Bij gebrek aan vadermoord

Toneelgezelschappen als De Trust of Het Zuidelijk Toneel zoeken mogelijkheden tot samenwerking. In Amsterdam dreigt een monsterfusie tussen Toneelgroep Amsterdam en het Holland Festival.

,,Stilstand is achteruitgang'', zo motiveerden de artistiek leiders van de toneelgezelschappen De Trust en Art & Pro hun onlangs bekendgemaakte voornemen te fuseren. Dat klonk goed, zo'n aan het bankwezen ontleende wijsheid. Een andere overeenkomst is dat een van de partijen succesvol is; het publiek stroomt toe bij de Hamlet- en De kersentuin-ensceneringen van Theu Boermans en zijn De Trust. Frans Strijards en Art & Pro zijn al jarenlang op hun retour.

Het opportunistische verbond met een sterke partij behoedt ze voor opheffing, als straks in 2001 de nieuwe Cultuurnota-periode ingaat. Wat dat betreft is ook het moment van openbaarmaking van de voornemens goed gekozen: de plannen voor de nieuwe Cultuurnota moeten in december bij het ministerie van OC&W worden ingeleverd.

De Trust en Art & Pro houden het erop dat ze aan hun `artistieke plafond' zitten. Daar zit waarheid in. Reisvoorstellingen, prolongatie van succesvolle produkties en grote zaal-ensceneringen kunnen ze zich niet veroorloven, zomin als nieuwe acteurs ter opfrissing van de ensembles. Groot probleem is verder, dat Boermans de enige regisseur is bij De Trust. Hij heeft in het verleden gastregisseurs (Erik van Zuylen, Alex van Warmerdam) aangetrokken, maar het hechte ensemble, waarin hij heilig gelooft, heeft vaste regisseurs nodig. Boermans stelt zelf met enige verbazing vast, dat hij tegenwoordig geneigd is nieuwe stukken niet langer te kiezen op hun inhoud maar op de mogelijkheid om zijn acteurs aan het werk te houden. Bijkomend voordeel van de fusie is, dat de Amsterdamse Stadsschouwburg - sinds het vertrek van opera en ballet naar Het Muziektheater in 1986 een blok aan het been van de gemeente - naast Toneelgroep Amsterdam een nieuwe vaste bespeler krijgt.

Er zijn dus redenen genoeg om uit te breiden, lees: naar mogelijkheden te zoeken om de subsidie te vergroten. Want dat is het werkelijke doel van het samengaan. Doordat beide gezelschappen hun eigen subsidie inbrengen, krijgt de nieuwe, vooralsnog naamloze formatie in één klap vijf tot vijfenhalf miljoen gulden tot haar beschikking.

Precies hetzelfde heil als De Trust en Art & Pro, verwachten de toneelgroepen Hollandia en Het Zuidelijk Toneel van hun samengaan. Dat wordt mogelijk omdat Ivo van Hove, de artistiek leider van het laatste gezelschap, per 2001 naar Toneelgroep Amsterdam vertrekt, waar Gerardjan Rijnders weggaat. De `fusiecommissie' van beide gezelschappen zal begin november bekendmaken of de artistiek leider van Hollandia, regisseur Johan Simons, Van Hove's plaats zal gaan innemen. Simons maakt, over het algemeen succesrijke, lokatie-voorstellingen bij Hollandia en wil de doelstellingen van het eveneens gerenommeerde Het Zuidelijk Toneel dan ook `verbreden'. Ook hij heeft meer artistieke ruimte nodig dan bij Hollandia financieel mogelijk is en het is volgens zijn zakelijk leider Annet Lekkerkerker `absoluut' de bedoeling om de subsidies van beide groepen samen te voegen. Minus de vier ton die de provincie Noord-Holland nu aan Hollandia geeft, komt het totale budget van de nieuwe formatie straks op rond de zeven miljoen gulden.

Uitgeblust

Een interessante variant op deze beide fusies is het opgaan van de Maastrichtse toneelgroep De Federatie, van huisschrijver Peer Wittenbols en regisseur Rob Ligthert, in Theater van het Oosten in Arnhem. Bij dit laatste, uitgebluste gezelschap vertrekt regisseur Leonard Frank en het kan de impuls van Wittenbols en Ligthert, die sinds 1993 naam hebben gemaakt met uitsluitend door Wittenbols geschreven stukken (Noordeloos, Doodrijp, April) dus goed gebruiken. Wel verdwijnt in dit geval een succesvolle voorziening uit Limburg en de tweejaarlijkse subsidie van het Fonds voor de Podiumkunsten krijgen Wittenbols en Ligthert niet mee.

Is dat al een verschil met de beide andere fusies, veel crucialer is dat in Arnhem relatief jonge theatermakers - of in elk geval een jongere generatie dan die elders de dienst uitmaakt - aantreden. Dat is, sinds Aktie Tomaat in 1970 op dramatische wijze een jonge generatie aan de macht hielp, een zeldzame gebeurtenis in het Nederlandse toneelbestel. De Tomaat-lichting had het voordeel zich af te kunnen zetten: tegen door hen eendrachtig verafschuwd eenvormig en de traditie georiënteerd subsidietoneel. Het huidige bestel is veel diverser en herbergt alle scholen en stijlen; vadermoord is in zo'n bestel veel minder urgent, er rest jongeren weinig anders dan zich aan te sluiten bij deze of gene toneelleider dan wel dit of dat gezelschap.

Met een eventuele nieuwe revolutie schiet het zo niet op: in de dertig jaar die sinds Tomaat verstreken zijn, werden Wittenbols en Ligthert slechts voorgegaan door Ivo van Hove, inmiddels veertiger, en zijn generatiegenoten Koos Terpstra (onlangs aangetreden als artistiek leider bij het Noord Nederlands Toneel) en Johan Doesburg (die deel uitmaakt van de artistieke leiding van Het Nationale Toneel).

`Doorstroming' is inmiddels net zo'n toverwoord als `diversiteit'. Iedereen - zelfs degenen die er niet van uitgaan, dat jongeren het per se beter doen dan ouderen - ziet de noodzaak ervan in. Ten behoeve van de continuïteit, van het verse bloed en de nieuwe impulsen, om vermolming en versuffing tegen te gaan. Eind vorig jaar produceerde een groep van negen regisseurs en theatermakers onder voorzitterschap van Felix Rottenberg een pamflet met voorstellen tot verandering van het vastgeroeste en door de revolutionairen van weleer gedomineerde toneelbestel. Ze richtten hun pijlen op de vergrijzing van publiek en makers en op het klaarblijkelijk onwrikbare bestaansrecht van de gesubsidieerde gezelschappen en ze hekelden het gebrek aan doorstroming en kansen voor nieuwe initiatieven. En in juli bepleitten dramaturge Janine Brogt en toneelbestuurders Hans Man in `t Veld en Klemens Wannemacher nog in deze krant, dat de ophanden zijnde stoelendans ook daadwerkelijk een wisseling van de wacht zou worden.

Nu, enkele maanden later, zijn er de fusies. In de pamfletcommissie hadden, naast de voortrekkers van nieuwe intitiatieven en ongesubsidieerde groepen, uitgerekend ook Theu Boermans en Johan Simons zitting. Dezelfde artistiek leiders die nu gaan fuseren met andere gezelschappen, dat wil zeggen met subsidies. Wat ze met de mond ook belijden, de praktijk is weerbarstiger. Zeker, ze delen nog steeds de zorg van de commissie. Na een fusie met Het Zuidelijk Toneel wil Simons jonge theatermakers gaan steunen en kansen bieden en ook Boermans en Strijards hebben het over jongeren die in workshops begeleid en bij het nieuwe ensemble betrokken gaan worden en zelfs, mogelijk, in de toekomst, de kans krijgen om te regisseren.

Willekeur

Maar het bieden van kansen aan jongeren en het onderkennen en honoreren van hun talent behoort, in zijn algemeenheid en in structureel opzicht, niet tot de competentie van deze of gene artistiek leider. Onder meer daarvoor bestaat de Raad voor Cultuur. Die organisatie bewaakt als het goed is de diversiteit en sluit de individuele voorkeuren van artistieke leiders en hun eventuele willekeur juist uit. Hoe goed hun bedoelingen ook mogen zijn, met de fusies neemt de macht van de oude garde toe in plaats van af. Hoezeer die ook zegt zich zorgen te maken over hun jongere collega's, als het erop aankomt kiest die garde voor zichzelf. Het ironische, zoniet tragische is dat het verlangen naar expansie nog logisch en gerechtvaardigd is ook. Wie bewezen heeft over het talent te beschikken om zowel een gezelschap te leiden als om mooie voorstellingen te maken, moet zoveel mogelijk krediet krijgen. Maar soms is het mogelijke niet wenselijk.

Kan men deze fusies die tegelijkertijd gewenst en ongewenst zijn, en de consequenties ervan tragisch noemen, een andere `fusie' die enkele maanden geleden gesloten werd, is potsierlijk, buitenissig en erg onverstandig. Ivo van Hove combineert op dit moment zijn artistiek leiderschap van Het Zuidelijk Toneel met dat van het Holland Festival. Dat is al kras. Straks gaat hij het veel grotere Toneelgroep Amsterdam leiden, maar of hij dan het Holland Festival opgeeft, valt nog te bezien. Die beslissing laten de domme of inerte besturen van beide instellingen aan hemzelf over. Dat is een belediging van de voorgangers van Van Hove bij zowel het toneelgezelschap als het festival. Het is een onderschatting van het werk en daarmee een verkwanseling van minstens een van de twee instellingen en mogelijk van beide. Het is een overschatting van Van Hove, hoe geniaal en briljant hij ook mag zijn.

Tot op heden weten we niet beter dan dat het Van Hove behaagt op beide pluchen tronen te blijven zitten. Dat hij niet direct al van een van de twee afstand heeft gedaan, maakt zijn programmering van het Holland Festival intussen tot een lachertje. Met het oog op een nieuw en jong publiek programmeert hij braaf de rockband De Heideroosjes, de pop-relieken Patti Smith en Brian Eno en laagdrempelige tapdansers maar zelf `doorstromen', bij voorbeeld ten behoeve van een jongere, dat is kennelijk te veel gevraagd.

De kwestie is een voorbeeld van de gelegenheid die de dief maakt: de besturen van Toneelgroep Amsterdam en het Holland Festival zouden die gelegenheid dan ook simpelweg niet moeten bieden.

En het ministerie van OC&W? Waar staatssecretaris Van der Ploeg bepaald zaak heeft gemaakt van doorstroming, diversiteit en deelname aan cultuur door jongeren? Wat doet het ministerie? Het juicht (in het geval van Van Hove), het is positief gestemd (over de voorgenomen fusies) en het zal de in december in te dienen plannen in dat licht van welwillendheid bezien. Het heeft er dus alle schijn van, dat het ministerie enkele gouden momenten om een doorbraak te forceren geruisloos voorbij laat gaan.

Met de fusies neemt

de macht van

de oude garde toe,

niet af

Het Holland Festival èn Toneelgroep Amsterdam leiden is zelfs voor

Van Hove te veel