Verzekeraars zetten reserves in voor zorg

De zorgverzekeraars steken dit jaar nog extra geld in een betere organisatie van de ziekenhuizen. Het gaat daarbij onder meer om de invoering van poliklinieken voor de behandeling van patiënten met klachten aan borst, rug, vaten of bekkenbodem. Het geld komt uit de reserves die de verzekeraars overhielden toen in 1986 het vrijwillige ziekenfonds werd opgeheven.

Het is een van de ongeveer 150 projecten die de zorgverzekeraars dit jaar betalen uit deze reserves. In 1986, toen behalve het vrijwillige ziekenfonds ook de bejaardenziekenfondsverzekering verdween, bleef in totaal vierhonderd miljoen gulden over. Dit bedrag is, onder meer door rentevergoeding, opgelopen tot 627 miljoen gulden eind vorig jaar. Daarvan is 60 procent te vinden bij drie grote (gefuseerde) verzekeraars: Achmea (154 miljoen), CZ (114 miljoen) en VGZ (99 miljoen). Ziekenfonds Salland heeft met 3,5 miljoen gulden het minst op de bank staan.

De gezamenlijke zorgverzekeraars besloten vorig jaar deze reserves weer in de gezondheidszorg te steken. Daarvoor stellen ze gedurende minimaal twintig jaar jaarlijks 42 miljoen gulden beschikbaar voor incidentele projecten die een beter functioneren van de zorgsector beogen. Daarvan is jaarlijks zo'n 10,5 miljoen gulden bestemd voor landelijke projecten (zoals het zorgvuldiger verstrekken van medicijnen en hulpmiddelen). Ruim 30 miljoen is bestemd voor regionale en lokale projecten (zoals ondersteunen van patiëntenorganisaties).

Volgens H. Wiegel, voorzitter van de landelijk organisatie van zorgverzekeraars ZN, konden de verzekeraars de reserves pas van de bank gaan halen toen het vorige kabinet besloot af te zien van een ingrijpende wijziging van het zorgstelsel. Maar het duurde ook lang omdat de verzekeraars het zelf moeilijk eens konden worden over wat met het geld te doen.

Vanuit de Tweede Kamer is jarenlang aangedrongen op het inzetten van het geld voor de publieke sector. Het geld is echter eigendom van de `private' poot van de verzekeraars. `Onteigening' van dat geld was volgens de landsadvocaat praktisch onhaalbaar.