Tilla

Tilla had in het hele land geen betere plek kunnen kiezen: een welvarende streek vol lelijke wijven. Er ging geen avond voorbij of er bonsde een hijgende vent op haar deur. Die had thuis gezegd: `Nog even een biertje pakken' of zo iets en was, om geen minuut van zijn beperkte tijd te verliezen, als een dolle het dorp uitgejakkerd naar het huisje aan de bosrand.

`Eerst als een heer betalen', zei Tilla altijd, als de late gast op adem gekomen was. Dat was dan wel even zuur, maar daarna kwam de onbeschrijfelijk zoete beloning, en wie eenmaal met wild kloppend hart de magie van haar onthulling had ervaren... Hoe ging dat? Toen de mannen al met één been in het graf stonden, praatten ze er nog bijna dagelijks over, vol weemoed en liefde. Het was een vast en prachtig ritueel, dat aanving als Tilla haar glimjapon op het knaapje had gehangen.

Herman Pieter de Boer, De vrouw in het maanlicht en andere zonderlinge verhalen. Manteau, 1983