De vogel

Max en Vera hadden een huisdier. Het was een kleine, groene vogel met een oranje snavel waar een bocht in zat. Het was geen parkiet en ook geen papegaai. Het was gewoon een groene vogel met een oranje snavel. Hij was ongeveer zo groot als een duif, maar dan iets kleiner. Hij was op een dag zomaar de tuin binnen komen vliegen en niet meer weggegaan. Het had nog wel een tijdje geduurd voor Max en Vera hem in de gaten hadden. Hij was immers groen, net als de bomen en de struiken in de tuin.

Maar het werd herfst.

De bladeren vielen van de bomen.

En op een dag zagen ze de vogel.

Hij zat op een tak in de eikenboom. Zijn snavel hing een beetje open en zijn veren zaten in de war. Hij had kleine, zwarte oogjes die nogal somber keken.

,,Waar komt die nou vandaan?'', vroeg Vera.

,,Uit Afrika'', zei Max onmiddellijk. Hij wist best wel veel, Max, en dat wou hij ook graag laten merken. Afrika bijvoorbeeld lag heel ver weg en het was er heel heet, ook in de winter.

,,Hij heeft het koud'', zei Vera. Ze stond recht onder de boom en keek omhoog. De vogel bibberde. Af en toe wapperde hij zijn vleugels uit om het wat warmer te krijgen. Dat deden mensen ook, alleen dan met hun armen.

Vera pakte een stok uit het gras en hield hem de lucht in.

,,Wat doe je nou? Pas op!'', riep Max. Hij was bang dat de vogel weg zou vliegen en eigenlijk ook wel een beetje bang voor de vogel zelf. Max was geen held.

De groene vogel zag de punt van de stok langzaam dichterbij komen. Toen de stok voor zijn snavel hing, wipte hij er zomaar op.

,,Ik heb hem'', fluisterde Vera opgewonden.

Max was trots op haar.

Met de vogel op de stok liep Vera voorzichtig de tuin uit, het huis in. Max volgde en deed de deur achter hen dicht. De vogel vloog meteen op, en ging bovenop de kast zitten. Hij zag er al stukken minder zielig uit dan buiten. Vera gaf Max de stok. Nu kon hij het proberen.

Weer stapte de vogel rustig op de stok.

Max hield hem triomfantelijk omhoog. De vogel maakte daarbij een krassend, maar toch vrolijk geluid.

,,Hij vindt ons aardig'', riep Vera.

Nu dook de vogel weer van de stok af. Hij vloog een paar rondjes door de kamer. Hij landde op het hoofd van Vera. Een gek gevoel, die vogelpootjes in haar haar. Ze bleef heel stil staan. Max was ondertussen op een stoel geklommen. Hij wilde ook vliegen. Zo te zien was het ook helemaal niet zo moeilijk. Raar dat Max er nooit eerder aan gedacht aan. Je gooide gewoon je lichaam de lucht in en dan moest dan goed met je armen flapperen.

De groene vogel maakte weer zijn geluid. Hij keek Max aan. Vera stond doodstil. Ze voelde aan de pootjes in haar haar dat de vogel op wilde stijgen. Er zat een soort spanning in. Toen fladderde hij inderdaad op.

Max sprong op van de stoel, wierp zich de lucht in, flapperde met zijn armen en viel keihard op de grond. Hij wilde net keihard `auw' roepen toen de groene vogel naast zijn neus op de grond kwam zitten. De vogel keek hem aan. Max beet op zijn tanden. Hij riep helemaal niets. Hij dacht alleen maar. Doorzetten, dacht hij, ik wil leren vliegen.