Tapijt van verdragen over wapens

Het gisteren afgestemde verdrag over kernproeven is onderdeel van een `tapijt aan verdragen' over wapenbeheersing.

Kernproeven: het verbod hierop was nog niet door de belangrijkste kernwapenlanden geratificeerd. Na de verwerping door de VS is het hoogst onzeker geworden of het verdrag ooit in werking treedt.

Chemische wapens: het verbod op het bezit van trad in 1997 in werking, maar het verdrag is niet ondertekend door verscheidene landen in het Midden-Oosten.

De beperking van aantallen lanceerinstallaties voor kernwapens en het aantal atoomkoppen op raketten is in 1991 geregeld in het START 1-verdrag tussen de VS en Sovjet-Unie.

De vernietiging van zware ballistische raketten en strategische kernwapens is in 1993 vastgelegd in het START-II verdrag tussen de VS en Rusland. Het Russische parlement heeft het verdrag nog niet geratificeerd.

De ontwikkeling, productie en opslag van biologische wapens werd in 1975 verboden. In dat jaar werd hierover een conventie geratificeerd door de toenmalige Sovjet-Unie, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. De conventie verbiedt de productie van biologische middelen in hoeveelheden die vreedzame bedoelingen te boven gaan, en de fabricage van wapens met deze middelen.

Het gebruik van raketafweersystemen ter onderschepping van ballistische raketten werd in 1972 aan banden gelegd door het Anti-Ballistic Missile-verdrag (ABM), aansluitend op SALT I (Strategic Arms Limitation Treaty). In 1997 werd het verdrag opgevolgd door SALT II. De VS overwegen het verdrag open te breken om een afweersysteem in de ruimte te kunnen bouwen, Rusland is fel tegen.

De overdracht van kernwapens tussen landen werd in 1970 verboden in het non-proliferatieverdrag. Israel, waarvan algemeen wordt aangenomen dat het over kernwapens beschikt, alsmede de kernwapenlanden Pakistan en India hebben het NPV niet getekend.