Tussen nee tenzij en ja mits

Politici die opeens het licht zien en daarna gedreven door dat ene ideaal te werk gaan; ze bestaan dus nog wel degelijk. Neem George Brouwer, tot begin dit jaar bestuurder in de provincie Zuid-Holland. Hij was in de zomer van 1993 op studiereis in de Verenigde Staten en raakte begeesterd door de bestseller Reinventing Government van Ted Gaebler en David Osborne. Dat kan bij ons in Zuid-Holland ook, bedacht hij en de provincie heeft het geweten. Wat zes jaar geleden begon met een studiereis van een gedeputeerde is geëindigd met een financieel debacle en een complete bestuurscrisis.

Maar het is voorbij. De BV Zuid-Holland wordt weer gewoon de provincie. Met een bestuur dat zich, zoals het hoort, gaat bezighouden met de bejaardenoorden zèlf in plaats van het zo lucratief mogelijk beleggen van de ermee gemoeide geldmiddelen. Geen mission-driven Government of enterprising Government dan wel market-driven Government meer, maar gewoon: besturen.

De vraag is natuurlijk hoe uniek Zuid-Holland nu eigenlijk was. Anders gezegd: waar in Nederland heeft Ted Gaebler nog meer toegeslagen? Op uitnodiging van Boer en Croon Management Consultants (waar kennen we dat bedrijf toch van?) heeft de goeroe uit de Verenigde Staten begin jaren negentig een serie voordrachten in het land gehouden. Telkens luidde zijn boodschap: weg met de ambtelijke stempelcultuur, leve het marktdenken.

Aan de andere kant, de figuur Gaebler was niet zozeer revolutionair maar veel meer een product van de tijdgeest. Al voordat deze Emile Ratelband voor de publieke sector in Nederland werd `ontdekt' spraken burgemeesters over hun gemeentelijke begroting in termen van omzet en product. Het klantgericht denken van overheidsdiensten heeft ook wel degelijk voor verbeteringen gezorgd. Het is weliswaar even wennen als de aloude Haagse gemeentereiniging wordt omgevormd tot het `bedrijfsonderdeel vegen' van de dienst stadsbeheer van de gemeente Den Haag. Maar als het netto-resultaat van die operatie is dat de stad op een doelmatiger manier wordt schoongehouden is toch wat gewonnen.

Waar het om gaat is of het doel alle middelen moet en kan heiligen. Iedereen is de afgelopen weken over de bankierende provincie Zuid-Holland heen gevallen. Maar stel dat het handelshuis Ceteco niet failliet was gegaan en de provincie dus geen geld had verloren? Was de treasury van de provincie eigenlijk niet een uitmuntende vorm van efficiënt kasgeldbeheeer? In alle opwinding is het wel eens vergeten, maar de verdiensten van het bankieren zijn niet verdeeld onder de direct verantwoordelijken, maar keurig in de provinciale kas gestroomd.

En toch kan het niet, om de simpele reden dat de overheid geen bedrijf is. Het was curieus genoeg de uit de VVD afkomstige commissaris Leemhuis-Stout die in 1995 haarfijn aanvoelde dat de provincie als publiek orgaan haar boekje te buiten ging door zich actief op de geldmarkt te gaan bewegen. Zij stemde dan ook tegen het besluit van de gedeputeerden. Wat haar noodlottig is geworden, is dat zij haar verzet niet heeft doorgezet en het besluit niet voor vernietiging bij de minister van Binnenlandse Zaken heeft voorgedragen. Maar au fond voelde zij aanzienlijk beter aan waar de scheidslijnen tussen markt en overheid liggen dan haar collega-bestuurders van bijvoorbeeld PvdA-huize.

Het lijkt echter allemaal een kwestie van tijd. Want sluipenderwijs voltrekt zich momenteel in het andere Den Haag, oftewel het Haagse Binnenhof, een politieke omwenteling. Het gebeurt allemaal nog met veel omtrekkende bewegingen, maar het einde van het marktdenken dat het beleid de afgelopen vijftien jaar zo heeft gedomineerd, is duidelijk in zicht. Lange tijd was niet de vraag of privatisering moest, maar hoe en wat geprivatiseerd diende te worden. Het gevolg is dat nu van alles overhoop ligt. Hoe verder met de Spoorwegen, hoe verder met de elektriciteitsvoorziening, wat te doen met het gas? In de sociale zekerheid is de chaos rond de (gedeeltelijke) privatisering inmiddels zo groot dat minister De Vries van Sociale Zaken onlangs heeft besloten twee speciale `kwartiermakers' te benoemen die de `regie' moeten gaan voeren over de privatisering.

Alles wijst erop dat in de nationale politiek het denken over privatisering aan het veranderen is en er weer duidelijk behoefte ontstaat aan een heldere taakafbakening tussen markt en overheid. Het was interessant genoeg het CDA dat het debat hierover een eerste impuls gaf. De overheid heeft de afgelopen jaren teveel uit handen gegeven, stelde partijleider De Hoop Scheffer vorige maand in een vraaggesprek met deze krant. Een thema dat hij verder uitwerkte tijdens de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer, maar toen door de andere voorzitters van de grote fracties, afgezien van wat detailopmerkingen, nauwelijks werd opgepikt.

Deze week kwam daar PvdA-fractievoorzitter Melkert bij. Op een subtiele wijze kleedde hij `herbronning' van zijn partij in. Als het gaat om het afstoten van vitale publieke taken zal bij de PvdA voortaan het principe `nee, tenzij' gelden, zei hij voor de NOS-televisie. Eerst zal bewezen moeten worden dat publieke taken doelmatiger kunnen worden uitgevoerd door de markt. In hetzelfde televisieprogramma zette VVD-minister Jorritsma van Economische Zaken daar het principe `ja, mits' tegenover.

Op basis van het `nee, tenzij' van de PvdA en het `ja, mits' van de VVD kan nog een heleboel werk verzet worden. Het is juist deze semantiek die `paars' nu al vijf jaar op de been houdt. Maar achter beide invalshoeken zit een wereld van verschil. Terwijl de VVD op het gaspedaal trapt, staat de PvdA op de rem. Dat moet ergens een keer fout gaan. Maar dat betekent dan tevens het einde van het `historisch compromis' met alle politieke gevolgen vandien.