RVD moet takenpakket herzien

Door de voorlichting over het Koninklijk Huis in een aparte dienst onder te brengen, kan de RVD uitgroeien tot een professionele organisatie, meent Frans Kok.

Ook vroeger werden ministers soms onaangenaam verrast door wat nu heet: `plotseling opkomende golven van publiciteit'. Het verhaal gaat dat kort na de oorlog een voortvarende bewindsman besloot dat euvel voorgoed de kop in te drukken door in navolging van het buitenland een heuse voorlichter aan te stellen. Anders dan nu wilde men bij voorkeur niet in beeld. Maar een paar weken later was het opnieuw raak. Hij ontbood de voorlichter en beet hem toe: nu heb ik een voorlichter en staat mijn naam toch nog in de krant. U verstaat uw vak niet, mijnheer!

Vijftig jaar later lijkt de geschiedenis zich te herhalen. Ongerust door alle negatieve publiciteit in het eerste jaar van Paars II, zoekt premier Kok naar mogelijkheden om meer greep te krijgen op de berichtgeving. Hier en daar wordt al gesproken over een machtsgreep van Algemene Zaken. Het voorbeeld zou het Bundespresseamt van Schröder zijn en het (beruchte) press-office van Blair. Of wellicht het Witte Huis, waar één telefoontje van de jongste beleidsambtenaar voldoende is om een heel ministerie in het gelid te zetten.

Zo'n vaart zal het niet lopen, al was het maar omdat de grondwet zoiets niet toestaat. De volstrekte dominantie van de minister-president bestaat hier niet. De afzonderlijke bewindslieden zijn autonoom op hun beleidsterrein. De minister-president is slechts primus inter pares en coördineert waar dat nodig is. Echte macht bezit hij niet. Gezag wel, als het goed is. En dat laatste is in de praktijk vaak voldoende om een krachtig stempel op het beleid te kunnen drukken.

Ook het primaat over de voorlichting berust bij de bewindspersoon die qua beleid het `voortouw' heeft. Hij of zij is inhoudelijk en politiek verantwoordelijk, dus ook wat betreft de voorlichting. Nu is er tegenwoordig geen onderwerp meer waarbij niet minstens drie of meer ministeries betrokken zijn. Die hebben alle hun inbreng en mogen ook suggesties doen voor het persbericht of de wijze van voorlichting. Maar de eerst verantwoordelijke, of zijn directeur voorlichting, hakt de knoop door. Alleen bij diepgravende geschillen kunnen de overigen de zaak naar kabinetsniveau tillen. Maar dat is geen teken van kracht. Een machtsgreep is dus niet aan de orde. Algemene Zaken weet dat maar al te goed.

Het is naïef te denken dat het nieuws zich laat sturen. Dat gaat zijn eigen gang. Is het niet elke dag weer boeiend te zien hoe, onafhankelijk van elkaar, de tv-journaals en dagbladen aan alle nieuwsfeiten vrijwel dezelfde nieuwswaarde geven? Dat is geen kwestie van hypes en nog minder van regie van bovenaf, maar van goed journalistiek instinct.

Het schijnt dat het Blair wel is gelukt om vervelend nieuws uit de pers te houden en non-news op te blazen tot gunstige publiciteit. Een deel van de pers hapte aanvankelijk – ietwat euforisch over de machtsovername – gretig toe. Nu lijkt scepsis en gezond wantrouwen de overhand te hebben.

Wat premier Kok nu bepleit is dat de ministeries ,,nauwer samenwerken om tot een vroegtijdige signalering van opkomende golven van publiciteit te komen, gevolgd door adequate en volledige woordvoering in een zo vroeg mogelijk stadium en in de juiste context.'' Daar kan toch niemand bezwaar tegen hebben. Sterker nog, een voorlichtingsdienst die dat nalaat, is geen knip voor de neus waard.

Wel is het zo dat de RVD bij die vroege coördinatie een veel actievere rol zou kunnen spelen dan nu het geval is. Maar daarvoor is nodig dat Algemene Zaken en de RVD kritisch naar zichzelf kijken en de eigen werkwijze onder de loep nemen. Dat kan al een stuk helpen.

Om te beginnen moet Kok zijn staf verdubbelen. Zijn kabinet bestaat nu uit welgeteld negen raadsadviseurs, die voor hem het hele binnen- en buitenlandse beleid in de gaten houden. De premier van IJsland of Luxemburg beschikt ongetwijfeld over meer medewerkers. Er is in het overheidsapparaat grote behoefte aan intelligente adviseurs, die over de schutting van de departementen heen kunnen kijken en over een goede maatschappelijke en politieke neus beschikken. Zo'n slagvaardige ploeg maakt het coördineren heel wat eenvoudiger.

Daarnaast kan de RVD een vernieuwingsslag goed gebruiken. Er wordt wel gezegd dat de RVD vanouds een wat stoffige, bureaucratische inslag heeft. Dat is maar ten dele juist. Op een aantal terreinen loopt de RVD, ook internationaal, voorop. De campagnes van Postbus 51 zijn vaak baanbrekend en zeer professioneel. En waar ter wereld bestaat een gratis informatienummer waar men tot 's avonds laat met alle vragen aan de overheid terechtkan? Kom daar eens om bij KPN of PTTPost.

Ook de persvoorlichting zou actiever en alerter kunnen. Maar de overige 13 ministeries kijken met argusogen toe dat de RVD niet overgaat tot landje-pik. De RVD zit echter met een enorme handicap. De kerntaak van de RVD is, of behoort te zijn, de voorlichting rond het kabinetsbeleid. Dat is al een veeleisende job, die te zwaar is voor de huidige tweehoofdige leiding.

Daar komt het koninklijk huis nog bij. Om onduidelijke redenen zit dat nog steeds in het takenpakket van de hoofddirecteur en zijn plaatsvervanger. Zij hebben niet één baas (de minister-president) maar twee. Of soms wel tien, afhankelijk van hoeveel leden van het koninklijk huis aan de bel hangen. Voortdurend moet de RVD zijn aandacht, soms op cruciale politieke momenten, verdelen tussen het kabinetsbeleid en de trivialiteiten rond het koningshuis, nog afgezien van de tijdrovende staatsbezoeken. Zo komt niemand aan zijn werk toe. De voorlichting over het koninklijk huis moet dan ook in een aparte unit worden ondergebracht.

De echte RVD kan, bevrijd van de ballast, op die manier uitgroeien tot een professionele organisatie. Zijn taak moet dan niet bestaan uit het interveniëren op het beleidsterrein van de autonome vakministers. Waar de RVD meer in het bijzonder aandacht aan kan geven is het optreden en de rol van de overheid als zodanig. Er is een groeiende behoefte aan duidelijkheid over het publieke domein en de publieke zaak. Wat doet de overheid precies? Wat is haar taak? Hoe gaat zij daar mee om? Wat is haar meerwaarde? Over die vragen kan de RVD heel wat voorlichting geven. Daaraan heeft de RVD, nog afgezien van de explosief groeiende media-aandacht en het aantal media-dragers, zijn handen meer dan vol.

Mr. F.X.M. Kok is directeur van een public-affairsbureau en voormaligdirecteur voorlichting en externe betrekkingen van het ministerie van VROM.