Beursgang NS lijkt van de baan

Een beursgang van de Nederlandse Spoorwegen lijkt definitief van de baan. Ook de VVD-fractie, een van de grootste voorvechters van privatisering van staatsbedrijven, schaart zich achter de meerderheid in de Tweede Kamer die tegen een beursnotering voor de NS is.

De ommezwaai bij de VVD wordt gedreven door de angst dat bij een beursgang één buitenlandse partij een meerderheid van de aandelen NS in handen krijgt. VVD-fractievoorzitter Dijkstal denkt daarbij bijvoorbeeld aan het Franse SNCF. De VVD ziet wel mogelijkheden voor een afgezwakte vorm van privatisering. Daarbij kan de overheid een pakket aandelen verkopen aan meerdere Nederlandse beleggers, onder de voorwaarde dat die niet worden verkocht aan buitenlandse bedrijven.

Vorige maand was tijdens de behandeling van de nieuwe Wet Personenvervoer al duidelijk geworden dat de meeste partijen in de Tweede Kamer weinig zien in een beursgang voor de NS. Ook minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) liet tijdens dat debat merken weinig fiducie te hebben in een dergelijke constructie. Netelenbos zei wel bereid te zijn aandelen te verkopen, maar niet op de beurs. De NS is in 1994 verzelfstandigd. De Nederlandse Staat heeft alle aandelen in handen.

De discussie over de beursgang begon met een min of meer terloopse opmerking van minister Netelenbos bij de presentatie van de notitie `Derde eeuw spoor', dat de NS nog deze kabinetsperiode naar de beurs zou kunnen. Dat was verrassend, omdat NS-topman Den Besten enkele weken eerder bij de presentatie van de jaarcijfers nog had gezegd dat een beursgang er voorlopig niet in zat. Hij zei toen wel iets te zien in een constructie van `gedeeld aandeelhoudersschap'. In dat geval zouden er naast de overheid één of meer aandeelhouders bij kunnen komen. ,,Dat vinden we nog steeds een goed idee'', aldus een woordvoerder van de NS.