Geen genade voor zwarten

`Hoe komt het toch dat over de Boerenoorlog zo weinig bekend is in Nederland' vraagt een tv-journaliste aan Louis Zweers. Zweers staat enigszins ontredderd in het licht van tv-lampen. Achter hem in een hoek van een zaal in het Legermuseum van Delft is het door hem ingerichte tentoonstellinkje te zien: `De Boerenoorlog, Nederlandse fotografen aan het front'. Over zijn schouders staren bebaarde mannen ons aan. Vrijwel altijd hebben ze een geweer in de hand. Ruim negentig foto's van Nederlandse fotografen tonen beelden van ruiters, howitsers, bemande stellingen, krijgsgevangen Engelsen en dode soldaten. Zweers zegt verontschuldigend iets over `ver weg' en `lang geleden'.

De Boerenoorlog die deze maand honderd jaar geleden begon, is eigenlijk de tweede Boerenoorlog. De eerste duurde van 1880-'81 en begon nadat Groot-Brittanië in 1877 Transvaal en Oranje Vrijstaat had geannexeerd. De Boeren onder Paul Kruger kwamen in opstand en wisten een beperkte vorm van zelfbestuur af te dwingen. Nadat goud en diamanten waren gevonden in Transvaal steeg het aantal immigranten en nam de spanning toe tussen Boeren en de `uitlanders' (blanke vreemdelingen). Het Verenigd Koninkrijk probeerde deze spanning ten eigen bate uit te buiten en stuurde troepen naar Zuid-Afrika. Het negeren van een ultimatum van de Boeren aan Engeland om deze troepen terug te trekken leidde tot de tweede Boerenoorlog. De strijd werd na tweeëneenhalf jaar en ten koste van tienduizenden doden beslecht in het voordeel van de Engelsen.

In hun strijd tegen de belangrijkste grootmacht van het moment stond de publieke opinie in de Europese landen pal achter de Boeren. Honderden Franse, Duitse, Ierse, Russische en Nederlandse vrijwilligers streden met de Boeren mee tegen de Engelsen of verzorgden achter de linies de gewonden. Maar geen van de Europese staatshoofden had er belang bij de Boeren officiëel te steunen en strijd met Groot-Brittannië te riskeren en de Boeren bleven politiek geïsoleerd.

De Boeren wisten in het begin van het conflict klinkende successen te boeken. Ze waren goede ruiters, excellente schutters en kenden het land als geen ander. Aanvankelijk hadden zij zelfs, met hun Mausergeweren en Krupp howitsers, een militair technisch overwicht op de Engelsen. Maar tegen de numerieke overmacht van de Engelsen – 50.000 Boeren stonden uiteindelijk tegenover een leger van ongeveer een half miljoen man – konden zij niets uitrichten. Ook de Britse politiek van vrouwen en kinderen interneren in `concentrated camps', waar duizenden de dood vonden, was mede verantwoordelijk voor het breken van de oorlogswil. Slechts een klein aantal `bittereinders' voerde nog een tijd een guerilla-oorlog, maar moest ten slotte, in mei 1902, ook het hoofd buigen.

De Boerenoorlog was de eerste media oorlog: journalisten, waaronder Winston Churchill, en fotografen trokken met beide legers mee. Wereldwijd werden hun verhalen en foto's gepubliceerd, vaak onderdeel uitmakend van propaganda-offensieven pro- en contra de Boeren. Zweers maakt in de inleiding van zijn, bij deze tentoonstelling uitgekomen gelijknamige boek, gewag van tekeningen en gravures die ook in de propagandastrijd werden gebruikt. Het zou aardig zijn geweest wanneer een deel van dat materiaal ook bij de tentoonstelling was betrokken. Nu zien we alleen de in sepiakleuren verstilde getuigen.

Veel foto's van de Nederlandse fotografen tonen geënsceneerde beelden van strijders te velde. Onder die foto's bevinden zich beelden van het beleg van Mafeking en Ladysmith. Aan de foto's van gesneuvelde Engelse soldaten is niets geënsceneerd. Bij Spionkop liep het Britse leger zich te pletter tegen verdedigingslinies van de Boeren. Meer dan duizend man verloren de Britten hier. Churchill doet van deze nederlaag verslag in The Boer War. In zijn ogen was de aanval van de Britse soldaten een toonbeeld van heldenmoed.

Churchill beschrijft in zijn boek ook de inname van een strijdpost van de Boeren waarbij de Engelsen stuitten op enkele gewapende leden van het Khama-volk. Deze mensen, schrijft hij koel en dreigend, werd uiteraard geen genade gegund. Zwarte mannen die vuurwapens krijgen om aan de zijde van blanken tegen andere blanken te vechten. Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar je proeft het dédain voor een tegenstander die zo iets laags doet. Overigens zetten de Britten ook zwarten en kleurlingen in tegen de Boeren, al ontkenden zij dit net zo hard als de Boeren.

De inzet van niet-blanken is goeddeels buiten de officiële geschiedschrijving gehouden. Maar is het echt zo dat over de Boerenoorlog als geheel weinig bekend is in Nederland? Iedere grote stad kent een `Transvaalbuurt' met een Krugerplein of een Joubertstraat. Zweers kan zich inderdaad nog levendig de verhalen herinneren die hij op de lagere school hoorde over Paul Kruger en de dappere Boeren. Maar de tv-journaliste, 26 jaar oud, heeft over de Boerenoorlog niets gehoord op school, zegt ze. Deze kleine tentoonstelling kan die lacune opvullen.

De Boerenoorlog, Nederlandse fotografen aan het front, Legermuseum Delft Korte Geer 1, Delft. Open ma t/m vr 10-17u; za zo 12-17u. Volw ƒ6 kind tot 12 ƒ3. Het gelijknamige boek van Louis Zweers, 132 blz uitg Sdu ISBN 9012087724, ƒ39,90