Eigen doelpunt eindigt in dodelijke schoten

De passie voor het voetbal houdt in Zuid-Amerika niet op bij vloeken en tieren. Hoe ver de hartstocht gaat, wordt duidelijk in films over het Latijns-Amerikaanse voetbal die tot en met volgende week in Rotterdam en Amsterdam te zien zijn.

Andres Escobar was 27 jaar, stond op het punt te gaan trouwen, had zich losgeworsteld uit de greep van de misdaad in zijn geboortestad Medellin en speelde in het Colombiaanse voetbalelftal op het wereldkampioenschap in de Verenigde Staten. Wat kon hij zich die hete zomer van 1994 nog meer wensen? Een paar dagen later was hij dood en begraven.

Als hij zijn been niet had uitgestoken en de bal niet had geraakt, zou de Colombiaanse verdediger nu misschien nog leven. Een fractie van een seconde sneller en hij zou als een held bejubeld zijn. Een halve tel langzamer en er was niets aan de hand geweest.

Maar Escobar kwam precies op het verkeerde moment. De Colombiaanse nummer 2 spande zich tot het uiterste in om een voorzet te onderscheppen die bedoeld was voor een vrijstaande Amerikaan. Met zijn teen toucheerde hij nog net de bal, zodat die in eigen doel belandde. Het was de beslissende treffer in het door de Verenigde Staten met 2-1 gewonnen duel in de eerste ronde van het wereldkampioenschap in 1994. Colombia was uitgeschakeld. Vijf dagen later werd Escobar vlak na zijn terugkeer in Colombia vermoord. Twaalf kogels doorboorden zijn lichaam, terwijl zijn belagers bij elk schot `goal' schreeuwden.

De tragische laatste dagen van het leven van Escobar staan centraal in de Engelse documentaire Escobar's own goal van Michael Hewitt die deze week in Rotterdam is te zien. De in 1998 opgenomen film bestaat uit drie delen. In het eerste deel wordt een beeld geschetst van het belang van voetbal in het door misdaad en corruptie verscheurde Colombia. Met een dekking van ongeveer tachtig procent van de wereldmarkt is het land de grootste producent van cocaïne ter wereld. Maffiabazen als Pablo Escobar (geen familie) pompten jarenlang grote hoeveelheden geld in kleine clubs in de sloppenwijken van Medellin, een eenvoudige manier om de sympathie van het volk te winnen en tegelijkertijd zwart geld wit te wassen.

In deel twee staat de gewelddadige dood van Andres Escobar centraal. Werd de voetballer vermoord omdat hij een eigendoelpunt maakte of was hij die avond gewoon een van de veertig slachtoffers van geweld in Medellin, de stad waar gemiddeld tachtig mensen per week een niet-natuurlijke dood sterven? De makers van de documentaire, die dankzij archiefbeelden van de club en interviews met spelers een aardig beeld geeft van het Colombiaanse voetbal, laten de vraag onbeantwoord. Escobar kan ook vermoord zijn in opdracht van maffiosi die weddenschappen hadden afgesloten op het nationale voetbalteam. Maar zolang de moordenaar, veroordeeld tot 43 jaar cel, zijn kaken stijf op elkaar houdt, valt niets te bewijzen.

In deel drie van Escobar's own goal komen spelers, coach en familieleden aan het woord. Ze geven toe met de dood te zijn bedreigd. De wedstrijd moet gewonnen worden, anders kost het je je leven. ,,Ik word moe van die bedreigingen'', zei stervoetballer Asprilla. ,,Maar die warme dag in `94 in de Verenigde Staten is moeilijk te vergeten.''

De Braziliaanse film Garrincha, alegria do povo (Garrincha, held van het volk) van Joaquim Pedro de Andrade geeft een vrolijker beeld. De opnamen uit 1962, die na lang zoeken werden gevonden in een kelder van het Museum van Moderne Kunst in Rio de Janeiro, toont het sprookje van de kreupele jongen uit een dorpje nabij Rio die uitgroeit tot een held.

Manuel Francisco dos Santos, beter bekend onder Garrincha, maakte die droom waar. Ondanks zijn kromme benen – het linkerbeen was naar binnen gebogen terwijl zijn zes centimeter kortere rechterbeen naar buiten boog – dribbelde hij er op los en passeerde tegenstanders met schijnbaar groot gemak. Misschien had hij zijn status als balkunstenaar juist wel te danken aan zijn misvormde onderstel.

Garrincha, een bijnaam die hij verwierf door zijn obsessie voor het winterkoninkje, is een legende in Brazilië. Samen met Pelé speelde hij eind jaren vijftig, begin jaren zestig menig tegenstander dol. Garrincha speelde zestig wedstrijden voor het nationale team en won twee keer de wereldtitel. In 1958 schitterde hij aan de zijde van Pelé, vier jaar later deed hij ondanks hevige koorts zijn geblesseerde collega even vergeten.

De film is een document met prachtige maar onsamenhangende zwartwitbeelden die zijn gemaakt op het hoogtepunt van Garrincha's loopbaan. Garrincha, zijn roemloze einde als berooide drankverslaafde ten spijt, verdient meer dan een reeks bijeengeveegde opnamen van passeerbewegingen.

Festival Latino Americano de Cine y Literatura, Rotterdam in Theater Lantaren/Venster (13-20 oktober), Amsterdam in De Balie, het Filmmuseum, De Melkweg en het Tropeninstituut (14-24 oktober)