mijn neus bovenop, nademaal er anders niets van terecht komt'', zei hij. ,,Wat is nademaal?'' vroeg ik. Hij zei: ,,Dat is een prachtig Nederlandse woord, ten onrechte verdrongen door omdat. Als ik nademaal schrijf, bedoel ik nademaal, en dat is dan ook duidelijk.'' Sem Davids was geen fanaticus van het behoud. Hij was een zachtmoedig man. Hij is gestorven aan een hartaanval, in de wachtkamer van de dierenarts, met een zieke kat op zijn knieën. Hij hield van nademaal - ik weet niet waarom, zoiets gebeurt - en daarom hield hij het woord in leven. Ter ere van hem heb ik het in de nieuwe druk opgezocht, en: het leeft nog steeds.

Er zijn nog meer woorden die de schemering van de vergetelheid naderen. Ik ben bang dat het nu `dikwijls' gaat overkomen. Langzaam maar zeker wordt het vervangen door `vaak' en in kringen van de zorg- en consensusmachten wordt ook dit woord weer aangetast. Daar zeggen ze liever: `frequent'. Ik houd vast aan `dikwijls', zoals Davids aan `nademaal'. En ik weet ook hoe dat komt. Toen ik klein was, werd in mijn buurt het `vaak' niet veel gebruikt, maar niet alle kinderen zeiden `dikwijls'. Sommigen maakten er `dikkels' van, en toevallig waren dat juist degenen die ik niet aardig vond, en daarbij dom omdat ze niet wisten dat het `dikwijls' was. Niet aardig en dom: een rampzalige combinatie. Het tegenovergestelde was dus `dikwijls'. Zo blijf je trouw aan een woord. Zelfs nu, als ik denk dat in een bepaald verband beter `vaak' zou kunnen staan, en ik heb het al geschreven, vervang ik het door `dikwijls'. Sommige woorden dragen we mee in onze ziel, en zelden zullen de anderen weten wat daarvan de oorzaak is.

Ik begrijp wel dat de redactie van een woordenboek daarmee geen rekening kan houden. Maar aan de andere kant: de redactie van een woordenboek als de grote Van Dale doet zijn werk in het niemandsland, aan het front waar de generaties strijden. In Nederland gaat het daarbij de laatste jaren onbarmhartig toe. Er zijn schrijvers, journalisten die bepaalde woorden gebruiken als een vlag waarmee ze uit de loopgraaf klimmen. (Ik leg een verzameling aan, ik kom erop terug.) Dat komt natuurlijk door de vrije markt. De jeugd heeft de toekomst. Maar dat betekent nog niet dat degenen die geen jeugd meer zijn, van hun woorden moeten worden beroofd.

Daarom ben ik blij dat `ananascompote' het weer gehaald heeft. Dat komt door mijn persoonlijke ervaring met het gerecht. Ananascompote zat in een blik. De schijven ananas waren in segmenten gesneden, en om het lichtgeel wat fleur te geven, had de fabrikant er een stuk of wat rode kersen bijgedaan. Dit geheel kreeg je op je bordje en dan deed je moeder er een kwak slagroom overheen. Op je verjaardag: kip met puree en appelmoes, en ananascompote met slagroom voor toe. Albert Heijn heeft geen ananascompote meer; wel lychees in zware siroop. Ik heb het gecontroleerd.