Melkert wil helderheid over rol Nederland in Kosovo-crisis

De fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer, Melkert, heeft een aantal vragen gesteld over rol van Nederland in de NAVO, en dan vooral met betrekking tot de crisis in Kosovo

Hoe kon de NAVO afgelopen zomer tijdens haar luchtacties tegen Joegoslavië zo verrast zijn door de enorme aantallen vluchtelingen die Kosovo verlieten? Waarom verraste het aanvankelijk geringe effect van die aanvallen het bondgenootschap en waarom heeft Nederland ondanks zijn bijna even grote militaire bijdrage aan de acties als de Britse geen plaats gekregen in het overleg van de vijf grootste NAVO-partners? Wanneer en op welke wijze is binnen de NAVO overwogen om grondtroepen in Kosovo in te zetten, en waren Nederland en andere deelnemers aan de luchtacties ook in deze overwegingen betrokken?

Antwoorden op zulke vragen wil de fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer, Melkert, krijgen in een evaluatienota van het kabinet over de Kosovo-crisis. Volgens Melkert, die vorige maand tijdens de Algemene Beschouwingen om zo'n nota heeft gevraagd, zijn zulke antwoorden nodig om de PvdA-fractie van haar ,,ambivalentie'' aangaande de NAVO-acties te bevrijden.

Melkert, die gisteren op het veiligheidsinstituut Clingendael het eerste exemplaar van de studie `Kosovo, Van Crisis tot Crisis' in ontvangst nam, zei dat antwoorden op zijn vragen ook nodig zijn voor een goed oordeel over de aanstaande Defensienota, die voorstellen moet doen voor de toekomstige opzet van de krijgsmacht. Hij wees erop dat Nederland als een van de oprichters van de Europese Economische Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijk buitenlands en defensiebeleid en een eigen defensie-identiteit (EVDI) van de Europese Unie, die volgens hem na de monetaire unie ,,de natuurlijke volgende kwaliteitssprong in de Europese samenwerking'' moet zijn.

De PvdA-fractieleider, wiens fractie vorige maand in een eigen defensienotitie pleitte voor bezuinigingen op de marine, meer parate landmachteenheden en een sterker accent op het Nederlandse vermogen om bij te dragen aan internationale crisisbeheersing, vroeg zich ook af hoe het mogelijk was dat de NAVO-landen zo lang ,,passieve toeschouwers'' waren ondanks ,,de al jarenlang voorzienbare culminatie van een geplande etnische zuivering'' door de Joegoslavische president Miloševic.

Hij wil van het kabinet ook antwoord op de vraag waarom de NAVO na het Servische bloedbad jegens Kosovaren in het plaatsje Racak, op 16 januari van dit jaar, niet direct tot luchtacties overging hoewel Nederland en andere NAVO-landen in oktober 1998 al hadden ingestemd met een Activation Order voor zulke acties.

Over zulke vragen is een goede discussie nodig om het publieke draagvlak voor crisisbeheersingsacties te behouden, zei Melkert, die de NAVO-voorlichting verweet tekort geschoten te zijn in ,,haar taak door middel van reële informatie de burgers evenwichtig te informeren''.