Uw eigen walnotenboom

Het leven op het platteland heeft zo zijn voordelen. Vorige week stond de buurvrouw voor de deur met een emmer walnoten en nu zitten we af en toe ouderwets rond de tafel en kraken dat het een lust is. Het eten van verse walnoten is een ritueel en het kraken een kunst en je zou iemands karakter kunnen aflezen aan de manier waarop hij een walnoot kraakt. Een ongeduldig type heeft geen tijd om te wachten tot de notenkraker vrij is en kraakt zijn noot tussen deur en deurkozijn.

De roekeloze zet zo veel kracht, dat de splinters van de schil door de kamer vliegen en de eetbare kern van de noot geplet wordt; de behoedzame werkt precies en zorgvuldig, als een hersenchirurg die een schedeldak licht. En ik moet zeggen: het geeft een grote voldoening als je de noot zodanig in de bek van de notenkraker weet te plaatsen dat de vrucht onder de lichtst mogelijke druk in tweeën splijt en je de noot in zijn geheel uit de schil kunt halen. Daarna volgt het pellen, want het dunne velletje dat de blanke kern omgeeft is bitter en moet met zorg verwijderd worden, zonder dat er restjes blijven zitten.

En dan de bekroning: het eten, met kleine brokjes tegelijk, weggespoeld met een glaasje Montbazillac of Sauternes. Het is een ervaring die je iedereen toewenst, maar het vervelende is dat de meeste walnoten die in Nederland verkocht worden per schip uit China zijn aangevoerd en dat de kernen al ingedroogd zijn voordat de noten de winkels bereiken. Wie verse walnoten wil eten, zal zelf notenbomen moeten planten. En walnotenbomen worden groot; de kruin van een volwassen walnoot heeft al gauw een doorsnede van een meter of tien. Wel is het zo, dat een walnoot geen zware schaduw geeft, zoals een beuk of een kastanje. De kruin van een notenboom is licht en luchtig. Toch is het geen boom voor een kleine tuin. Misschien is er een mogelijkheid voor mondige burgers om op het gemeentehuis te eisen dat bij de plantsoenendienst de verbeelding aan de macht komt en dat er langs straten en dreven meer notenbomen worden geplant. Vooral de wegen in nieuwbouwwijken - met hun brede middenbermen - zijn hiertoe uitstekend geschikt.

De walnoot komt uit zuidelijker landen dan het onze; de naam zegt het al: walnoot = Waalse noot en in Frankrijk hoort hij tot het nationale cultuurbezit. De Fransen onderscheiden variëteiten als de `noyer à bijou', een ras dat noten produceert met bolsters ter grootte van een eendenei, waarvan juwelendoosjes worden gemaakt. De eetbare kern van deze bijou-noot is overigens niet groter dan die van een gewone walnoot. Een andere Franse specialiteit is de `noyer à Coq tendre', een noot met een schil zo dun, dat een vogel er doorheen kan pikken, hetgeen het gebruik van de notenkraker overbodig maakt.

Zelf heb ik vorig jaar een roodbladige walnoot geplant, waarvan - volgens de leverancier - de vruchten een bloedrode kleur zouden hebben. De boom is nu anderhalve meter hoog, dus ik heb nog een paar jaar van plezierig afwachten voor de boeg. Het verhaal dat het wel vijftien jaar duurt voordat een walnotenboom vrucht draagt, is trouwens onzin. Als je een boom van twee meter plant kun je al na drie, vier jaar de eerste vruchten verwachten. Dat gezanik van `boompje groot, plantertje dood' is altijd afkomstig van mensen die het niet kunnen hebben dat bomen ouder worden dan wij. Nederland ligt op de noordgrens van het verspreidingsgebied van de warmteminnende walnoot. Daarom is het belangrijk om een variëteit te planten die goed aan ons klimaat is aangepast. Geschikte rassen voor ons klimaat zijn `Buccaneer', gewonnen in het Limburgse plaatsje Neer, en Broadview, waaraan een ontroerende anecdote is verbonden: Broadview is oorspronkelijk afkomstig uit de buurt van Odessa en is door arme emigranten als vrucht meegenomen naar Canada, als aandenken aan hun geboortegrond. In Canada is de noot gezaaid, ontkiemd, tot een boom uitgegroeid en aan een zegetocht begonnen en nu wordt het ras overal ter wereld aangeplant. Misschien zelfs in Odessa. `Broadview' en `Buccaneer' zijn populair omdat ze ook vrucht dragen als er geen andere walnotenbomen ter bestuiving in de buurt staan; bij sommige andere rassen, en bij zaailingen, is dat niet het geval.

Iedere fruitbomenkweker verkoopt walnotenbomen, maar de walnotenkoning van Nederland is Piet van 't Westeinde, Kwekerij Westhof, Westhofsezandweg 3, 4444 SM 's Heer Abtskerke. Dit is het postadres; de kwekerij zelf ligt in 's Heer Arendskerke. Tel. 0113 - 561219, Fax 0113 - 563399

De kwekerij is geopend van ma t/m za 9-17u.

Een boekje van 20 blz., met rassenlijst en bestuivingstabel, is verkrijgbaar door storting van ƒ7,50 op giro 57892.