Auckland was ruig

`Gitaar spelen heb ik geleerd van mijn Maori-vrienden.' Zanger en gitarist Brendan Perry maakte sinds hij stopte met Dead Can Dance zijn eerste soloplaat.

Het is één van de laatste mooie zomeravonden in september. De tuin van het hotel in de Amsterdamse binnenstad zou overal kunnen zijn. Het kabbelende gekletter van de fontein doet me aan een rivier denken. Vogels kwetteren. In de verte gebeier van kerkklokken.

,,Ik heb altijd verhalen willen vertellen'', zegt Brendan Perry. Zijn stem, krachtig en melodieus, is te groot voor zijn lichaam. Hij is klein en slank en maakt een broze indruk. Hij leunt achterover, neemt een slok bier. Moeiteloos voert hij je van het ene landschap naar het andere, net als in zijn liedjes. Hij heeft weinig woorden nodig om een sfeer op te roepen, zijn verhaal te vertellen, spannend als een jongensboek en romantisch als een liefdesliedje. Nu weerklinkt dat verhaal in zijn eerste solo-album Eye of the Hunter.

Brendan Perry (40) is bekend van het duo Dead Can Dance. Zestien jaar lang componeerde hij samen met de Australische Lisa Gerrard muziek waarvoor nog altijd geen goede naam is bedacht. Melodieuze popmuziek is het, met invloeden uit alle windstreken en tijden. Ze gebruikten Afrikaanse ritmes, middeleeuwse instrumenten, liturgische liederen, barokcomposities. Met behulp van moderne technologie ontstonden er liedjes die los van alles leken te staan. Soms klonken ze zweverig en zoekend, dan weer ritmisch en down to earth. Hun stemmen gebruikten Perry en Gerrard vooral als instrument: klanken en sfeer waren belangrijker dan woorden en betekenissen.

Gerrard trok zich een paar jaar geleden terug uit de hectische muziekwereld. Ze vestigde zich met haar gezin in Spanje. Perry woont in Ierland. Na een zwerftocht die op zijn veertiende begon, toen zijn ouders besloten van Londen naar Nieuw Zeeland te emigreren, via Melbourne in Australië en weer terug in Londen, vestigde hij zich in het kale heuvelachtige Cavan County, aan de grens met Noord-Ierland. Het regent er bijna altijd. Het is de geboortegrond van zijn moeder.

Daar, in de stilte van zijn eigen studio, werkte hij aan Eye of the Hunter. Er staan acht ingetogen, weemoedige liedjes op, met invloeden van Burt Bacharach en Leonard Cohen. Tegelijkertijd klinkt The Eye of the Hunter authentiek.

Perry zegt: ,,In het gehucht waar ik woon is niets te beleven. De mensen maken hun eigen vertier. Ze zingen thuis of maken muziek op feestjes of in de kroeg. Ik voelde me buitengesloten en zocht naar een manier om mee te doen aan die sessies, daarom greep ik terug naar de gitaar. Ik begon wat te tokkelen en vanzelf werden het folkachtige liedjes. Die zijn gemakkelijk mee te spelen. Ik luisterde in die tijd veel naar Tim Buckley en Tim Harding, echte troubadours die ik nog altijd geweldig vind. Zo is het begonnen. Voor het eerst kon ik me helemaal op mijn eigen werk concentreren.... Hij stopt.'' Mijmert: ,,Die gitaar. Sinds ik ooit David Bowie tijdens een live-show op een twaalfsnarige zag spelen, heeft het geluid ervan me niet meer losgelaten. Het is zo vol. Het is een perfect ritmisch begeleidingsinstrument. Ik gebruik het in veel van mijn liedjes.''

Zijn stem zakt een octaaf. ,,We woonden nog maar net naar Auckland. Ik was veertien. Tijdens de bootreis had ik mezelf in zes weken gitaar leren spelen uit een songboek van Bowie. Space Oddity. Ik wilde niets liever dan in een band meedoen. Op school had ik vooral Maori vrienden. We namen gitaren mee en in de pauze speelden we liedjes van Jimi Hendrix en Led Zeppelin. En alles in dat typische Polynesische ritme: djing, djing, gedjing, hey Joe, djing, djing, gedjing. Eén van die jongens, P.A. Jacobs, nodigde me uit. Het was op een avond. We gingen naar het strand. Er waren wilde paarden en vuren. Ik had nog nooit zo'n grote familie gezien. Overal waren ooms en tantes en neven en nichten. Ze gingen hun doden eren met verhalen. Wie wat wilde vertellen, pakte de talkingstick en dan was het taboe om hem in de rede te vallen. Daar zat ik. Ik kwam uit East-End Londen, een echte Cockney: What's up mate? Fancy a disco? In mijn familie onderhield niemand echt contact met elkaar. En opeens werd ik opgenomen als een volle neef. Het was of ze niet zagen dat ik blank was. We slurpten gekookte weekdieren uit schelpen en P.A. Jacobs zei dat dat kracht was...''

Als in een droom

Hij zwijgt. Is weer terug in de Amsterdamse binnentuin en kijkt me aan met pretogen. Wat vroeg je ook al weer?

Waarom zijn jouw songteksten zo poëtisch en juist niet verhalend?

,,Omdat ze anders te lang zouden worden en saai. Het mooie van een liedje is dat je in een flits terug bent in je kindertijd, om het volgende moment een oude man of een vis in de oceaan. Muziek maken is spelen met tijd, zowel in klank als met woorden. Alles kan in een liedje.''

Begin je met teksten of muziek wanneer je componeert?

,,Ik hoor geluiden, een paar woorden, een melodie of een basloopje ergens op de achtergrond, het kan van alles zijn. Dan pak ik een taperecorder. Speel of zing wat, bijna alsof ik droom, ik begrijp het niet echt. Omdat ik voor dit album juist verhalen wilde vertellen, werden de teksten belangrijker voor me. Het was alsof ik de taal opnieuw ontdekte.''

De taal opnieuw ontdekken?

,,Woorden heb muziek in zich. Door hun klank en ritme en rijm beÏnvloeden ze de muziek. Maar andersom werkt het ook: door muziek krijgen woorden een betekenis of gewicht die ze normaal niet hebben. In het liedje `Voyage of Bran' bijvoorbeeld, zing ik Mother, mother. Zing ik één keer mother, dan valt het nauwelijks op, maar door de herhaling krijgt het de nadruk die ik eraan wil geven. Mother, mother, can you tell me? Dat is een oude bluestechniek. En een simpel woord als come. Als ik come zeg betekent het kom. Het is een snel, kort woordje. Kom. Maar wanneer ik het woord uitrek en zing...''

Weer zoemt zijn stem door de tuin en ik zie de andere hotelgasten spiedend hun hoofd omdraaien.,, When this shadowplay comes...to a close... Hoor je het?''

Hij zegt heel sloom: ,,Comes... als ik zo zou praten zou je me voor gek verklaren. In het liedje werkt het. De melodie vertraagt de woorden, ze klinken anders en de betekenis van die zin verandert: wegsterven in plaats van hup, afgelopen.''

`Voyage of Bran' is het mooiste liedje op het album. Het is alsof de andere liedjes eromheen geschreven zijn. Omdat `Voyage of Bran' onverhuld autobiografisch is, ontstaat er intimiteit tussen Perry en de luisteraar.

Het begint met losse heldere tonen op de twaalfsnarige gitaar. Een eenvoudig bluesritme. Je hoort zijn vingers over de snaren glijden wanneer hij een nieuw akkoord zoekt. Een metalig en sensueel geluid dat zelf bijna muziek is. Perry gebruikt de gospeltechniek van vraag en antwoord. ,,Mother Mother/ Can you tell me/ Where the fire goes/ When the flames cease?'' Het is ontroerend om vervolgens Perry zijn eigen naam te horen zingen, wanneer hij zijn moeder laat antwoorden: ,,Where the setting sun meets the sea, Brendan.''

Zo gaat het verder: ,,If you don't recognize me/ Well it's simply because/ I've outgrown these old clothes/ Time to move on.''

Dan vallen de hoorns in en wordt de toon dreigender. Het liedje eindigt nogal plotseling: ,,For you and I will outlive/ The masks life gave us/ When this shadowplay comes/ To a close.''

Hij zegt: ,,Het tekstschrijven gebruik ik om mezelf beter te begrijpen. Het vreemde met taal is dat je kunt denken dat je iets oplost of snapt, maar zolang je je gedachten en gevoelens niet met anderen deelt, gebeurt er niets. Daarom gebruik ik ze in liedjes. Er is een oud Bulgaars spreekwoord dat zegt: Als je echt met me wilt communiceren, zing dan.

Gezongen woorden klinken indringender dan wanneer je ze gewoon uitspreekt. En je laat vanzelf alle overbodige tekst weg, omdat het naders geen liedje meer is.''

Hij vertelt over `The Captive Heart', een zwoel liefdesliedje op het album dat uitgesproken Amerikaans klinkt: ,,Ik had een een relatie met een vrouw uit Los Angeles. We zagen elkaar af en toe. Zij wilde niet in Londen wonen, en ik niet in Los Angeles. Dus schreven we, of we belden. Maar wanneer je allebei niet goed bent in briefschrijven, wordt het gauw verwarrend. En bellen kan zo koud zijn. Dus schreef ik liedjes voor haar.`The Captive Heart' was er één. Ik wist toen niet meer wat ze nog voor me voelde. Vandaar dat einde: But hey! Dont worry if the feelings not strong for you. I've lived my life in accordance to the windfalls of passion...Ik probeerde mezelf alvast te beschermen. Ik voorvoelde dat het afliep.''

Prostituée

Er valt een stilte. Perry zegt: ,,Ze zeggen dat het leven bij veertig begint, en voor mij geldt dat zeker. Ik heb nu pas rust. Ik heb een dochter van tweeënhalf, en voor het eerst van mijn leven ben ik een solo-artiest.''

Dat hoor je in de muziek, zeg ik, het lome tempo, de bespiegelende teksten.

Hij knikt. ,,Wanneer ik aan die begintijd in Nieuw Zeeland denk.... het was zo intens. Auckland was een ruige stad, veel ruiger dan Londen, met overal jeugdbendes. Ik zat in een punkband, The Scavengers. We speelden nummers van Iggy Pop, The New York Dolls, The Sex Pistols. Ik woonde samen met een meisje dat als prostituée in een massageclub werkte. Duizenden dollars bracht ze mee naar huis. We kochten heroïne; iedereen in de scène zat aan de heroïne. Veel vrienden gingen dood en dat was de reden waarom we met de band naar Melbourne vertrokken. Ik was achttien of negentien. We hernoemden ons The Marching Girls. Het was een spannende tijd. The Birthday Party met Nick Cave trad er op. Ik ontmoette Lisa. We gingen samenwerken. Om echt verder te komen moesten we naar Europa, naar Engeland. Daar zaten de onafhankelijke platenlabels waar we dolgraag onder contract wilden staan. En bands als Joy Division en Wire... Ik heb nooit geheimzinnig gedaan over mijn muzikale invloeden.''

Is je smaak en je stijl beïnvloed door het vele reizen en verhuizen?

Brendan Perry: ,,Ik heb geen gevoel van nationale identiteit en dat is een zegen. Ik ben een soort zigeuner. Ik leerde echt gitaar spelen van mijn Maori-vrienden in Auckland. Zij hadden net zoveel invloed op me als de popmuziek uit Amerika en Engeland, of de obscure sprookjes die ik als kind zo graag las. Verhalen uit Roemenië en Tjechoslowakije. Ik kon lezen voordat ik naar school ging en ik plunderde de plaatselijke bibliotheek. Het beste wat mijn ouders ooit hebben gedaan, was emigreren. Wie weet wat er anders van me geworden zou zijn? Mijn vader was slager. Mijn moeder een Ierse immigrante. Niemand onze familie deed aan muziek.''

Inmiddels woont Perry al weer tien jaar in Cavan County, op nog geen vijftig kilometer afstand van zijn ouders. ,,Mijn moeder kon geen vrienden maken in Nieuw Zeeland, vandaar dat ze naar Ierland zijn verhuisd. Ik ben ze in feite achterna gereisd. En nu ik zelf vader ben, zie ik hoe belangrijk het is om in de buurt van ze te zijn. Het liedje `Saturday's Child' gaat daarover, over mijn vader en mij. Een paar jaar terug kreeg hij een hersenbloeding waardoor hij verlamd raakte en zijn spraakvermogen verloor. Ik had er nooit zo bij stil gestaan, maar ineens besefte ik hoe graag ik met mijn vader wilde praten. Als kind zag ik hem alleen op zaterdag, wanneer we naar een voetbalwedstrijd gingen of samen golf speelden. De rest van de week werkte hij. Zaterdag was grote dag. En nu ineens zat hij in zijn stoel en kon alleen stamelend en stotterend klanken en flarden van woorden uitbrengen. Het gaat wel wat beter, maar mijn vader is een beetje lui, vind ik. Aan het einde van het liedje zing ik: Speak to me of your inhibitions/ you still have your mountain te climb. Eigenlijk zeg ik: Kom op pa... beter je best doen, het is nog niet afgelopen...'

Brendan Perry treedt op dinsdagavond 19 oktober op in de Melkweg in Amsterdam.

Het album `Eye of the Hunter' is uitgebracht op het Engelse label 4 AD (Europese verspreiding via Play It Again Sam).

`Je ben in een flits kind,

een oude man of een vis in

de oceaan in een liedje'

`Het beste dat mijn ouders ooit gedaan hebben

is emigreren'