Fleur

Het is het eerste dat me opvalt als ik mijn afdeling (Intensive Care Kinderen) oploop: de box van Fleur is leeg. Fleur is niet meer. Wekenlang hebben we haar voor het leven weten te behouden. Ze heeft gevochten voor wat ze waard was. Dag in dag uit stonden heel- en verpleegkundigen over haar heen gebogen. In één lange poging om herstel af te dwingen. Maar vooral om haar lijden te verlichten.

Het bleek een kansloze onderneming. Allengs nam de techniek de functies van haar lichaam over.

Ik kan hier niet op de medische aspecten ingaan, ik ben geen arts of verpleegkundige maar ik zag het wél, dat aftakelingsproces van een ongeneeslijk zieke. Het overkomt je of het overkomt je niet. Zij was nog erg jong, nog geen twaalf jaar. En geen schijn van kans.

Met de vader, een schrijver, maakte ik wel eens een praatje. Nee, hij kon hier niet over schrijven, kon helemaal niks meer schrijven, hij kon helemaal niks meer, zolang zij daar lag. Hij kon alleen maar bij haar zitten. Ook de moeder zat daar maar, als verdoofd. In de twee jaar die Fleur ziek was hebben ze haar gegeven wat ze hadden. En dat was veel. En nu zijn ze haar kwijt. Als zand is ze door hun vingers gegleden.

Ik ga aan m'n werk. Sop de box, vind een achtergebleven speeltje. Kijk naar buiten, zie in de verte boven het water van de plas het kerktorentje van Vinkeveen. Ik voel gammelheid ten top.

Later op de dag rijd ik een twaalfjarig meisje in haar bed een beetje hard terug naar haar afdeling. Ze kraait van de pret. We moeten wachten op de lift. De eerste die voor ons stopt is leeg. Ik kijk haar vragend aan. Er staat: ,,Bij vervoer van een patiënt in bed: lift ontruimen, gelijktijdig gebruik door anderen niet toegestaan.'' We laten 'm gaan. In de volgende staan een paar artsen die ik vaag van gezicht ken. ,,Nee'', gebaart ze, ,,die ook niet!'' De volgende is vol. Ik eis ernstig de lift op, zij schuddebuikt. We zingen samen in de lift naar boven. Voor de kinderen die niet bij bewustzijn zijn.