Mountainbikes en waakhonden

Het platteland van Catalonië ontvolkt, zij het niet zo rigoureus als in Frankrijk. Op boerenhoeven nemen toeristen de plaats in van vee, in de dorpen is het vertier beperkt tot tv-kijken en in stadjes zijn merkwaardige musea. Deel 14 in een serie over wandelen in Europa.

`Weet u wat dit is?'' Op zijn 79ste ziet Enric Borràs niet zo helder meer, en hij priemt gevaarlijk in mijn richting met een onduidelijk maar wel scherp voorwerp uit zijn omvangrijke collectie. Het is een ijzeren houder met een naald erin die op een neer beweegt. Zelfs als ik het wist zou ik zijn plezier niet vergallen door het te zeggen. ,,Het is een olijvenontpitter!'' kraait hij, zijn tandeloze gebit vlak bij mijn oor alsof ík het ben die bijna doof is. Dit stuk keukengereedschap uit lang vervlogen tijden is maar een onderdeel van de verzameling die Borràs bij elkaar heeft gescharreld voor zijn Museu de Tavertet.

Al te kieskeurig is hij niet geweest. Stilgevallen wekkers, fossielen, een maquette met binnenverlichting van de kerk hiernaast, een stoffige monsterkoffer met badkamerkranen, verzamelingen lucifersdoosjes en foto's van het drie kilometer lange grottenstelsel Serrat del Vent hier vlak bij - ze zijn hem allemaal even lief.

Als de elfde-eeuwse kerk gesloten is, blijft het aandoenlijke Museu over als cultureel hoogtepunt van Tavertet, een pittoresk stenen dorp op een hoogvlakte waar veel welvarende Barcelonezen een weekendhuis hebben. Zij komen met de landrover, wij zijn als bezwete marmotten te voorschijn gekomen vanaf het steile pad omhoog naar deze hoogvlakte. 's Avonds is er niet veel meer te doen dan kijken naar de Spaanse amateurcompetitie of verzamelen op het dorpsplein om te kijken of de stoeiende honden van de buren het wel of niet met elkaar doen. (,,Niet'', verklaart de gastheer later desgevraagd, ,,het vrouwtje had hoofdpijn!''. Hij moet er zelf hard om lachen).

De wandeling door het noorden van Catalonië begon met een vlucht naar Barcelona, een treinreis van anderhalf uur naar het noorden, naar het Gotische stadje Vic, en een taxirit naar het beginpunt, de zestiende-eeuwse boerenhoeve El Banus. Kalkoenen en pauwen struinen door het hoge gras, en van de rijpe vijgen aan de boom genieten alleen de spreeuwen: het agriturísmo levert duidelijk meer op dan het boerenbedrijf.

Het landschap hier in noordoost-Spanje wordt bepaald door hoogvlaktes waar de Pyreneeën in uitlopen, met eronder de cingles, de hoge, steile rotswanden van blond en rood steen. Hier en daar staan waarschuwingsborden met een komisch omlaag tuimelend figuurtje. Van een afstand kun je je onmogelijk voorstellen dat er paden langs die wanden kunnen voeren, maar ze zijn er wel, al is het soms weinig meer dan een geitenklauterpad.

Door de structuur van het land heb je bijna iedere dag een combinatie van het ontspannen kuieren over een hoogvlakte met de inspanning van een flinke klim of daling. Het is een reis vol ruimte en grote luchten, waarbij de Nederlander zich verbaast over hoe relatief weinig land er in cultuur is gebracht. Als er één beeld is dat later dit landschap in mijn herinnering zal samenvatten, is dat het uizicht vanaf de rand van Tavertet, waar in de late middag en vroege ochtend de vallei zich vult met een dikke laag roze aangelichte wolken.

De route van dit negendaags programma - dat in feite zeven dagen wandelen inhoudt, de andere twee zijn reisdagen - voert afwisselend naar boerenhoeven, dorpen en stadjes. Catalonië is trots en welvarend en de stenen landhuizen en boerderijen zijn vaak groot en mooi, met de voor deze streek karakteristieke inpandige veranda's achter een reeks bogen op de eerste verdieping. Veel ervan zijn in gebruik als tweede huis, of staan leeg; de ontvolking van het platteland is lang niet zo sterk als in Frankrijk maar doet zich toch voelen. Een praktisch voordeel is dat de honden aan de ketting worden gehouden: zielig voor hun, wel zo fijn voor de wandelaar.

Onder de sportieve jonge generatie is de mountainbike populair, en op de meest onwaarschijnlijke plaatsen word je ingehaald door jonge goden in gladde glimstoffen. Zo zijn er wel meer van die tegenstellingen: de tot kamers omgebouwde stal van ecologische boerderij La Morera, in het nationale park Montseny, bieden geen uitzicht op de beboste hellingen rondom, maar op een hoogspanningsmast. En ook in deze schijnbaar grenzeloze openheid was het kennelijk toch nodig om een wildreservaat in te stellen met een groot hek eromheen. Inderdaad, realiseer ik me dan, tot nu toe heb ik vooral borden met het opschrift `Privé jachtterrein' gezien.

Het is de ochtend van vertrek. Het statige roze stationsgebouw aan de rand van het plaatsje Santa María de Palautordera is gesloten, zoals alle stations langs deze tak van het spoor naar Barcelona. In de stenen kozijnen op de eerste verdieping klepperen de vale houten jaloezieën, en de ingang is een pisportaal geworden. Maar de weemoed van het verval is nog geen treurnis geworden. Als in een film van Visconti waaiert er vanuit een luidspreker aan de voorgevel klassieke muziek uit over de stille zondagochtend.

Deze individuele wandelreis naar Catalonië is geboekt via SNP Natuurreizen, Nijmegen, tel. (024) 360 4166, prijs ruim ƒ1.200. Inbegrepen zijn routebeschrijving, bagagevervoer en logies, ontbijt en avondmaal in dorpspensions en boerenhoeves.