Kramp in VVD over rol senaat

De VVD in de Tweede Kamer heeft heldere ideeën over beperking van de rol van de senaat. De VVD aldaar is zover nog niet.

De coalitiepartners van PvdA en D66 worden bedankt. Kan er binnen de VVD nog slechts op fluistertoon worden gepraat over het beknotten van de rol van de Eerste Kamer, beginnen PvdA'er De Cloe en D66'er Scheltema in de Tweede Kamer uitdagende taal te spreken.

De Cloe toonde zich deze week verheugd dat de VVD wil meewerken aan een verregaande vorm van staatkundige vernieuwing. Scheltema ging nog een stap verder. Ze wil ,,het ijzer smeden'' nu het heet is. Ze speelde zelfs met de gedachte een commissie van Tweede- én Eerste-Kamerleden op te richten die zich zou moeten buigen over de positie van de senaat – een suggestie waarvoor ze in de Kamer overigens onvoldoende steun kreeg.

VVD-leider Dijkstal probeerde afgelopen voorjaar een dreigende crisis rondom het referendum te bezweren met het nadrukkelijke verzoek de VVD-senaatsfractie niet te tarten. De liberale collega's `van de overzijde' (van het Binnenhof) wensen zichzelf niet uit te leveren aan coalitiedwang. Dat gold toen en dat geldt des te sterker bij de discussie over de Eerste Kamer.

Binnen de VVD wordt het gesprek over de senaat omzichtig opgebouwd. Het partijbestuur heeft op een VVD-bijeenkomst in juni aangekondigd dat het een discussie wenst over de mate waarin de VVD-senaatsfractie ook is gebonden aan regeerakkoorden. Het mag een `open gesprek' zijn, maar de VVD-top zal daarin een krachtig standpunt innemen: de indirect gekozen Eerste Kamer dient de direct gekozen Tweede Kamer niet te overvleugelen met zwaar beladen politieke stellingnames. De liberale senaatsfractie zou dat beginsel eerst nog eens expliciet moeten erkennen, waaruit vervolgens logischerwijs zou voortvloeien dat de VVD-senatoren ook gebonden zijn aan politieke akkoorden die in de Tweede Kamer zijn gesloten. Pas als die discussie achter de rug is, kan zaken worden gedaan over het wijzigen van de bevoegdheden van de Eerste Kamer.

Binnen de VVD-fractie in de Tweede Kamer bestaan al heldere ideeën over de mate waarin de Eerste Kamer terrein zou moeten prijsgeven. Onder leiding van het fractielid Te Veldhuis is een notitie voorbereid met een reeks voorstellen. Daarin wordt onder meer bepleit dat de senaat een tweederde meerderheid nodig heeft om wetsvoorstellen af te stemmen. Wetsvoorstellen die met meer dan de helft en minder dan tweederde van de stemmen zijn verworpen, zouden naar de Tweede Kamer moeten worden teruggestuurd. De Tweede Kamer zou deze wetsvoorstellen vervolgens zelf definitief moeten kunnen vaststellen.

De VVD-fractie in de Tweede Kamer stelt verder voor om grondwetswijzigingen, die altijd in tweede lezing door een tweederde meerderheid van beide Kamers moeten worden goedgekeurd, in de toekomst door een verenigde vergadering te laten behandelen. Dat zou betekenen dat de Tweede Kamer (met 150 leden) een duidelijk overwicht krijgt tegenover de Eerste Kamer (met 75 leden). Over de wijze van verkiezing van de senaat wordt een voorkeur uitgesproken om de Kamer opnieuw – zoals voor 1983 het geval was – voor zes jaar te kiezen, waarbij elke drie jaar de helft van de senatoren zou moeten worden vervangen. Verder wordt gesuggereerd een deel van de leden uit de Eerste Kamer uit Provinciale Staten te laten voortkomen, om de regionale binding van de senaat te versterken.

De nieuwe voorzitter van de VVD-senaatsfractie, Van den Broek-Laman Trip, wil nog niet reageren op de gedachten die leven binnen de Tweede-Kamerfractie, zolang de interne discussie nog niet is afgerond. ,,Op zichzelf is het bekend dat wij al jaren absoluut geen voorstander zijn van het verlenen van een terugzendrecht aan de senaat'', zegt zij. Verder stelt Van den Broek de vraag ,,of het überhaupt opportuun is de hele discussie over de senaat opnieuw te openen. Dat is een vraag die eerst beantwoord moet worden.''

Het kabinet zal volgende maand de discussie over de Eerste Kamer weer doen opleven met de publicatie van een notitie, waarin vooral veel varianten zullen worden opgesomd en waarin nog weinig keuzes worden gemaakt. De paarse coalitie beschikt in de Eerste Kamer slechts over de kleinst mogelijke meerderheid (38 zetels) en grondwetswijzigingen kunnen er worden tegengehouden door het CDA en de kleine christelijke fracties (26 zetels). Die politieke realiteit alleen al maakt het noodzakelijk de discussie over de positie van de Eerste Kamer met uiterste omzichtigheid te voeren. Zoals een Tweede-Kamerlid opmerkt, met een veel gebruikte metafoor: ,,Het is met de kalkoen slecht praten over het kerstdiner.''