Een erotisch Panorama Mesdag

De kunstcollectie van Soekarno is `onvindbaar' stelt de biograaf van de eerste Indonesische president vast. Maar een deel hangt heus in het presidentieel paleis in Jakarta.

Soekarno, de eerste president van de Republiek Indonesië, was een groot kunstliefhebber en -verzamelaar. Vanaf de onafhankelijkheid van de Indonesië in 1945 kocht hij persoonlijk of via tussenpersonen op grote schaal kunstwerken aan. Van Indonesische kunstenaars, en ook van Europese kunstenaars die zich op Bali hadden gevestigd, zoals Rudolf Bonnet, Willem Hofker, Roland Strasser, Theo Meier en Jean Le Mayeur. De aristocratische Belg Le Mayeur werd de `Paul Gauguin van Bali' genoemd. Hij schilderde vooral halfnaakte danseressen zoals zijn Balinese vrouw Ni Pollok.

De Nederlander Willem Hofker schilderde eveneens lieflijke Balinese vrouwen met ontblote borsten. Andere favoriete onderwerpen van deze schilders, die door Soekarno werden aangekocht, waren tropische landschappen, sawa's, tempels en dorpstaferelen: `Mooi Indië-romantiek'.

Aan het Soekarno-tijdperk kwam een einde na een vermeende communistisch couppoging in 1965, die werd neergeslagen door legercommandant Soeharto. Wat gebeurde er met de kunstcollectie die Soekarno, die in 1970 overleed, in ruim twintig jaar had opgebouwd?

`De uitgebreide schilderijencollectie die Soekarno bezat en die in vijf dikke delen is gecatalogiseerd, is onvindbaar', schrijft Lambert Giebels in het eerste deel van zijn pas verschenen biografie Soekarno, Nederlandsch onderdaan. Hij baseert zich op een gesprek dat hij had met Soekarno's jongste dochter Sukmawati Soekarnoputri.*

Dat is opmerkelijk. Want vorig jaar zond het actualiteiten-programma Netwerk een vraaggesprek uit met de nieuwe Indonesische president Habibie. Er werd gefilmd in de statige gangen, de audiëntieruimte en werkkamer in het paleis in Jakarta. Daar waren fraaie landschaps- en portretschilderijen te zien, duidelijk te herkennen als werken uit de collectie Soekarno, zo valt op te maken aan de hand van Soekarno's eigen vijfdelige catalogus. Het ging overigens om de neutralere landschappen en portretten: waar de meer erotische schilderijen uit zijn collectie zijn, blijft onduidelijk.

Bali

Soekarno onderhield veel contacten met kunstenaars op Bali. Hij had een buitenhuis in Tampaksiring, ongeveer tien kilometer van het kunstenaarsdorp Ubud, op Bali. Sinds begin jaren vijftig onderhield hij persoonlijk contact met een aantal kunstenaars onder wie de Nederlandse schilder Rudolf Bonnet, die jarenlang in Ubud woonde en werkte. Soekarno - volgens Bonnet amicaal in de omgang - verstrekte hem soms een opdracht voor een schilderij zoals De rijstoogst. Dit prominente werk van twee bij een meter zou later in de eetzaal van Soekarno's paleis te Bogor (Buitenzorg) hangen - waar hij vanaf 1967 tot zijn dood leefde, in feite als gevangene.

Tijdens een atelierbezoek bij Bonnet toonde Soekarno zich geïnteresseerd in een groot doek met de Italiaanse titel Famiglia d'Anticoli uit 1952. Bonnet vroeg er 5000 roepia's voor. Soekarno probeerde nog af te dingen maar de schilder ging daar niet op in. Uiteindelijk kocht Soekarno het werk, maar tegen welke prijs is niet bekend.

Soekarno had bedongen als eerste foto's en exacte informatie over Bonnets voltooide schilderijen te ontvangen. Zo komt het dat bijna alle grote stukken die Bonnet in de jaren vijftig op Bali maakte in de verzameling van Soekarno zijn terecht gekomen. In zijn kunstcollectie bevinden zich in totaal veertien schilderijen van Bonnet. In 1957 echter weigerde Bonnet een olieverfschilderij van zijn vaste model aan Soekarno te verkopen. De kunstenaar wilde dit dubbelportret in eigen bezit houden. Hij bood de president een werk aan van een ander model in dezelfde positie. Maar dat wilde Soekarno niet. Hij stuurde een vertegenwoordiger naar de schilder met de opdracht het betreffende portret alsnog te kopen. Tenslotte werd dit werk Dua orang gadis (twee jonge vrouwen) in de kunstverzameling van Soekarno opgenomen.

Naar verluidt wilde Soekarno - tijdens een ander atelierbezoek bij de Spaanse schilder Antonio Blanco te Ubud - een bepaald werk graag hebben. Blanco merkte echter op dat het nog niet helemaal af was. Toen Soekarno enige tijd later terugkwam was het schilderij nog steeds niet voltooid. Zo heeft Blanco dit werk uit zijn handen weten te houden. Maar zes andere olieverfschilderijnen bevinden zich wel in Soekarno's kunstcollectie.

Vechthaan

De Oostenrijkse schilder Roland Strasser woonde van 1935 tot 1945 in het plaatsje Kintamani gelegen op de helling van de vulkaan Batoer op Bali. Strasser schilderde vele danseressen maar ook stoere mannen met vechthaan en het populaire hanengevecht op Bali. Er bevinden zich in de collectie Soekarno verschillende doeken van Strasser met vechthanen, zoals een groot olieverfschilderij van een Balinese man met prominent in beeld een witte vechthaan.

De Nederlandse ex-KNIL majoor Henry Schmidt (die in 1971 overleed) beweerde dat dit werk onrechtmatig in Soekarno's bezit was gekomen. Na de Indonesische onafhankelijkheid had Schmidt de dienst verlaten en werkte als makelaar te Bandoeng. Hij bezat het vechthaan-doek en wilde het in 1950 verkopen. De Indische schilder Ernest Dezentjé, goed bevriend met Soekarno, bemiddelde bij deze transactie. Hij toonde het schilderij aan de president, die het graag wilde hebben. Schmidt vroeg 8000 roepia's maar Soekarno wilde niet meer dan 6000 betalen. Schmidt bleef bij zijn prijs en een paar dagen later kreeg hij het doek onverkocht terug.

In december 1953 werd Schmidt gearresteerd. Hij werd ervan verdacht een handlanger te zijn van kapitein Raymond Westerling, die in 1946/47 verantwoordelijk was geweest voor gruwelijke zuiveringsacties op Zuid-Celebes. Na de mislukte coup van Westerling in januari 1950 tegen de jonge Indonesische Republiek zou Schmidt voor de Nederlands-Indische Guerrilla Organisatie (NIGO) op West-Java hebben gewerkt. Poncke Princen, Indië-deserteur en de latere strijder voor mensenrechten in Indonesië, stelt in zijn levensverhaal Een kwestie van kiezen (Bzztoh, Den Haag, 1995) dat deze beschuldigingen verzonnen waren. Maar in het onlangs verschenen boek Villa Maarheeze over onze Inlichtingendienst Buitenland, worden toch vragen opgeroepen over zijn onschuld ten aanzien van spionage (Sdu, Den Haag, 1998). Schmidt werd door de Indonesische rechter schuldig bevonden en veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. Later werd het vonnis gewijzigd en kwam hij in 1959 weer vrij. Hij schreef over zijn gevangenschap het boek In de greep van Soekarno (Sijthoff, Leiden, 1961). Daarin stelde Schmidt dat bij zijn arrestatie het schilderij `Balinese man met vechthaan' door de Bandoengse politie in beslag was genomen, die het doek later als cadeau aan de president had gegeven. Ook was dit schilderij - nog steeds volgens Schmidt - in de omvangrijke catalogus van Soekarno's verzameling uit 1956 opgenomen. Maar dat blijft vooralsnog onduidelijk omdat Strasser een aantal bijna identieke olieverfschilderijen van een Balinese man met een vechthaan heeft gemaakt.

Veel van de Europese kunstenaars op Bali van wie Soekarno werk verzamelde, vertrokken in de loop van de jaren vijftig, toen de politieke situatie steeds moeilijker werd. De schilder Rudolf Bonnet, prominent in Soekarno's collectie, moest na het steeds hoger oplopende conflict om Nieuw-Guinea eind 1957 het land verlaten, en kwam gedesillusioneerd terug in Nederland. Hij was eerder al overvallen door rampokkers: zijn huis werd leeggehaald, maar hij bleef ongedeerd, vertelt zijn biografe, dr. De Roever-Bonnet. Slechter liep het af met de bejaarde Belgische schilder Le Mayeur. Hij werd in zijn huis op Zuid-Bali overvallen, en liep een grote steekwond op aan zijn schouder.

In Soekarno's collectie bevindt zich een portret in olieverf van een jonge Balinese vrouw, waarvan de verf is gecraqueleerd. Mogelijk is dit werk later gerestaureerd. Dit kleine schilderij is gemaakt door de Duitse kunstenaar Arthur Jo König, die in de zomer van 1947 ging wonen in de buurt van het koele en hooggelegen kunstenaarsdorp Ubud. Deze idyllische locatie inspireerde hem en hij raakte in de ban van de mystieke Balinese samenleving. Zijn schilderijen van jonge schoonheden, gamelanspelers en processies tonen Bali als een harmonische gemeenschap, maar dit exotische beeld is misleidend. De sfeer op Bali veranderde door de onrustige politieke situatie. Er ging een schok door de kleine Europese samenleving op Bali toen hij in 1953 in zijn woning te Ubud werd omgebracht. Het grootste deel van zijn Balinese schilderijen werd vernietigd of beschadigd.

Luxe albums

Soekarno was trots op zijn kunstcollectie. In 1964 worden vijf groot formaat luxe albums met de titel Paintings and statues from the collection of president Sukarno of the Republic of Indonesia uitgegeven. De eerste vier delen bevatten elk honderd kleurenreproducties van schilderijen, waarvan de helft van Europese kunstenaars die jarenlang op het exotische eiland Bali hadden gewerkt. Het laatste deel betreft zijn collectie beeldhouwkunst en porselein. De samensteller was de Chinees-Indonesische kunstenaar Lee Man Fong, adviseur en schilder bij het presidentiële hof.

Dit was een belangrijke momentopname van Soekarno's kunstbezit. Eerder, in 1956, verschenen twee grote boekwerken en drie jaar later nog twee delen over zijn schilderijencollectie, die door de Indonesische schilder Dullah waren samengesteld. Uit de samenstelling van de collectie blijkt de voorkeur van Soekarno voor nationalistische, romantische schilderijen, die een geïdealiseerd beeld geven van de Indonesische revolutie, het landschap en de vrouw. De Indonesische schilderijen zijn voor het merendeel afkomstig van de drie 'hofschilders' Basuki Abdullah, Dullah en Lee Man Fong. Ze zetten de figuratieve, romantische stijl voort. Maar er zijn ook werken van meer moderne Indonesische schilders zoals Sudjojono, die heroïsche scenes van de onafhankelijkheid op doek vastlegde. Voor Soekarno was zijn kunstverzameling van nationaal belang. Westerse diplomaten en journalisten werden door hem hoogstpersoonlijk rondgeleid langs de schilderijen.

De Nederlands-Amerikaanse verslaggever Sam Waagenaar die in 1957 in Indonesië was, bezocht Soekarno in zijn paleis te Jakarta. Waagenaar vertelde me enige maanden voor zijn overlijden in 1997: ,,Het was een ontspannen gesprek in het Nederlands. Soekarno liet me zelfs zijn grote privécollectie schilderijen zien. Hij eindigde de conversatie met de vertrouwelijke opmerking dat hij zo graag naar Nederland wilde komen om de koningin te ontmoeten.'

Tijdens een andere audiëntie vroeg Soekarno aan de journalist Hans Beynon of hij soms een kunstwerk van zijn oom, de landschaps- en portretschilder Jan Daniël Beynon - die eind vorige eeuw een atelier aan de Molenvliet te Batavia had - voor zijn verzameling mocht aanschaffen. Beynon antwoordde dat deze werken niet te koop waren.

Amateurschilder

Soekarno verzamelde niet alleen schilderijen, hij was zelf amateurschilder van realistische portretten. Zo werd in het standaardwerk van zijn verzameling ook zijn olieverfschilderij van de Indonesische vrouw Rini uit 1958 gereproduceerd.

In februari 1965 vertelde hij aan de Newsweek-correspondent Bernard Krisher: ,,Ik heb een schildersezel en palet en verf klaar staan en als een gedeelte van een aangekocht schilderij mijn instemming niet heeft, verfraai ik het een beetje.' Krisher noemt deze handelwijze een ultiem bewijs van zijn grote ijdelheid (Newsweek 15 februrari 1965).

Na de machtsgreep van Soeharto bleven de meeste schilderijen in het paleis te Bogor hangen. De journalist Joop van den Berg was aanwezig bij het staatsbezoek van koningin Juliana en prins Bernhard in september 1971 in Indonesië. Hij bezocht eveneens het paleis in Bogor met als hoogtepunt een rondgang langs de schilderijencollectie van Soekarno. Joop van den Berg in zijn boek Een Mors Huis (uitg. Conserve, 1991): `De tientallen schilderijen in de grote zalen vormden een soort erotisch Panorama Mesdag. Vrouwen alom, waar je ook keek. Overigens had president Soeharto, een gelovig islamiet, de meest aanstootgevende doeken laten verwijderen.'

De kunstverzamelaar Soekarno en zijn voormalige minister Adam Malik hebben met hun collecties in de jaren vijftig en zestig een trend gezet. De rijke middenklasse uit het Indonesië van de jaren tachtig en negentig ging ook schilderijen collectioneren. Over de schilderijenverzameling van ex-president Soekarno werd soms badinerend gesproken. Het zou de grootste collectie vrouwelijk naakt van Zuidoost-Azië zijn. In het calvinistische Nederland van de jaren vijftig werd Soekarno's artistieke voorkeur als bijkans pornografisch beschouwd. Maar overeenkomstige schilderijen van dezelfde kunstenaars brachten in de jaren negentig bij de veilinghuizen Sotheby's en Christie's in Amsterdam, London en Singapore indrukwekkende bedragen op.

Soekarno had grootse plannen met zijn kunstcollectie. Hij vertelde in 1965 aan zijn biografe, de Amerikaanse journaliste Cindy Adams dat hij zijn schilderijen zou nalaten aan het Indonesische volk. Deze collectie zou dan in een nog op te richten Nationaal Museum moeten worden gehuisvest. Dat museum is er nooit gekomen.

* Lambert Giebels, Soekarno, Nederlandsch onderdaan. Een biografie 1901-1950, uitg. Bert Bakker.

Soekarno's artistieke voorkeur werd in Nederland als bijkans pornografisch beschouwd

Als een detail op een doek hem niet beviel, paste amateurschilder Soekarno het zelf aan