`Leraar' die zelfkritiek nooit schuwde

De Tanzaniaanse ex-president Julius Nyerere is vanmorgen op 77-jarige leeftijd in een Londens ziekenhuis overleden waar hij voor leukemie werd behandeld. Hij was één van de belangrijkste Afrikaanse staatslieden van deze eeuw.

Nyerere leidde de Britse kolonie Tanganyika naar de onafhankelijkheid in 1960. Hij stuurde aan op de unie met Zanzibar in 1984. Van 1961 tot 1985 was hij president, eerst van Tanganyika, later van Tanzania zoals het land sinds de unie werd genoemd. Ook na zijn aftreden hield hij grote invloed, zowel in binnen- als buitenland. Tot kort voor zijn opname in het Londense ziekenhuis leidde hij in het Noord-Tanzaniaanse Arusha besprekingen om een eind te maken aan de burgeroorlog in Burundi.

`Vader des vaderland' noemen ze hem in Tanzania. Maar veelzeggender is die andere koosnaam die hij kreeg: `mwalimu', leraar. Sinds hij in 1954 zijn intrede in de politiek deed, vonden zijn morele en politieke opvattingen op grote schaal gehoor. Politieke partijen als het Zuid-Afrikaanse ANC werden sterk door hem beïnvloed. De Oegandese president Museveni was één van zijn discipelen, net zoals de Zambiaanse ex-president Kaunda en de leider van de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid, Salim Ahmed Salim. Wat Mandela voor Afrika betekende in de jaren negentig, was Nyerere voor het continent in de jaren zestig en zeventig. Zijn invloed kan moeilijk worden overschat.

Vriend en vijand prijzen zijn charme, zijn eruditie, zijn idealisme en zijn onkreukbaarheid. Nyerere verrijkte zich nooit ten koste van zijn volk. Hij klampte zich nooit vast aan de macht. Heel zijn leven zocht hij naar een ontwikkelingsmodel voor Afrika, en hij stelde zijn ideeën steeds weer bij. Met dat ideaal inspireerde hij generaties Afrikaanse politici.

Economisch was zijn regeerperiode geen succes. In 1967 lanceerde hij met de Arusha Verklaring zijn geloofsbelijdenis die als routebeschrijving naar een Afrikaanse vorm van socialisme was bedoeld. De landbouw werd gecollectiviseerd, de industrie genationaliseerd. Tanzania moest voor zichzelf kunnen zorgen. Bij de nationale ontwikkeling werd het accent op het platteland gelegd.

Sociaal-democratische regeringen in West-Europa steunden aanvankelijk geestdriftig het `Ujaama-socialisme', waarin de kleine plattelandsgemeenschap een centrale rol vervulde. Jubelende verhalen over Tanzaniaanse modeldorpen verschenen in Westerse kranten. Nyerere kreeg een plaats in de eregalerij van linkse idolen naast Che Guevara en Ho Chi Minh.

Zijn reputatie begon af te brokkelen halverwege de jaren zeventig toen de eerste berichten naar buiten kwamen over gedwongen verhuizingen van plattelanders, over verkwisting en incompetentie, over staatsbedrijven waar de productiviteit was gehalveerd. In de laatste jaren van zijn bewind balanceerde Tanzania op de rand van de economische afgrond. Hij liet een verarmd land na waar de landbouw kwijnde en de industrie nauwelijks tot ontwikkeling gekomen was.

Nyerere gaf toe dat hij grote fouten had gemaakt. Hij had de veranderingen te snel willen doorvoeren. Zijn aanpak was te radicaal geweest. Maar hij wees ook op ,,de vijandige internationale omgeving'' en het zware economische tij, inclusief twee oliecrises, die zijn hervormingspolitiek bemoeilijkten.

Met die zelfkritiek onderscheidt hij zich van de meeste van zijn Afrikaanse collega's. De man die `leraar' werd genoemd, bleef bereid om te leren van zijn missers. Hij toonde een grote soepelheid van geest. Nyerere was een pragmaticus, geen zwever, geen intellectuele fanaticus.

Na het echec van zijn socialistisch experiment schoof Nyerere een aartskapitalist als opvolger naar voren. Ali Hassan Mwinyi mocht laten zien dat Tanzania met de omarming van de vrije markt zijn voordeel kon doen. De nieuwe regering trok al snel de banden aan met de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, organisaties waarmee Nyerere voortdurend overhoop had gelegen. Maar de oud-president liep zijn opvolger nooit voor de voeten, al bleef hij na zijn aftreden nog vijf jaar voorzitter van de eenheidspartij Chama cha Mapinduzi, de Partij van de Revolutie. Geduldig en met een groeiend afgrijzen zag hij toe hoe Tanzania tijdens de tien jaar presidentschap van Mwinyi verloederde tot één van de meest corrupte landen van Oost-Afrika.

Die terughoudendheid van Nyerere wekte zowel bewondering als woede. Critici zeggen dat hij zijn volk heeft verraden door jarenlang te zwijgen over de vriendjespolitiek en de zakkenvullerij binnen het overheidsapparaat. Pas bij de verkiezingen in 1995 leverde hij felle kritiek op de regeringspartij en op de man die hij zelf uitgekozen had.

Sociaal en moreel heeft Nyerere grootse prestaties verricht. Bij de onafhankelijkheid in 1960 telde het land één ingenieur en twaalf artsen op een bevolking van twaalf miljoen mensen. Een kwart eeuw later had Tanzania een goed werkend onderwijssysteem en een wijdvertakte gezondheidszorg. Zeven van de tien volwassenen konden lezen, een ongekend hoge score voor een Afrikaans land. Veel van die winst is sinds zijn terugtreden te niet gedaan.

Nyerere slaagde er ook in om van zijn land een natie te maken. Met zijn Arusha Verklaring gaf hij het land een nationale missie. Hij verklaarde het Kiswahili tot nationale taal. Tanzania, met zijn meer dan 120 stammen, is politiek een van de meest stabiele landen van het continent.

In zijn oordelen over goed en kwaad toonde hij zich zeldzaam onpartijdig. Hij kon te keer gaan tegen de economische uitbuiting van ontwikkelingslanden en het apartheidsregime in Zuid-Afrika, maar in zijn messcherpe kritiek spaarde hij ook de zwarte dictators niet. In 1979 trotseerde hij het niet-inmengingsbeleid van de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid door de Oegandese despoot Idi Amin te verdrijven. Niet uit economische motieven. Niet om van Oeganda een Tanzaniaanse provincie te maken. Nyerere vond dat Afrikaanse landen de plicht hebben in te grijpen tegen staatsterreur en massamoord. Een historische stellingname die sindsdien terrein gewonnen heeft.

In een vraaggesprek met NRC Handelsblad vier jaar geleden verklaarde de oud-president dat het Westen niks snapt van Afrika en geen oog heeft voor de Afrikaanse geschiedenis. Hij zei ook dat Afrika nooit de kans heeft gekregen om zich voor te bereiden op de democratie. ,,De ontwikkeling van jullie landen duurde eeuwen maar jullie vragen ons om eenzelfde ontwikkeling in een paar jaar te doorlopen. En als dat niet snel genoeg lukt, worden jullie boos en stellen jullie allerlei voorwaarden aan verdere ontwikkelingshulp.''

,,Echte democratie is geen bananenplant die van de ene dag op de andere de grond uit schiet'', zei Nyerere. ,,Meerpartijendemocratie gaat tegen alle tradities van Afrika in. Bij ons heeft de chief het altijd voor het zeggen gehad.''

Nadat de éénpartijstaat in de eerste jaren na de onafhankelijkheid onmiskenbaar zijn nut had bewezen, vond Nyerere, had die staatsvorm later in veel Afrikaanse landen tot grote uitwassen geleid. Dat was ook de reden dat hij in de beginjaren negentig zijn invloed achter de schermen gebruikte om van Tanzania een meerpartijendemocratie te maken. Sindsdien pleitte hij in heel Afrika voor de afschaffing van de éénpartijstaat, opnieuw een voorbeeld van zijn mentale flexibiliteit.

Nadat hij zich terugtrok uit de landelijke politiek, groeide hij in zijn rol van internationale staatsman. Hij bemiddelde bij regionale conflicten. Ook richtte hij de Zuid-commissie die op verdergaande samenwerking tussen ontwikkelingslanden propageerde. Hij was mede-auteur van het rapport `The Challenge to the South'.

Nyerere heeft zijn land een nationaal bewustzijn gegeven en het Afrikaanse zelfbewustzijn versterkt. Hij heeft een hoofdrol gespeeld in de neo-koloniale ontwikkeling van zijn continent. Met zijn dood verliest Afrika een integere en bezielde visionair die zijn leven lang bleef worstelen met de weerbarstige praktijk.