Geluk is strafbaar

NEW YORK. Vier merkwaardige gebeurtenissen vonden plaats op één dag.

Mijn moeder belde om te zeggen dat ze nog een half jaar te leven had; Gillette kelderde; ik kocht mijn tweede draagbare telefoon, nadat ik de eerste verloren was op het strand en aan het eind van de dag besloot ik onverwachts af te reizen naar Washington DC.

Ze belt wel vaker om te zeggen dat ze nog een half jaar te leven heeft. Soms is het ook vier maanden.

,,Het komt allemaal wel goed'', zei ik, ,,je bent net een jong veulen.''

,,Dat zeg jij'', zei ze, ,,ik heb het nagelezen in een medisch handboek.''

,,Maar mama, je moet niet zoveel in medische handboeken lezen.''

Behalve de stukken die ik schrijf, leest mijn moeder bijna uitsluitend medische handboeken.

,,En de dokter zat ook overdreven lang aan mijn borst. Voor de rest was hij nergens in geïnteresseerd. Maar aan mijn borst bleef hij maar frunniken.''

,,Hij deed een onderzoek'', zei ik.

,,Nee, nee. Hij kon er niet van af blijven. Vroeger zaten de doktoren ook altijd overdreven lang aan mijn borst, maar daar heb ik papa natuurlijk nooit iets van verteld.''

,,Nee, natuurlijk niet'', zei ik. ,,Maar als je het vervelend vindt dat hij zolang aan je borst zit, moet je er iets van zeggen.''

,,Ik vind het helemaal niet vervelend. Hij was van me gecharmeerd. Ik zag het ook aan de manier waarop hij naar me keek, met van die pretoogjes. Hij vond me een mooie vrouw.''

,,Het komt allemaal goed'', zei ik nog een keer.

Ik moest naar de telefoonwinkel.

,,En als ik bijna honderd ben'', ging ze verder, ,,dan moet er een mevrouw worden ingehuurd die met mij gaat wandelen. En die moet dan ook jouw stukken kopiëren, dan kan ik ze inplakken. Ik zeg het je nu alvast.''

,,Ik ga nu een draagbare telefoon kopen'', zei ik, ,,dan kan je me altijd bereiken. Als er iets is.''

,,Nou, dat weet ik nog niet'', zei mijn moeder, ,,als het heel erg duur is om naar zo'n draagbare telefoon te bellen dan spreek ik het wel in op je antwoordapparaat.''

Toen schafte ik mijn draagbare telefoon aan.

Ik zette hem op vibreren, want dat harde gepiep in het openbaar, daar houd ik niet van.

Ik deed de telefoon in mijn broekzak, zodat ik het meteen zou voelen als iemand me belde.

Het was het nieuwste model. Maar er was iets mis met dit exemplaar.

Hij begon ook te vibreren als niemand me belde.

Ik voelde hem duidelijk trillen, want hij trilde nogal hard, dan haalde ik hem uit mijn broekzak en riep, `hallo, hallo', maar dan was er niemand aan de andere kant van de lijn.

Binnen twee uur was ik terug bij de telefoonwinkel.

Op straat had ik al geoefend wat ik zou gaan zeggen: ,,Mijn telefoon vibreert ook als niemand me belt.''

De dame van de telefoonwinkel bekeek mij en mijn telefoon onderzoekend.

Nu trilde hij natuurlijk niet.

,,Misschien is er een ondeugdelijk exemplaar van de band gerold'', zei ik.

,,Er rollen geen ondeugdelijke exemplaren van de band.''

,,Juffrouw, ik ben niet gek'', zei ik, ,,deze telefoon begint helemaal uit zichzelf te trillen. Noemt u dat een deugdelijk exemplaar?''

Daar had ze geen antwoord op.

,,We zullen hem onderzoeken'', zei ze, ,,en dan geven we u wel zolang een reservetelefoon mee.''

Ik draaide me om en op een televisie die ze in de telefoonwinkel hadden opgehangen, zag ik dat Gillette gekelderd was.

`Gillette haalt verwachtingen derde kwartaal niet', stond groot op het scherm.

Zelf had ik die ook niet gehaald, maar ik ben geen scheermes.

Met mijn reservetelefoon belde ik een kennis in Vermont, die me wel eens wat geld leent. Hij heeft mijn moeder nog gekend.

,,Met mij'', zei ik, terwijl ik naar het televisiescherm bleef staren. ,,Gillette is gekelderd. Ik heb Gillette, en ik denk dat we nu bij moeten kopen. Als je me twintigduizend leent, betaal ik je binnen een maand met rente terug.''

,,Ik zit op de wc'', zei de kennis, ,,en ik leen je niets meer.''

,,Mensen blijven zich scheren, steeds meer vrouwen gaan zich scheren, mensen gebruiken scheermessen om zich van kant te maken; Gillette gaat weer omhoog.''

,,Jij bent niet goed wijs'', zei de kennis.

Toen bezocht ik een taartjeswinkel waar ik twee minderjarige Françaises ontmoette. Dat ze minderjarig waren ontdekte ik pas later.

,,Waarom kijk je zo verdrietig?'' vroegen ze.

,,Gillette is gekelderd'', zei ik, ,,en mijn moeder heeft nog een half jaar te leven.''

,,En daarom zit je je hier vol te stoppen met taartjes'', zei de ene.

Ze zag eruit als rondwandelend kattenkwaad en ze keek alsof ze de wereld kende als haar broekzak.

,,Ik stop me wel vaker vol met taartjes'', zei ik.

Op dat moment besloot ik dat het doel van het leven kattenkwaad is.

De minderjarigen heetten Penelope en Sultana.

Penelope wilde tien kinderen en naar Washington om het Witte Huis te zien. Ze noemde zichzelf Pene.

De middag was ongemerkt overgegaan in de avond en de avond in de ochtend, en toen we dat eenmaal in de gaten hadden, namen we de eerste trein naar Washington. Gillette was gekelderd, mijn moeder beweerde dat ze nog een half jaar te leven had en twee minderjarigen wilden het Witte Huis zien. Als ik een andere keus had, was me dat even ontgaan.

Om ons heen zaten slaperige forenzen. Wij waren ook slaperig, maar geen forens.

,,Wat doet je moeder?'' vroeg Pene.

Ik keek uit het raam.

,,Mijn moeder die ontmoet mensen'', zei ik, ,,doktoren, mannen.''

,,En jij ontmoet minderjarige vrouwen'', zei Pene.

Ze waren erg wijs voor hun leeftijd. Erg illusieloos ook.

,,Zo kun je het zeggen'', zei ik.

,,In dit land ben je op je 17de nog minderjarig en dan is het strafbaar'', zei Pene triomfantelijk, ,,wist je dat?''

Ik knikte.

,,We kunnen zeggen dat je ons ontvoerd hebt'', zei Sultana.

Alles wat ik in mijn leven heb bereikt, had ik te danken aan verhalen.

Zonder verhalen lichtte ik nog altijd de sociale dienst op. Niet dat daar iets mee is, het is zelfs behoorlijk romantisch. Maar op lange termijn zet het weinig zoden aan de dijk.

En nu zat ik in de trein naar Washington met twee minderjarige Françaises. Ik was nog niet strafbaar maar daarmee was alles gezegd.

Allerlei verplichtingen was ik niet nagekomen.

Ik had heel ergens anders moeten zijn.

Ik moest een verhaal bedenken om me hier uit te praten. Ik kon niet zeggen, `ja sorry, ik ben met twee minderjarige Françaises naar Washington afgereisd.'

Dat was geen rendabel excuus.

Zoals ik verhalen had uitgevonden, had ik mezelf uitgevonden.

Maar de uitvinding beviel niet. En iedere uitvinder heeft het recht zijn uitvinding te vernietigen.

's Avonds waren we weer terug in New York.

Het was een prachtige dag geweest. Alleen het Witte Huis viel tegen.

,,Ik bel jullie'', zei ik in de stationshal.

Toen haalde ik mijn telefoon uit mijn broekzak en gaf die aan Pene.

,,Hier'', zei ik, ,,ik bel je.''

,,Nee'', zei Pene, ,,dat kan ik niet aannemen.''

,,Niemand heeft het nummer, alleen mijn moeder, maar die belt toch niet. Neem het nou maar'', zei ik.

Pene had de telefoon al in haar hand.

Ze waren hier nog een week.

Ik vroeg me af wanneer ik voor het laatst had gehuild.

,,Op een dag bel ik mezelf en dan krijg ik jou aan de telefoon. Misschien is dat wel geluk.''

Dat gaf de doorslag. Pene wilde me graag gelukkig maken. En ik vroeg me af of er zoiets bestond als strafbaar geluk.

,,Bedankt'', zei ze, ,,bedankt voor alles. En voor de telefoon.''

,,Je kan er niet mee naar Frankrijk bellen'', zei ik, ,,alleen binnen de Verenigde Staten en naar Hawaii.''

Ik wandelde naar huis.

Wat een puinhoop liet ik achter.