Japanse winkelier mag vreemden niet weigeren

`Geen Toegang voor Buitenlanders.' Wie in Japan een winkel of café binnenloopt, kan makkelijk op een mededeling van die strekking stuiten. Een wettelijk verbod van discriminatie bestaat namelijk niet. Toch besloot een Japanse rechter deze week dat klanten niet mogen worden geweigerd op basis van nationaliteit.

De zaak kwam aan het rollen toen de Braziliaanse Ana Bortz een jaar geleden een juwelier in haar woonplaats Hamamatsu binnenstapte. ,,Waar kom je vandaan'', vroeg de uitbater vriendelijk. Hij dacht dat ze Française was. Totdat Bortz hem uit de droom hielp: ,,Uit Brazilië.'' Beelden van de beveiligingscamera's in de winkel die op de landelijke televisie verschenen, laten zien dat hij haar daarna probeerde zijn zaak uit te jagen.

Bortz accepteerde dit niet en besloot een rechtzaak aan te spannen. Haar advocaat zat echter met een probleem: er is geen wet tegen discriminatie. Toen de Amerikaanse bezetters na de oorlog een nieuwe grondwet voor Japan schreven namen ze hierin wel een antidiscriminatieartikel op, maar het woord `people' is op Japans aandringen vertaald als – letterlijk – `landsmensen'. De Amerikanen vonden het destijds niet belangrijk genoeg om heibel over te maken, maar het gevolg is curieus. Enge interpretatie van het woord `landsmensen' resulteert erin dat Japanners in Japan niet op ras, geloof of sekse mogen worden gediscrimineerd, buitenlanders wel.

Advocaat Hideo Ogawa bedacht echter een nieuwigheid. Hij baseerde zijn aanklacht tegen de juwelier op een internationaal verdrag tegen racisme dat Japan in 1995 heeft geratificeerd, maar nog niet heeft vertaald in nationale wetgeving. In zijn uitspraak nam rechter Tetsuro So deze redenering van Ogawa volledig over. De juwelier moet Bortz de geëiste schadevergoeding van zo'n dertigduizend gulden betalen.

Commentator Kutsuwada zei op het nieuws van de zender Asahi zelfs: ,,Ik schaam me diep want ik wist niet eens dat Japan geen wet tegen discriminatie heeft.''