Getuigen van goede smaak

Een nieuw verschijnsel in de mode in de jaren '20 en '30 was het handschrift van de kunstenaar, herkenbaar aanwezig in japonnen en accessoires. De mooiste voorbeelden – afkomstig uit de kostuumcollectie Van Emmerik – zijn vanaf zaterdag in het Rijksmuseum te zien.

Het zijn tot de verbeelding sprekende getuigen van het Nederlandse uitgaansleven in de jaren twintig en dertig: de swingende charlestonjurkjes en dramatische avondjaponnen. Had je weinig te besteden dan kroop je achter de naaimachine of je ging naar C&A. Dankzij de confectie-industrie was er mode voor elke portemonnee. Maar wie het kon betalen kocht Couture.

Wie vaker historische modetentoonstellingen bekijkt, heeft wel een beeld van de internationale mode uit de jaren twintig en dertig. Maar de tentoonstelling `Couture' weerspiegelt nu juist de typisch Nederlandse smaak, die zich onderscheidt van die in Engeland, Frankrijk of Amerika. Dat is mede te danken aan de goede smaak van een gedreven kostuumverzamelaar, Hans van Emmerik (1952), in het dagelijks leven leraar Nederlands. Het komt zelden voor dat het Rijksmuseum een expositie wijdt aan een privécollectie. ,,Maar'', zegt conservator Bianca Dumortier, ,,toen ik déze collectie zag was ik diep onder de indruk van het niveau. Het kunstzinnige accent ervan past goed bij het Rijksmuseum, dat immers een kunstmuseum is.'' De tentoonstelling sluit aan bij de historische mode die het museum in eigen bezit heeft. Die loopt tot net voorbij de belle époque. Dat is de periode waar de collectie Van Emmerik begint.

Het is een tijd van grote vernieuwing in de mode. Mode-ontwerpers en kunstenaars gaan samenwerken. De kunstenaars zorgen voor decoraties, die smaakvol en in volledige harmonie afgestemd zijn op het model. Helemaal in de geest van de tijd, voeren ze borduursels en prints uit in Jugendstil- en art deco-motieven. De kunstenaars van Liberty en de Wiener Werkstätte zijn er meesters in. Ook motieven uit exotische oorden – Egypte, Perzië, China – zijn razend populair. In veel jaren twintig-jurkjes, bezaaid met kraaltjes en pailletten, kun je ze herkennen. Zo zijn op een zwart `Toetanchamon-jurkje' gestileerde Cleopatra's en hiëroglyfen van glinsterende glazen kraaltjes te zien. Wat later, vanaf 1928, wordt het model van de japon belangrijker. Ontwerpers worden dan steeds geraffineerder in patroontechnieken.

Dames in Nederland met geld en goede smaak bestelden destijds hun japonnen vaak bij Metz of Maison Hirsch. Van Emmerik – gepassioneerd als hij is – duikt ze overal op. Regelmatig is hij te vinden bij gespecialiseerde antiquairs in Parijs, op boedelveilingen en rommelmarkten. Hij heeft heel wat unieke exemplaren van de ondergang gered. Een originele Liberty-mantel, ton-sur-ton geborduurd in Judendstil-motieven, hing tussen priestergewaden op het Waterlooplein. Ook een paar jaren dertig-japonnen haalde hij van Het Plein. Ze zijn chique zwart, gewaagd en supervrouwelijk. Eén ervan heeft twee markante sleepjes. Een maf model eigenlijk, er valt nauwelijks in te lopen, laat staan dansen. Maar het zilverdraad van de voering ziet er rijk en zwaar uit. De stof heeft het verweerde uiterlijk van antiek tafelzilver. Dit is niet zomaar de polyester-Lurex van tegenwoordig, maar echt. Een foto in de Vogue, 1934, bewijst het: couture van Lanvin.

Sommige stukken in de expositie hebben een merkwaardige levensloop gehad, zoals de zijden ochtendjapon van 1920. Van Emmerik viste 'm tien jaar geleden op uit een partij oude avondjaponnen van gravin Van Limburg Stirum. Haar dochter – ,,neem maar mee, 't zal wel nylon zijn'' – zag er geen bijzondere waarde in. De oude gravin had immers de gewoonte om kleding uit te zoeken bij de voddenboer. Maar de glans van de stof is zó magnifiek, dat duidt op een hoge kwaliteit zijde. En het dessin, een gestileerd bladmotief, is in een kleurcombinatie die je van je leven niet bedenkt: okergeel met mintgroen. Onmiskenbaar een Wiener Werkstätte-stof. De japon was gelukkig niet tot knielengte afgeknipt, dus goed te dateren. Dat is mogelijk door de strenge modevoorschriften van die tijd. Was je met je roklengte net boven de enkel in 1920 helemaal en vogue, een paar jaar later, toen de rok superkort werd, was dat weer totaal démodé. Hoe zo'n japon vanuit Wenen – waar het befaamde kunstenaarscollectief zat – bij een Utrechtse voddenkoopman terecht komt, we weten het niet.

Eén kledingstuk springt eruit op de tentoonstelling. Je zou het zo aantrekken om te flaneren in Scheveningen. Een hypermodieus model uit 1932, strak en sexy en door de streepeffecten van een ongeëvenaard raffinement. De ontwerper is nog niet achterhaald. Gezien de kwaliteit kan het `boulevardpak' volgens Van Emmerik wel uit het huis van Lanvin komen, maar op één van de naden verspringen de streepjes, en dat is bij couturekleding hoogst curieus. Werd daarom het etiket weggelaten? Bewijzen zijn er niet. De draagster of haar familie kan zich alsnog melden.

Couture!

Gekozen uit de collectie Van Emmerik 1900-1940,

Rijksmuseum Amsterdam, van 16 okt t/m 27 febr, dag 10-17u.

Tel 020-6747000.