Leven in dienst van het tumult

Weinig vrouwen hebben het leven van de vrouw in het algemeen deze eeuw zo grondig veranderd als de feministe Germaine Greer. In haar eentje was de Australische schrijfster Dolle Mina, Anja Meulenbelt en Hedy d'Ancona samen, en dat dan weer in het kwadraat.

Ze is een vaste gast in de praatprogramma's van de BBC op de late avond en de enige die je je achteraf herinnert. Daar zorgt ze ook wel voor, alleen al door haar verschijning. Ze heeft haar lengte mee – ruim boven de 1.80 meter – en benadrukt die nog door een voorkeur voor lange, wijde jurken van effen grijze wol. Het haar is even nadrukkelijk onmodieus en bijna net zo grijs. Op de punt van de forse neus houdt een leesbril zich nog net staande onder haar dwingende blik. Ze beweegt geïrriteerd en als ze het woord neemt – beter gezegd: grijpt – dan laat alleen de intonatie al er geen twijfel over bestaan dat haar gesprekspartners er niets van begrepen hebben. Ze zijn gewoon dom of tenminste geborneerd en dat maakt haar boos en venijnig. Het is duidelijk, dit is niet zomaar een hoogleraar Engelse letterkunde, dit is dr. Germaine Greer, de ongetemde feeks van het Engelse feminisme en de Madonna van het Engelse televisiedebat.

De vergelijking met Madonna is eerder gemaakt, maar zelden uitgewerkt. Net als Madonna is Greer onderhoudend, maar niet iemand om van te houden. Madonna is te koel en te bedacht, Greer te bijtend en afwerend. Ze is wel minstens zo wispelturig, berekenend en onredelijk als Madonna, volstrekt schaamteloos ook in het gemak waarmee ze anderen gebruikt om zelf indruk te maken op een soms zelfs alleen maar denkbeeldig publiek. Meer nog dan Madonna, wier `life' alleen maar bestaat als showbusiness, is Greer in alle opzichten zelf `bigger than life'. Ze heeft meer meegemaakt dan de meeste vrouwen van haar generatie, heeft dat heftiger ondergaan en doet daar in hoofdletters en uitroeptekens verslag van. Dat maakt haar ook zo geschikt voor - en tegelijkertijd zo afhankelijk van - een medium als televisie.

Haar boeken zijn trouwens zelf al bijna televisie, puntig geformuleerd en snel in de afwisseling van documentaire, reportage, flashback, debat en ook pure soap. Madonna en Greer vertegenwoordigen beiden een vorm van hedonisme, maar het hedonisme van Madonna blijft onschuldig en steriel (het is uiteindelijk een Hollywood-hedonisme), bij Germaine Greer is hedonisme in de loop van de tijd steeds meer de schuldige voorbode van de loutering geworden. Bij Greer gaat het om de herkenning en de erkenning van de diepte van het leed dat haar in de verschillende fasen van haar leven plaatsvervangend voor alle vrouwen is aangedaan. In veel van de besprekingen van haar boeken, zeker van haar meest recente en meest zwartgallige boek The whole woman (1998), klinkt vooral bij vrouwelijke recensenten dan ook de vraag door of men zich in het verhaal van Greer herkent. Het antwoord is meestal `neen' of `een beetje' en dat maakt Greer dan weer furieus. Wie niet in haar leven en denken herkent wat ze daarin zelf als een absolute en algemene waarheid heeft onderkend, ontneemt haar weinig minder dan haar eigen identiteit.

Wie zo met de eigen levensgeschiedenis omgaat, houdt niet van geschiedenis – Greer is eigenlijk vooral een filosofisch antropoloog – en zeker niet van de geschiedenis van het eigen leven. De biografie Untamed Shrew die de Australische journaliste Christine Wallace nu over haar geschreven heeft, is Greer dan ook niet welgevallig. Ze heeft alles gedaan om dit boek tegen te houden en hel en verdoemenis uitgesproken over iedereen die aan de `vleesetende bacterie' Wallace ook maar iets zou vertellen. De huidige Engelse vrienden en collega's van Greer hebben in het algemeen niet aan het boek mee willen werken, maar de mensen met wie zij gebroken heeft en de mensen die haar in haar jonge jaren in Australië goed gekend hebben waren duidelijk minder beducht voor haar toorn.

Het boek is dan ook vooral goed in de beschrijving van de jonge jaren van Greer in Australië, lang voordat The female eunuch (1970) haar wereldberoemd maakte. Daarna is haar leven een echt `public life' geworden, eens te meer omdat vrijwel al het werk van Greer sterk autobiografisch is. Iedere levensfase leverde een nieuw heiligenleven op, met haarzelf in de hoofdrol als een vrouwelijke Job op de mestvaalt van de geschiedenis. `You could be a great saint or a great sinner. The choice is entirely up to you', had ze op de nonnenschool in Melbourne al te horen gekregen. `Great sinner!' dacht ze toen en ze is katholiek genoeg opgevoed om te weten dat de ergste zondaren de grootste heiligen kunnen worden. Uiteindelijk ging het om haar wil `great' te zijn en in dat grootse leven anderen mee te slepen. Ze had als kind al een enorme geldingsdrang, deed alles om de aandacht te trekken en was van nature wat we nu mediageil zouden noemen, een woord dat treffend shockerend genoeg is om door haarzelf bedacht te kunnen zijn en met wellust op luide toon in een daar niet op voorbereid gezelschap uit spreken.

Haar leven begon met een valse start, al was het allemaal minder erg dan Greer het later zelf heeft doen voorkomen. Al in The Female Eunuch stelde ze haar moeder voor als een verschrikkelijke vrouw, die nooit van haar gehouden heeft. Inmiddels zelf 60 jaar oud, blijft het contact met haar moeder moeilijk. Omgekeerd is dat niet het geval en in de gesprekken met Christine Wallace ontkent Peggie Greer-Lafrank niet alleen dat zij en Germaine grote problemen hadden, maar blijkt ook weinig van boosheid over de toch weinig flatterende wijze waarop haar dochter haar steeds heeft afgeschilderd. Hoewel Germaine graag benadrukt hoezeer ze fysiek op haar vader lijkt, krijg je uit het relaas van Wallace de indruk dat ze in ieder geval wat karakter betreft toch meer naar haar moeder aardt. Haar moeder blijkt ook minder dom en onontwikkeld te zijn dan Greer graag suggereert.

Het huwelijk van Peggie en Reg Greer was niet zonder spanningen. Kort na Germaine's geboorte werden ze gescheiden door de oorlog. Peggie vermaakte zich onder de ogen van haar kind met minnaars op het strand en toen Reg na de oorlog met een posttraumatisch stress-syndroom naar Australië terugkeerde, bleek hij niet in staat veel belangstelling, laat staan liefde voor zijn dochter op te brengen. Tegenover de twee na de oorlog geboren kinderen zou hij zich heel anders gedragen en het lijkt erop dat Peggie en Reg de jaren daarvoor – en dus ook Germaine – het liefst wilden vergeten.

Wallace twijfelt er niet aan dat de constellatie van een egocentrische moeder, een afwijzende vader en twee `voorgetrokken' jongere kinderen een blijvende invloed op de ontwikkeling van Germaine's persoonlijkheid hebben gehad. Greer ziet dat zelf ook zo. In Daddy, we hardly knew you (1990) beschrijft ze met de voor haar zo typische overmaat aan pathos hoe wanhopig en vergeefs ze steeds gehoopt heeft op vaderliefde. In het boek ontrafelt ze ook nog zijn grote geheim: haar vader was een buitenechtelijk en nooit erkend kind van iemand uit de betere kringen en verborg achter mooie praatjes en mooie kleren een volledig gebrek aan achtergrond en opleiding. Greer was niet eens zijn echte naam. `He was a fraud', luidt de conclusie van de dochter en de passage verraadt meer zelfmedelijden dan compassie met haar vader.

Germaine heeft die kansen wel gehad en er ook gretig gebruik van gemaakt. De Zusters Ursulinen, waar ze school ging, waren streng in de katholieke zedenleer, maar hun onderwijs was prima en Germaine was een zeer goede leerling. Ze kreeg alle kansen zich ook artistiek te ontwikkelen: ze kon heel aardig zingen en buitengewoon goed toneelspelen. Het studententoneel maakte haar ook populair op de universiteit, ze begon opvallende polemische bijdragen te leveren aan studentenbladen en was binnen de kortste keren een bekende figuur op de campus. Heel bewust en doelgericht `besloot' ze toen dat het ook tijd werd om seksueel actief te worden en over haar vele veroveringen op dat gebied deed ze ook niet geheimzinnig, integendeel zelfs, ze voorzag haar eigen ervaringen graag in het openbaar van luid en stevig commentaar.

Dat zou nu niet meer zo opvallen, maar in het kleinburgerlijke Australië van de jaren vijftig was het zeer ongewoon, zeker voor een meisje. Dat zulke dingen nu wat gemakkelijker liggen is voor een belangrijk deel juist te danken aan de invloed van Greer. Niet op dat moment nog, maar wel tien jaar later, toen ze in Engeland een beroemdheid was geworden. Understatement, eufemismen en discretie waren aan haar van jongsaf niet besteed.

Van de nare gevolgen van een gemakkelijke omgang met seksualiteit in een tijd dat er nog geen goede anticonceptie was, heeft ze overigens ruim haar deel gehad. Ze was nog geen twintig toen ze haar eerste – illegale – abortus had en uiteindelijk zou ze als gevolg van slordig uitgevoerde curettages blijvend onvruchtbaar worden. Ze heeft daar zeer onder geleden, zeker in haar latere werk is de weerslag daarvan terug te vinden in haar idealisering van de band tussen moeder en kind. Tegelijkertijd met Wallace's boek las ik toevallig ook Elsbeth Etty's prachtige biografie van Henriette Roland Holst. Ook bij haar, kinderloos gebleven in een nooit geconsumeerd huwelijk, wordt de moederliefde verheerlijkt. Het gemis van een kind kleurt in beide gevallen het latere werk in hoge mate. Bij Greer overheerst de agressie, bij Roland Holst de depressie.

Een jaar na haar eerste abortus werd Greer het slachtoffer van verkrachting. Dat was een schok, die ze tien jaar later in The female eunuch nog niet te boven was, al laat Christine Wallace niet veel over van haar verhaal over vooral de reacties van de andere mannen op het feest waar het gebeurde. In de versie van Greer bekommerde niemand zich om haar en vonden alle mannen de verkrachting zo ongeveer vanzelfsprekend. In de Wallace-versie was iedereen geschokt, was ze gewaarschuwd voor de man die haar meenam en wilde Greer zelf absoluut niet dat de politie erbij gehaald zou worden. Het is niet de eerste en enige keer dat Wallace moet vaststellen dat de behoefte aan haar eigen waarheid Greer nogal luchthartig met de werkelijkheid doet omspringen. In debatten en interviews zie je haar gesprekspartners ook regelmatig hels worden door de gewelddadige wijze waarop zij met de macht van haar buitengewone verbale begaafdheid de feiten naar haar hand zet.

Greer begon haar volwassen leven stormachtig en stormachtig is het gebleven. Eerst in Sydney, later in Cambridge en vervolgens in Londen en New York, gaat ze meestal kortdurende, maar altijd heftige en vaak ingewikkelde relaties aan. Ze trouwt impulsief met een man die ze nauwelijks kent, ze maakt zeer actief deel uit van een zwaar drinkende, rokende en uiteindelijk ook drugsgebruikende bohème, die zal uitmonden in de tegencultuur van de jaren zestig. Ze is een van de eerste `groupies', maar wel één met een doctorsgraad in de letteren (verworven met een proefschrift over Shakespeare's vroege comedies, waaronder de The Taming of the Shrew), wordt op de cover van een undergroundblad afgebeeld, terwijl ze de rits van een toen bekende popster naar beneden trekt, laat zich ook zelf in allerlei uitdagende poses fotograferen, speelt kleine televisierollen, was medeoprichter van het Amsterdamse sexblad Suck, kortom is `absolutely fabulous', maar zou zonder The Female Eunuch toch niet veel meer dan een marginale figuur in een tijd van grote gekte gebleven zijn.

Dat is misschien toch een iets te eenzijdig oordeel, waar Wallace ook duidelijk voor waarschuwt. Het wonderlijke aan Greer is dat ze er bijna steeds in is geslaagd zeker drie volslagen verschillende levens naast elkaar te leiden. Er is de wetenschappelijke kant, met eerst hoge cijfers en prestigieuze studiebeurzen, met een promotie in Cambridge, docentschappen aan verschillende universiteiten en een reeks kwalitatief goede publicaties voor een vakpubliek. Daarnaast is er het leven als zo ongeveer de meest bekende feministe van de eeuw, met daaraan gekoppeld weer een hele reeks uitstekend geschreven en zeer leesbare publicaties die altijd een combinatie zijn van bronnenonderzoek, journalistieke smaakmakertjes en heel persoonlijke ervaringen en opvattingen. Direct daarmee verbonden is haar leven als megastar (zoals Dame Edna het noemt, een creatie van Barry Humphries, een vriend nog uit de wilde Australische jaren) en media-personality. Ten slotte is er dan nog de Germaine Greer, die verstand heeft van tuinen – en daarover schrijft –, die dol is op koken, die in haar huis in Italië dweept met de Italiaanse mannen en op haar boerderij in Engeland kippen en ganzen houdt, rondreist door ontwikkelingslanden, het publiek geen detail van haar menopauze bespaart en de liefde van de moeder voor haar kind bezingt op een manier, waar ze dertig jaar eerder zelf alleen de scherpste hoon voor over zou hebben gehad.

Christine Wallace heeft een boek geschreven over iemand die haar blijft verbazen en die ze in lang niet alles kan en wil volgen. De woede van Greer over dit boek – of over het feit dat iemand anders van de verhalen van haar leven gebruik maakt – is publicitair functioneel, maar slaat inhoudelijk nergens op. Wallace doet haar meer dan recht waar het haar werk en ideeën betreft. Ze laat er ook geen twijfel over bestaan dat we hier met een heel bijzonder soort persoonlijkheid te maken hebben. In Nederlandse termen zou je kunnen zeggen dat Greer in haar eentje Dolle Mina en Man-Vrouw-Maatschappij was, Anja Meulenbelt en Hedy d'Ancona samen en dat dan weer in het kwadraat. Weinig vrouwen hebben deze eeuw het leven van de vrouw in het algemeen zo grondig en blijvend veranderd als juist Germaine Greer. Dat is niet eens zozeer een kwestie van oorspronkelijkheid van ideeën, veel belangrijker is de oorspronkelijkheid van de persoonlijkheid. De televisie heeft die oorspronkelijkheid al vroeg herkend en dat heeft haar de kans geboden haar ideeën en haar opvattingen voor een wereldpubliek te presenteren, niet één keer of eventjes, maar al dertig jaar lang. Ze is een legende geworden, ze heeft geschiedenis gemaakt en ze heeft nog toekomst, want ongetwijfeld zal ze op haar zeventigste het debat over de lusten en lasten van de ouderdom een nieuwe en persoonlijke wending weten te geven.

Catharine Wallace: Germaine Greer: Untamed Shrew.

Faber & Faber, 333 blz. ƒ68,75