Los van de wereld

Te zien op tv: zuipende en neukende jongeren. De kijker gruwt, maar benijdt ze hun staat van wezenloosheid. Aflevering 41 in Bas Heijne's serie in het laatste jaar van het millennium.

Zwemmend van kanaal tot kanaal beland ik in verloren uren nog wel eens onverwachts in een vrolijk paradijs een van die oude softpornofilms waarmee de commerciële televisiezender SBS6 de late vrijdagavond pleegt te vullen. Eigenlijk lijkt het steeds dezelfde film. Gemaakt in de late jaren zeventig, of begin jaren tachtig, houterig gesneden, met verwaterde kleuren en een sound track vol mechanische disco. Het verhaaltje wordt gespeeld door acteurs die nergens op uitgekozen lijken niet op hun naam, niet op hun talent, zelfs niet op hun uiterlijk. Zij zien er hopeloos gedateerd uit, met hun onderontwikkelde lichamen en uitgegroeide kapsels en kleren in vloekende kleuren. Van een intrige lijkt geen sprake, van seks trouwens ook nauwelijks.

Meestal speelt zo'n film zich af op een eiland waar de zon altijd schijnt, Majorca, Ibiza of in een Grieks vakantieoord. Er wordt veel op brommers gereden door vrouwen met ontblote borstjes, die uitdagend meeveren met de hobbels in de wegen. De inzet is altijd de erotische ontdekkingsreis een paartje wordt ingewijd in de vrije liefde, een vrijgevochten, hoogblonde vrouw leert zich overgeven aan een donkere Griek, een uitgeblust burgerlijk echtpaar komt er door wederzijds overspel achter hoe lekker het allemaal kan zijn. Wees vrij, wees jezelf. Er wordt veel spontaan bloot gezwommen, gedanst en uitzinnig gelachen een beklemmend, nagesynchroniseerd gehinnik.

Telkens blijf ik er naar kijken. Geen genre dat zo snel veroudert als het pornografische; deze films laten een komisch soort vergankelijkheid zien. Ik moet lachen om de knullige poging tot prikkeling, die nu zo naïef aandoet en onherroepelijk naar een andere, onmiskenbaar voorbije tijd verwijst. Het is wonderlijk, deze films zijn nog geen twintig jaar oud en alles lijkt in de tussentijd veranderd kleding, lichamen, erotiek. Wie zou hier nog opgewonden van raken?

The past is another country; they do things differently there.

Het is wat ik maar het TopPop-effect zal noemen: de komische schok van herkenning èn vervreemding wanneer je beelden uit de jaren zeventig-tachtig terugziet, zoals oude muziekclips van hitzangers en popgroepen. Ze zijn vertrouwd en tegelijk eigenaardig. Hoe heb je al die malle mode, al die melodietjes en danspasjes ooit als vanzelfsprekend kunnen beschouwen, als onlosmakelijk verbonden met je blik op de wereld, zonder enige afstand, ook al vond je er toentertijd dan misschien niets aan? Je kunt de meeste nummers nog woordelijk meezingen, maar kijk eens naar de kloof die nu gaapt tussen jouw blik en wat je terugziet! Het was jouw wereld, onmiskenbaar, je herkent immers alles nog tot in de details en tegelijk is het dat nu zo helemaal niet meer.

Zo is het ook met die blootfilms in de late avond, maar het duurde even voordat ik dat doorhad. Behalve ironie, roepen ze ook een vertedering op, die verbazingwekkend vasthoudend blijkt. Het is vooral het decor, de felle kleuren. Dat vakantiegevoel, die zandstranden, dat eindeloze geklets, die veel te blauwe luchten, al dat halfslachtige erotische gedoe, het roept wel degelijk authentieke herinneringen op. Achter dat debiele verhaaltje en dat burgerlijke stoute gefoezel ligt een echt paradijs.

Wat je ziet, of liever wat je onderbewustzijn een por geeft, is het ideale landschap van je jeugd. Dat is wat me raakt wanneer ik `s avonds laat in zo`n film terechtkom, de herkenning van een gevoel dat ik ben kwijtgeraakt. Zo ongeveer in de jaren dat deze films werden opgenomen, moet ik zelf een onbeschreven blad geweest zijn. Alles in het leven stond in dienst van de verwachting. Misschien was die vooral erotisch, met een suggestie van een grote liefde, in ieder geval was ze onbepaald. Zoals het eiland uit die films, warm, koel, uitgestrekt, intiem, zo was alles toen.

Lijkt het nu.

Kijkend naar het wanhopig achterhaalde blote gehups in jeeps en tenten, moet ik mezelf bekennen, dat juist de achterliggende wezenloosheid van het geheel me opeens heel aantrekkelijk voorkomt.

Het is een paradox waar je je hoofd over kunt breken: dat je het verlies van je eigen onbewustzijn betreurt. Alles staat nu in het teken van bewustwording, van kennis en het vormen van de wereld, maar dat streven blijkt hand in hand te gaan met het verlangen jezelf op te heffen, kwijt te raken.

Wat je in je jeugd onherroepelijk verliest, wordt altijd onschuld genoemd, maar dat lijkt me het verkeerde woord. Het is het gevoel niet echt in de wereld te staan, niet te zijn vastgeklonken aan de ervaring. In plaats van de ervaring is er de sensatie. De sensatie staat los van het leven, het is een wereld op zich, heftig en kortstondig. Het is oorzaak zonder gevolg. Ze gaat gepaard met een dronkenmakend gevoel van oneindigheid.

Die oneindigheid zat in je hoofd, ontdek je later. Wat daden betreft stelt het achteraf niet veel voor. Het was een gevoel. Maar al zoek je nu de ervaring, je mist de sensatie. En op het moment dat je dat beseft, is de nostalgie geboren.

Zet een camera op mensen die zichzelf koesteren in hun oneindigheidsgevoel, en je schrikt je rot. De sensatie van anderen heeft iets onsmakelijks. Op dit moment zijn er op televisie opvallend veel programma's te zien over jeugd op vakantie. Die programma's zien eruit als een verhevigde versie van mijn onschuldige seksfilms. Jongens lallen, hossen, kotsen, ze trekken hun broek uit en laten hun gepiercede eikel aan de camera zien, nette meisjes op vakantie beklimmen het podium en geven een show waarbij de jaren zeventig erotica nog verder verbleekt. Feesten, dansen, zuipen en naaien, iedere avond opnieuw, het is een universum op zich, verder bestaat er niks.

Het is gênant om naar te kijken, maar de gêne bevindt zich niet in de hoofden van de feestende jongens en meisjes. Dat is het hem nu juist, die zijn zich nergens van bewust. Het is het kijken zelf dat beschaamt, omdat het oog van de camera je tot de rol van ontzette of likkenbaardende toeschouwer veroordeelt. Je doet niet, je kijkt. Tussenpersoon is meestal een oudere, quasi-neutrale presentator die hoofdschuddende vragen stelt. Hij verschaft het excuus. Kijk toch eens wat een afschuwelijke wezenloosheid! Je weet wel beter. Kijk eens wat een fantastische wezenloosheid, dat is de echte boodschap, Maar dat zal hij nooit toegeven, want geen man zo absurd als een oudere die de sensatie zoekt. Wezenloosheid is niet in beeld te brengen, maar achter al dat afstotelijke gebral, die geoliede wellust en het dronken grijpen en graaien, al die ontstellende onbewustheid, ontdek je met gemak een oud gevoel bij jezelf dat voorgoed onbereikbaar is.