Leger is enige zekerheid in Pakistan

Bijna de helft van Pakistans bestaan heeft het leger er de macht gehad. Pakistaanse politici maken de verleiding groot, maar de cultus van mannelijkheid is er ook niet vreemd aan.

De Pakistaanse strijdkrachten zijn teruggekeerd in Islamabad, na een afwezigheid van elf jaar. Dat wil zeggen: openlijk waren ze afwezig, maar in werkelijkheid is het Pakistaanse leger sinds de onafhankelijkheid in 1947 nooit ver weg geweest. In tijden van politieke crisis – bijna doorlopend in Pakistan – gonst het in de bazaars van de Lahore, Rawalpindi of Karachi al snel van speculaties over een militaire machtsovername.

De militaire cultuur achtervolgt Pakistan al sinds de bloedige geboorte van het land in 1947. De staatsgreep die generaal Pervaiz Musharraf dinsdagavond pleegde is de vierde in de Pakistaanse geschiedenis; 23 jaar, bijna de helft van de tijd sinds de onafhankelijkheid, werd het land geleid door militairen. Sinds de laatste militaire dictator, generaal Zia-ul Haq, in 1988 omkwam bij een vliegtuigongeluk, struikelde Pakistan onder vier chaotische en corrupte regeringen van Benazir Bhutto en Nawaz Sharif van crisis naar crisis.

,,Hoewel je een machtsovername door het leger moet afkeuren maken Pakistaanse politici de verleiding voor het leger wel erg groot'', zegt een Westerse diplomaat in Islamabad. Het feit dat in een aantal steden de bevolking juichend de straat op ging om het gedwongen ontslag van een democratisch gekozen premier te vieren, illustreert volgens veel analisten het immense gebrek aan respect voor de democratische instellingen van Pakistans civiele bestuurders.

De prominente rol die het leger in de korte geschiedenis van Pakistan heeft gespeeld, heeft te maken met de omstandigheden waaronder het land ontstond, het uitsnijden van twee happen – Oost- en West-Pakistan – uit het Indiase subcontinent, waartegen de hindoe-meerderheid zich fel verzette. ,,Door Kashmir en door de angst om opnieuw te worden opgeslokt door India is Pakistan altijd een `garnizoensstaat' geweest'', schreef de Pakistaanse historicus Tariq Rahman precies een jaar geleden in het dagblad The News, vlak nadat premier Sharif Musharrafs voorganger, generaal Jehangir Karamat, had verzocht op te stappen. De machtsovername die toen alom werd verwacht, bleef uit en even leek het erop dat dat de Pakistaanse democratie zo volwassen was geworden dat een conflict tussen de civiele en militaire autoriteiten geweldloos kon worden opgelost – in het voordeel van de gekozen regering.

Generaal Musharraf bewees deze week dat er nog meer water door de Indus moet stromen voordat die situatie wordt bereikt. Saillant is dat Karamat er vorig jaar oktober in het openbaar voor heeft gewaarschuwd dat Pakistan steeds verder afgleed naar een staat waar chaos en anarchie heersen – termen die generaal Musharraf moeiteloos kon inpassen in zijn toespraak na de machtsovername afgelopen dinsdag.

Rahman wees in zijn bespiegelingen over de rol van het leger in de Pakistaanse samenleving ook op de cultuur van het land: die heeft volgens hem een ,,cultus van mannelijkheid, van de sterke man, de strijder. Dat zit heel diep in onze psyche.'' De kalasjnikov-cultuur, zoals de Pakistanen het vaak zelf noemen naar het populaire Russische wapen, is er ook een van wraak en afrekeningen, met name in de uiterst conservatieve tribale gebieden.

Het Pakistaanse leger, ruim een half miljoen man sterk, speelt zowel in de binnen- als buitenlandse politiek van Pakistan een belangrijke rol. De duurste instelling van het land verslindt jaarlijks een kwart van de Pakistaanse begroting; hoewel Pakistan één van de armste landen ter wereld is, durfde tot dusverre geen burgerregering het aan om de machtige legerleiders te tarten met een korting op de post. Belangrijke beleidsbeslissingen van de regering, zeker als het vitale kwestie betreft als Kashmir, worden nooit genomen zonder instemming van `Rawalpindi', de oude garnizoensstad even buiten Islamabad waar het hoofdkwartier van het leger is gevestigd.

Ook in buitenlandse aangelegenheden speelde het Pakistaanse leger altijd een voorname rol. Algemeen bekend is de inmenging van het leger in de oorlog in Afghanistan. Financieel gesteund door de Amerikaanse inlichtingendienst, de CIA, was het Pakistaanse leger in de jaren tachtig tijdens de Sovjet-bezetting van Afghanistan actief betrokken bij de strijd van de mujahedeen, het Afghaanse verzet. Na het vertrek van de Sovjet-troepen werd het Pakistaanse leger gezien als de stuwende kracht achter de ultrareligieuze milities van de Talibaan, die inmiddels het grootste gedeelte van Afghanistan controleren. Hoe groot de invloed van de Pakistaanse strijdkrachten in Afghanistan is, bleek vorig jaar uit een publicatie in het tijdschrift Jane's Defence Weekly waarin werd gemeld dat een kwart van de Talibaan-troepen feitelijk soldaten uit het Pakistaanse leger waren.

Daarnaast bestaat in internationale kringen weinig twijfel over de betrokkenheid van het leger bij de opstand in het Indiase deel van Kashmir, die tien jaar geleden uitbrak. Aanvankelijk werd alleen steun geleverd aan lokale separatistische bewegingen. Maar de betrokkenheid van het leger cumuleerde dit jaar tot een regelrechte invasie van Pakistaanse soldaten in de bergen rondom Kargil, hoewel de Pakistaanse autoriteiten lange tijd bezwoeren dat de bezetting was uitgevoerd door vrijheidsstrijders uit Kashmir. Ook generaal Musharraf gaf uiteindelijk toe dat Pakistaanse militairen de bestandslijn wel degelijk hadden geschonden. Weinig Pakistanen twijfelen er nog aan dat Musharraf het brein achter de inval was, een operatie waar premier Sharif naar alle waarschijnlijkheid nauwelijks bij betrokken was.

Het is tekenend voor de zelfstandigheid waarmee het Pakistaanse leger nog steeds wenst te opereren, los van het civiele bestuur. Pakistan wordt dankzij dergelijke operaties door de internationale gemeenschap steeds meer beschouwd als een losgeslagen, zwalkende natie zonder duidelijk afgebakende democratische structuren. ,,De enige zekerheid in Pakistan is dat er altijd een leger zal zijn'', zei een Pakistaanse journalist enkele weken geleden. Hij reageerde op toenemende speculaties over een staatsgreep toen overal in Pakistan demonstraties en stakingen uitbraken tegen de `democratische dictatuur' die Sharif sinds zijn verkiezingsoverwinning begin 1997 in Pakistan had gevestigd.

De terugkeer van het leger op Constitution Avenue in Islamabad is in de ogen van de Pakistaanse media te wijten aan premier Sharif. Die was zelf verantwoordelijk voor de ondermijning van de democratie, zo schreef de The News vanochtend in een commentaar onder een kop vol hoop: `Een nieuw begin?'

Daarmee doet zich de merkwaardige situatie voor dat de verwijdering van de democratisch gekozen regering in de ogen van veel Pakistanen nodig was om de Pakistaanse democratie te herstellen. Het hangt van de bedoelingen van generaal Musharraf af of Pakistan na het ontslag van de `sterkste premier uit de geschiedenis' daadwerkelijk een nieuw en democratisch begin kan maken – te beginnen met de terugtrekking van de troepen naar Rawalpindi.