Commerciële zorg sterk toegenomen

Psychische klachten worden steeds vaker buiten de reguliere geestelijke gezondheidszorg om behandeld. Die `commerciële' ggz kent geen wachtlijsten, werkt vaak volgens protocollen en spreekt vooraf doel en duur van de behandeling af.

Zeker eenvijfde van de zieke werknemers met psychische klachten wordt al bij `commerciële' instellingen of zelfstandig werkende hulpverleners behandeld.

Dit blijkt uit de inventarisatie van het Leidse onderzoeksbureau Research voor beleid die minister Borst (Volksgezondheid), opdrachtgever voor het onderzoek, gisteren naar de Tweede Kamer heeft gezonden. Borst wil de resultaten gebruiken voor de aanvullende notitie over aparte hulp voor zieke werkenden die ze de Kamer vorige maand toezegde.

Binnen de geestelijke gezondheidszorg is sinds eind jaren tachtig een fors commercieel werkende sector ontstaan. In juni waren er al meer dan twintig volledige commerciële en vaak landelijk werkende instellingen actief. Vijf reguliere inrichtingen hebben een commerciële poot opgezet en in zes gevallen werken commerciële bedrijven intensief met de reguliere zorg samen.

Een belangrijke impuls voor de sterke groei is het belang dat werkgevers, door de privatisering van de Ziektewet, hebben gekregen bij het snel herstel van hun zieke werknemers. Bij zo'n 40 procent van de ziektegevallen zeggen de werknemers psychische klachten te hebben. Bij de reguliere zorg komen deze werknemers op wachtlijsten terecht en krijgen zij daar bovendien niet de op hun situatie afgestemde zorg. Ze hebben bovendien geen wachtlijsten.

Met enige slagen om de arm komt de Research voor beleid tot de conclusie dat de vijf grootste commerciële instellingen dit jaar ruim 20.000 cliënten, meest werknemers, behandelen. Dat is al zo'n 13 procent van de ggz-klanten met een baan.