Berenland

Heldere warme dagen, koude nachten, lage grijze dorpen. Een meisje dat schapen hoedt, een sigaret in de mond. De weg die steeds smaller wordt. Een eenzame adelaar. Een schuur met, in verschoten blauw, `Vive De Gaulle!'

We verwelkomen de zesmiljardste aardbewoner, driemaal zoveel als in de jonge jaren van mijn vader, in 1927. We leven keurig volgens het rampscenario dat de Club van Rome in 1972 voor ons opstelde en dat, met de oliecrisis, het einde inluidde van de gouden jaren van 1945 tot 1973. De Engelse historicus Eric Hobsbawm betitelde de periode daarna als `De Aardbeving'. `De geschiedenis van de twintig jaar na 1973 is die van een wereld die van zijn ankers lossloeg en weggleed in instabiliteit en crisis', schreef hij.

Krijgen de onheilsprofeten gelijk? Een paar klimaatsrapportjes, tijdens deze reis opgepikt: Zuid-Engeland: vroeger iedere winter sneeuw, nu nooit meer; zangvogels verdwijnen; Zuid-Europa: ongekend lege waterreservoirs; St. Petersburg: jaar na jaar sneeuwrecords; Midden-Italië: nieuwe, tropische vogelsoorten; Zwitserland: gletschers worden zichtbaar kleiner; over heel Europa: de laatste paar jaar meer temperatuurrecords dan de hele rest van de eeuw.

Ik neem een lifter mee, een man uit de streek. ,,Dit is berenland'', vertelt hij trots, ,,hier wonen de laatste wilde beren van Frankrijk.'' Via genetisch onderzoek van de haarsporen weet men dat het er zes zijn, een familie met twee jongen. ,,We weten alles van ze, onze eigen Franse beren!'' Maar al jaren heeft niemand ze meer gezien of gesproken.