Senaat VS verwerpt verdrag kernproeven

De Amerikaanse Senaat heeft het verdrag dat het houden van kernproeven verbiedt gisteren verworpen. De afwijzing van het kernstopverdrag is een zware nederlaag voor de Amerikaanse president Clinton, die herhaaldelijk voor uitstel van de stemming had gepleit. Maar Clinton voorspelde dat de Verenigde Staten het verdrag op den duur toch zullen ratificeren.

,,Het gevecht is nog zeker niet voorbij'', aldus de president. Hij erkende dat hij teleurgesteld was en noemde de opstelling van de Republikeinse senatoren, die bijna allemaal tegen het verdrag stemden, roekeloos. ,,Nooit eerder is zo'n belangrijk verdrag over kernwapens op zo'n roekeloze en partijpolitieke manier behandeld.''

Clinton zei dat hij andere landen zal blijven aanmoedigen om het verdrag te ratificeren. Maar de toekomst van het verdrag, dat een sleutelrol moest spelen in de strijd tegen verspreiding van kernwapens, is hoogst onzeker nu de grootste kernmacht ter wereld niet meedoet.

Het is deze eeuw slechts vijf keer eerder voorgekomen dat de Senaat een verdrag heeft verworpen. De uitkomst van de stemming wordt in Washington gezien als een zware nederlaag voor Clinton, die ratificatie van het verdrag tot een prioriteit in zijn buitenlandse beleid had gemaakt. Kort voor de stemming belde Clinton de Republikeinse meerderheidsleider Trent Lott nog op met de vraag of hij nog iets kon doen om de stemming uit te stellen. Lott, die het verdrag beschouwt als een gevaar voor de nationale veiligheid, antwoordde ontkennend. De Democratische leider Tom Daschle waarschuwde de Republikeinen dat de verwerping van het verdrag hen in het komende verkiezingsjaar nog zal achtervolgen.

Al dagen was duidelijk dat de voorstanders van het zogeheten Comprehensive Test Ban Treaty (CTBT) niet beschikten over de tweederde meerderheid (67 stemmen) die voor ratificatie vereist is. Daarom probeerden Clinton en de Democraten uitstel van de stemming te bedingen. Een dringende oproep daartoe werd gisteren ondertekend door 62 senatoren, onder wie ook enkele Republikeinse tegenstanders van het verdrag die vreesden dat verwerping op dit moment zou leiden tot ernstig prestigeverlies van de Verenigde Staten in de wereld. Maar dat was niet genoeg om de stemming af te blazen. Volgens de regels van de Senaat kan een stemming die op de agenda staat alleen nog uitgesteld worden als daarover unanieme overeenstemming bestaat. Een groepje van vier conservatieve Republikeinen, onder wie Jesse Helms, de voorzitter van de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen, wilde zich de kans om het verdrag nu te verwerpen niet laten ontnemen. Slechts 48 senatoren stemden voor het verdrag – op één na alle 45 Democraten en vier Republikeinen. De Democraat Robert Byrd, al meer dan veertig jaar senator, stemde als enige niet voor of tegen maar ,,present'' – uit verontwaardiging dat de Republikeinen niet meer debat over het verdrag hadden toegestaan. Alle 51 tegenstemmers waren Republikeinen. Vice-president Gore noemde de uitslag ,,adembenemend onverantwoordelijk''.De Democraat Carl Levin zei: ,,Met deze stemming is de wereld een gevaarlijker oord geworden.''

De Republikein Arlen Specter, een van de vier die voor het kernstopverdrag stemden in zijn partij, zei:,,De gebeurtenissen van de afgelopen 24 uur in Pakistan tonen de onwenselijkheid aan van kernproeven in Pakistan.''

Maar de Republikeinse tegenstemmers toonden zich voldaan. Zij hadden steeds betoogd dat naleving van het verdrag niet goed gecontroleerd kan worden. Bovendien vinden ze dat de VS kernproeven niet voor altijd moeten afzweren, omdat ze in de toekomst nog nodig kunnen zijn om te controleren of het Amerikaanse nucleaire arsenaal nog in goede staat verkeert. Helms sprak van ,,het schandelijkste verdrag dat ooit aan de Senaat is voorgelegd''.

De Senaat kan nog op het verdrag terugkomen. Het is officieel teruggezonden naar het bureau van de klerk, waar het blijft tenzij Lott het weer in stemming brengt. Gebeurt dat niet, dan wordt het eind volgend jaar, bij het aantreden van een nieuw Congres, teruggestuurd naar de commissie van Buitenlandse Betrekkingen.

Beide Democratische presidentskandidaten, Al Gore en Bill Bradley, waren voor het verdrag. De Republikeinse koploper voor de presidentsverkiezingen, George W. Bush, was tegen.

HOOFDARTIKELpagina 7