Rust, ruimte en orde

Gemeenten moeten straks de prostitutie reguleren en aan voorschriften binden. Groningen is daar al een tijd mee bezig.

IN NIEUWSTAD, een straat in het hartje van Groningen, staat een doorsnee raamprostitutiebedrijf: drie prostituees, twee opgangen, een hokje voor de pooier, rode verlichting en weinig tot geen extra voorzieningen.

Even verderop staat een pand dat representatief is voor het toekomstige prostitutiebeleid van de gemeente: drie prostituees, drie vitrines met een vloeroppervlak van twee vierkante meter, drie werkruimtes voorzien van een wasbak met koud en warm stromend water, drie legkasten, witte verlichting, een brandslang, een sleutelcentrale en een stil alarm. De exploitant van het eerste bordeel moet volgens inspecteur bouw- en woningtoezicht P. Drenth grote haast maken wil hij volgend jaar, wanneer de nieuwe wet van kracht wordt, aan de bouw- en veiligheidsvoorschriften voldoen.

Zo'n 70 procent van de exploitanten in de binnenstad ,,loopt op schema'', meldt Drenth, een vijftiger met houthakkershemd en mocassins, tijdens een rondleiding door de Groningse hoerenbuurt. Ze hebben geen illegale of minderjarige prostituees (meer) in dienst; hun panden zijn hygiënisch en brandveilig; ze laten hun werkneemsters zelf bepalen hoe vaak, wanneer en met wie ze de betaalde liefde bedrijven; ze staan garant voor een geweldloze werksfeer; verlenen zonder morren toegang aan GGD-voorlichters en stellen het gebruik van alcohol niet langer verplicht aan prostituees.

Exploitanten die niet aan de gemeentelijke voorschriften voldoen, gaan zware tijden tegemoet. Een raamprostitutiebedrijf in de Hoekstraat, nummer 54, werd enige tijd geleden met de grond gelijkgemaakt omdat het niet aan de bouwvoorschriften voldeed. Een exploitant in de Muurstraat werd op de vingers getikt omdat zijn pand niet over sanitaire voorzieningen beschikt.

Waar veel andere gemeenten als een berg opzien tegen de op handen zijnde regulering en beheersing van de exploitatie van prostitutie - een van de hoofddoelstellingen van de nieuwe wet - wordt het geduld van de Groningse gemeentebestuurders op de proef gesteld. Het nieuwe gemeentelijk prostitutiebeleid is al geruime tijd klaar; het wachten is enkel op de bekendmaking van de opheffing van het bordeelverbod in de Staatscourant.

Al in 1983 werd een begin gemaakt met de beteugeling van de Groningse raamprostitutie. Het college van B en W bepaalde op 19 april van dat jaar dat raamprostitutie uitsluitend nog zou worden gedoogd in vier straten: de Vishoek, de Muurstraat, de Hoekstraat en de Nieuwstad. De ramen aan de Coehoornsingel, in de Folkingedwarsstraat, de Kleine Haddingestraat, de Schoolholm en de Torenstraat moesten verdwijnen. Grootschalige prostitutie werd niet langer geduld; het maximale aantal ramen per pand werd op vier gesteld.

Tien jaar later moesten de sekswinkels, sekstheaters en seksbioscopen eraan geloven; vestiging en exploitatie is sinds 1993 alleen nog toegestaan in bepaalde `concentratiegebieden'. Aan de rust en orde in woongebieden mocht volgens het college niet langer worden getornd.

Drenth vindt de opheffing van het bordeelverbod een goede zaak. De verhouding tussen exploitanten en politie enerzijds en de werkomstandigheden van prostituees anderzijds zullen er dankzij de stringente voorschriften en regels sterk op vooruitgaan. En de criminele randverschijnselen zullen afnemen, voorspelt hij. ,,Exploitanten weten wat hun boven het hoofd hangt als ze zich niet aan de wet houden'', aldus Drenth. ,,Ze hebben weinig keus.'' De inspecteur begrijpt weinig van de veelgehoorde klacht van gemeenten dat de opheffing van het bordeelverbod leidt tot een taakverzwaring. ,,Natuurlijk moeten wij in het begin even door de zure appel bijten: alle raamprostitutiebedrijven in Groningen moeten binnen relatief korte tijd worden gekeurd voor het afgeven van vergunningen. Maar dat is tijdelijk; binnen een paar jaar spreken wij van taakverlichting in plaats van taakverzwaring.'' Eén ding zal hem wel zwaar vallen: de intensieve gesprekken met prostituees tijdens keuringen. ,,Nu al weet ik bij controles nauwelijks waar ik kijken moet'', zegt Drenth gegeneerd. ,,Ze zijn zó dun gekleed.''

Ook L. van Kammen, met vijftig ramen een van de grootste exploitanten in Groningen, juicht het nieuwe prostitutiebeleid toe. Sterker nog: de voorschriften zijn volgens hem niet streng genoeg. Van Kammen: ,,Een vitrine met een vloeroppervlak van twee vierkante meter is natuurlijk veel te klein; het lijken net konijnenhokken.'' Volgens de exploitant voldoet het merendeel van zijn ramen aan de nieuwe gemeentelijke eisen. Zijn vitrines zijn naar eigen zeggen groter dan die van andere exploitanten en hij behandelt de prostituees ,,keurig, keurig, keurig''. Eigenlijk vindt hij het ,,een aanfluiting'' dat prostituees via de wet beschermd moeten worden. Maar nodig is het wel. ,,De doorsnee Nederlandse prostituee wordt nog altijd behandeld als een koeliewerker.''