Briljant debuut van David Mitchell

`The human world is made of stories, not people. The people the stories use to tell themselves are not to be blamed', zegt één van de vele personages in David Mitchells briljante debuutroman Ghostwritten. Mitchell beweegt zich als een soort ghostwriter door de zeer verschillende vertellers van zijn losjes verbonden hoofdstukken – Ghostwritten heeft als ondertitel A Novel in Nine Parts – en geeft blijk van een onthutsende veelzijdigheid.

Alleen al het eerste hoofdstuk, `Okinawa', over een lid van een Japanse sekte die een aanslag heeft gepleegd met gifgas in de metro van Tokio, is een tour de force. De krankzinnige gedachtegang van deze gehersenspoelde geest, vol vertrouwen in `His Serendipity' en de kracht van alfastraling, wordt adembenemend beschreven, zodat het haast jammer is wanneer het volgende hoofdstuk overgaat op een jonge jazzfan in Tokio. Het boek beweegt zich vervolgens verder in westelijke richting, waarbij elk hoofdstuk naar een plaats is genoemd. Via een Nick Leeson-achtige handelaar in Hongkong, en een oud vrouwtje op een heilige berg in China (die daar de hele twintigste-eeuwse Chinese geschiedenis voorbij heeft zien komen) belandt het verhaal in Mongolië. De lichaamloze entiteit die daar de hoofdrol speelt, steeds overstappend op andere mensen op zoek naar zijn eigen oorsprong, lijkt emblematisch voor het hele boek. Verder zien we nog de Petersburgse maffia, een schrijver/popmuzikant in Londen, een Ierse quantumfysicus en het satellietprogramma waar zij aan werkte, dat een eigen intelligentie ontwikkelt en inbelt naar Night Train FM, een praatprogramma in New York, om daar met de DJ te discussiëren over het op handen zijnde einde van de wereld.

Voor elk van deze personages heeft Mitchell een eigen stem gevonden, waarbij hij moeiteloos overstapt van impressionistische beschrijvingen naar gelaten herinneringen, lyrische passages, een liefdesverhaal, thriller of komedie. Er zijn wat losse causale verbanden tussen de verhalen, en steeds terugkerende frasen en motieven, waarbij de vraag opkomt of het gaat om toeval of het noodlot, en of daar eigenlijk verschil tussen is. Verder gaat de roman ook nog over het vertellen van verhalen, de rol van geografie, over geesten, moderne wetenschap en science fiction. Mitchell heeft overduidelijk al zijn talent uit de kast getrokken om indruk te maken, en is daar helemaal in geslaagd.

David Mitchell: Ghostwritten.

Sceptre, 436 blz. ƒ39,95

Magnus Mills grossiert in zwarte ironie

Toen de onbekende Magnus Mills in 1998 genomineerd werd voor de Booker Prize werd hij op slag beroemd als `de schrijvende buschauffeur'. Zijn debuut The Restraint of Beasts bleek een hoogst originele zwarte komedie over twee Schotse arbeiders die hekken bouwen en in het voorbijgaan wat mensen vermoorden. Tot Mills ergernis werd echter steeds gesuggereerd dat hij zijn bijzondere perspectief op zwaar werk en de working classes te danken had aan zijn hoofdberoep. Mills rijdt nu geen bussen meer, maar schrijft nog steeds erg goed, en erg hilarisch, over arbeiders en uitbuiting.

De verteller van zijn net verschenen tweede roman, All Quiet on the Orient Express, is een naamloze, wat onnozele jonge man die aan het einde van het toeristenseizoen besluit om nog één week op de camping te blijven staan van een klein dorpje aan een meer. De eigenaar van de camping, Mr. Parker, biedt hem gratis logies aan, in ruil voor een paar klusjes. Er blijken zoveel klusjes te zijn dat onze verteller besluit om zijn voorgenomen reis naar India uit te stellen en nog een tijdje in het dorpje te blijven hangen. Al snel doet hij er alles, van schilderwerkzaamheden tot aan het huiswerk van Mr. Parkers dochter, en heeft Mr. Parker een advertentie geplaatst in het regionale krantje waarin hij zijn klusjesman aanbiedt. Geld komt er niet bij kijken, er is steeds sprake van `a mutually beneficial agreement'. De ik-figuur denkt ondertussen dat hij er al echt bij gaat horen; hij wordt opgenomen in het plaatselijke dartsteam, gaat naar de pub, krijgt zijn witte bonen in tomatensaus van de kruidenier – de rekeningen zullen later wel vereffend worden.

Het woord deadpan is uitgevonden voor boeken als die van Mills. Zijn verteller observeert, niet gehinderd door enige vorm van introspectie, op volstrekt droge toon allerei minutieuze details, zonder de logische conclusies te trekken, en blijft blind voor de dreigende sfeer in het plaatsje. Mills' dialogen zijn meesterlijk in hun absurde trivialiteit, en doen enigszins aan Beckett denken, maar zijn onderwerpkeuze en merkwaardige zwarte ironie zijn uniek.

Magnus Mills: All Quiet on the Orient Express. Flamingo, 211 blz. ƒ39,95

Giles Foden verdwaalt in de Boerenoorlog

Deze maand wordt in zowel Groot-Brittannië, Zuid-Afrika als Nederland de Boerenoorlog herdacht, die honderd jaar geleden uitbrak en wordt beschouwd als de eerste `moderne' oorlog. Precies op tijd voor alle aandacht rond het onderwerp heeft de Britse auteur Giles Foden er een roman over gepubliceerd, Ladysmith. Foden (1967) baarde vorig jaar opzien met zijn debuutroman The Last King of Scotland, over de relatie tussen een naïeve Schotse arts en zijn lastigste patiënt, Idi Amin. Deels putte hij hiervoor uit zijn eigen ervaringen in het Oeganda van de jaren '70. Voor Ladysmith vond Foden ook een persoonlijke inspiratiebron: de brieven van zijn overgrootvader, die de belegering van het stadje meemaakte als soldaat in het Britse leger. Maar terwijl Fodens debuut opviel door zijn originaliteit en psychologische diepgang, blijkt Ladysmith een tamelijk conventionele en vlakke roman te zijn geworden.

Foden vertelt zijn verhaal vanuit een veelvoud aan perspectieven waardoor hij de oorlog van alle kanten kan belichten. In het belegerde Ladysmith vinden we onder andere de Ierse hotelhouder Kiernan, die in het geheim tegen de Britten werkt. Zijn dochters Bella en Jane zien in de Britse soldaten juist een middel om hun dromen van een vrijer leven te verwezenlijken. In het kamp van de Boeren zijn een gewetensvolle arts en een zwarte vluchteling, van wie de gezinnen zich nog in het stadje bevinden. Vanuit het Engelse leger dat Ladysmith moet ontzetten doet onder meer een `biographer' (cameraman) het woord. Daarnaast voert Foden talloze historische figuren ten tonele, zoals oorlogscorrespondenten van diverse Britse kranten, waaronder Winston Churchill, en Mohandas Gandhi, die meehielp in de ziekenboeg.

Breedte gaat hier echter ten koste van diepte, en het lijkt erop dat Foden wat te ambitieus is geweest in zijn opzet. Bespiegelingen over de `eerste moderne oorlog' en de teloorgang van het Britse Empire probeert hij in te bedden in zijn nauwgezette historische reconstructie, die tegelijkertijd het decor vormt van allerlei liefdesintriges. Het resultaat is langdradig, met veel te veel verantwoorde details en clichématige overgangen tussen hoofdstukken. Foden heeft het script voor een episch kostuumdrama afgeleverd (de filmrechten zijn al verkocht), maar is er niet in geslaagd het stof van zijn overgrootvaders brieven af te blazen.

Giles Foden: Ladysmith.

Faber, 366 blz. ƒ42,55

De Engelse eeuw verteld in honderd gedichten

`News that stays news', luidde Ezra Pounds definitie van literatuur. In de bundel News That Stays News: The Twentieth Century in Poems zijn honderd gedichten bijeengebracht die niet allemaal deze eeuwigheidswaarde bezitten, maar wel een mooi beeld geven van de – vooral Britse – geschiedenis van de eeuw. Samensteller Simon Rae koos voor elk jaar van de eeuw één min of meer contemporain gedicht, en niet meer dan één per dichter. De meeste grote Engelse dichters van de periode zijn hier vertegenwoordigd, maar ook een aantal minder bekende en nieuwe namen.

Het blijken vaak niet de literaire meesterwerken te zijn die de actualiteit het beste weergeven, zoals bijvoorbeeld duidelijk wordt uit Kathleen Emersons bijdrage voor 1912: `Oh! who are these in scant array/ Whom we behold at break of day;/ Strange their attire! oh, who are they?/ The Suffragettes in Holloway'. De belangrijkste gebeurtenissen van de eeuw worden zorgvuldig belicht, waarbij Raes beknopte notenapparaat goed van pas komt. In `A Bride in the 30s' van W.H. Auden komen onder meer Hitler, Mussolini en Marinus van der Lubbe ter sprake. De Tweede Wereldoorlog wordt vertegenwoordigd door Dylan Thomas, Henry Reed en Keith Douglas. Verder lopen de onderwerpen van de bijdragen uiteen van de dood van koningin Victoria tot aan de Ierse Troubles, het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, Rwanda en het millenniumprobleem. Veel gedichten hebben geen directe historische aanleiding, maar slagen er wel goed in de toon en sfeer van de tijd op te roepen. En een enkeling bewijst het gelijk van de titel. T.S. Eliots `The Hollow Men', met strofen als `Shape without form, shade without colour,/ Paralysed force, gesture without motion'; lijkt nu nog net zo actueel als in 1925.

Simon Rae, red.: News That Stays News: The Twentieth Century in Poems. Faber, 174 blz. ƒ42,55

Eerder als hardback besproken:

Michael Cunningham: The Hours.

Fourth Estate, 230 blz. ƒ24,50Bekroonde hommage aan Virginia Woolfs klassieker Mrs Dalloway verweeft de verhalen van drie met existentiële twijfels kampende vrouwen: Virginia Woolf, een Mrs Brown in het Los Angeles van de jaren veertig, en een hedendaagse `Mrs Dalloway' in New York. `Een wondermooie roman.' (Pieter Steinz, 29.1.99)