Europese snelheden

OOIT MAAKTE de Europese Gemeenschap zich zorgen over het verschil in tempo tussen grofweg de rijkere noordelijke en armere zuidelijke lidstaten. Een `Europa van twee snelheden' kon eigenlijk niet. Samen uit samen thuis, was het motto. Dit is, door de val van de Muur en de oorlogen in voormalig Joegoslavië, al enige tijd onhoudbaar geworden. Sinds woensdag is het oude uitgangspunt welhaast 180 graden gedraaid. Als het aan voorzitter Prodi van de Europese Commissie ligt, gaat de EU komende jaren in vijf verschillende versnellingen draaien. Behalve met Cyprus, Estland, Hongarije, Polen, Slovenië en Tsjechië wil Brussel ook de onderhandelingen openen met Bulgarije, Letland, Litouwen, Malta, Roemenië en Slowakije. Bovendien gaat de deur naar `kandidaat' Turkije weer op een kier. Deze drietrapsraket maakt de Europese eenwording begin eenentwintigste eeuw tot een zeer gecompliceerde versnellingsbak.

Prodi maakt zich daarover geen zorgen. Volgens hem biedt dit ,,flexibele multitempo'' kansen om de Europese eenheid die, zoals Prodi heeft vastgesteld, sinds de breuk tussen Rome en Constantinopel in 1054 alleen met geweld is bevochten, nu langs politieke weg te herstellen.

DE KOERS die Prodi wil varen is interessant. Indachtig het adagium `het doel is niets, de beweging is alles' gokt hij er op dat het proces zelve de dynamiek zal teweegbrengen die nodig is om de kandidaatleden aan te sporen zichzelf de duimschroeven aan te draaien.

Kanttekeningen zijn niettemin geboden. Bij de uitbreiding van de EU strijden steeds twee belangen om de voorrang: het economisch haalbare en het politiek wenselijke. Het economische uitgangspunt (de markt) veronderstelt dat convergentie vooraf gaat aan eenwording. Het politieke doel (de democratie) daarentegen vereist aandacht voor het feit dat de geschiedenis het continent nu eenmaal heeft verdeeld en dat de achterblijvers daarvan niet de dupe mogen worden. Hoewel economische belangen de voorwaarden scheppen voor eenwording, mag dit politieke aspect niet onderschat worden. De verkiezingsoverwinning van Jörg Haider in Oostenrijk en de reacties daarop in het buitenland illustreren dat de integratie van de huidige vijftien al geen simpel abc is.

De verschillen tussen de twaalf kandidaten voor het EU-lidmaatschap zijn nog groter. In een paar landen (zoals Polen en Tsjechië) stagneren de economische en bestuurlijke hervormingen onder invloed van de binnenlandse verhoudingen. In sommige staten (Slovenië en Litouwen) zijn ze pas begonnen of moet het startsein daarvoor nog gegeven worden (Roemenië). In veel kandidaatlidstaten liggen grensoverschrijdende politieke conflicten op de loer, bijvoorbeeld omdat de positie van etnische minderheden niet is geregeld of die regels niet zijn uitgevoerd. In Turkije liggen de rechten van de mens over een nog bredere linie zwaar op de maag. En in één geval (Cyprus) is zelfs de internationale status een bron van voortdurende spanning.

PRODI KAN dan ook in zijn eigen mes lopen. Ten eerste omdat de uitbreiding van de EU met deze twaalf kandidaten een bestuurlijk razend gecompliceerd en dus kostbaar proces is. Ten tweede omdat de ontwikkelingen aan de nieuwe oostgrens van de EU roet in het eten kunnen gooien. Hoe graag de kandidaten uit Centraal- en Oost-Europa ook Westers willen worden, de invloed van Rusland is er nog niet tot een verwaarloosbare factor gereduceerd. Juist langs de rand van de beoogde Europese Unie – in het Balticum en de Balkan – is het zwalkende Rusland voelbaar. Ten derde omdat de EU de kandidaten niet tot Sint Juttemis in de wachtkamer kan laten zitten. Eindeloos antichambreren zal de Eurosceptici in die landen wind in de zeilen geven. Een versnellingsbak met vijf acceleraties is alleen zinvol als de auto bestuurbaar blijft.