Colombia rolt groot drugskartel op

In Colombia is gisteren een groot drugskartel ontmanteld. Voor het eerst in de geschiedenis dreigt nu een groot aantal Colombiaanse narcobazen uitgeleverd te worden aan de Verenigde Staten.

,,Liever een graf in Colombia dan een cel in Amerika.'' Dat was het motto waarmee drugsbaas Pablo Escobar halverwege de jaren tachtig zijn `totale en absotute oorlog' tegen de Colombiaanse staat aanbond. In een paar jaar tijd blies de narcobaas meer rechters, politici en journalisten de lucht in, dan in de hele gewelddadige Colombiaanse geschiedenis daarvoor.

Los Extraditables, de Uitleverbaren, zo noemde Escobar zichzelf en zijn mede-drugsbazen in de betraande communiqué's die hij bij zijn slachtoffers achterliet. Voor de capo was uitlevering aan de VS absoluut de ,,laagste en gemeenste aller vernederingen die een Colombiaan kunnen worden aangedaan''.

Escobar won. In 1991 werd het uitleveringsverdrag ingetrokken. In ruil gaf de drugsbaas zich over aan de Colombiaanse autoriteiten. El patrón werd gehuisvest in een speciaal voor hem gebouwde luxe gevangenis, `de kathedraal' genoemd. Een jaar later ontsnapte hij maar in 1993 werd Pablo Escobar door de politie in Medellín doodgeschoten.

Nu, zes jaar later, lijkt Colombia zich toch op te maken voor de eerste grote uitlevering uit zijn drugsgeschiedenis. Met hulp van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA en de DEA lukte het de Colombiaanse politie gisterochtend eenendertig narcobazen van hun bed te lichten. Volgens de commandant van de Colombiaanse politie, José Serrano, was de actie, die een jaar is voorbereid, ,,de belangrijkste anti-drugsoperatie sinds de dood van Escobar en de ontmanteling van het Cali-kartel in 1995.'' Er werd dertien ton cocaïne in beslag genomen. Verstopt in kisten met bevroren fruit zou het kartel jaarlijks 240 ton cocaïne naar de Verenigde Staten verschepen.

Zowel in Amerika als in Colombia werd de gezamenlijke `operatie millennium' uitbundig geprezen. ,,Een voorbeeld voor operaties in de volgende eeuw'', zei de Colombiaanse president Andrés Pastrana. ,,Het bewijs dat geen enkele drugshandelaar meer veilig is voor de Amerikaanse wet'', anticipeerde het hoofd van de Amerikaanse DEA Donnie Marshall alvast op de uitlevering.

Gemakkelijk zal die uitlevering echter niet zijn. Eerst moet de Colombiaanse regering een aanvraag van de Amerikaanse justitie tot uitlevering goedkeuren. En daarna moet er nog een rechter uitspraak doen. Begin dit jaar al vroeg de Amerikaanse justitie om de uitlevering van vier kleinere Colombiaanse drugshandelaren. Die aanvraag is nog steeds niet in behandeling genomen.

In het geval van deze operatie gaat het echter om het eerste echte grote kartel sinds de ondergang van Escobar en het Cali-kartel. Maar niet alleen: één van de arrestanten van nu is Fabio Ochoa, de voormalige partner van Pablo Escobar. Samen met zijn twee oudere broers was Fabio Ochoa de belangrijkste ontwerpers van Escobars terreurcampagne tegen uitlevering in de jaren tachtig.

De Colombiaanse journalist Luis Canón beschrijft hoe op een ochtend Escobar en Fabio Ochoa stiekem in het kantoor van de rechter opduiken die een uitleveringsproces tegen Ochoa's oudere broer Jorge Luís was begonnen. De zaak had al geleid tot de moord op een minister van Justitie, drie rechters en evenveel politiechefs. ,,In een oogwenk tekende de rechter de vrijlating van Jorge Luís Ochoa'', schrijft de journalist in zijn biografie van Escobar.

De strijd tegen uitlevering van drugsbazen was zowel voor de rijke paardenfokkersfamilie Ochoa als voor de proletarische Pablo Escobar een obsessie. Voor Escobar werd het uiteindelijk zijn ondergang. De fatale breuk met het Cali-kartel van de gebroeders Orejuela was het directe gevolg van de afdrachten die Esobar eiste voor zijn `Heilige Oorlog tegen de uitlevering'.

Fabio Ochoa heeft er zijn voordeel mee gedaan. In 1991 gaf de Ochoa-clan zich over, in ruil voor de belofte niet uitgeleverd te worden aan de Verenigde Staten. Fabio Ochoa kreeg acht jaar, waarvan hij er vijf uitzat. Volgens politiechef Serrano heeft hij zich sindsdien aan de opbouw van het nieuwe kartel gewijd.

De situatie in Colombia ziet er anno 1999 nog grimmiger uit dan in de tijd van Escobar. Het plaatsen van ladingen dynamiet en het ontvoeren en vermoorden van sleutelfiguren uit de Colombiaanse samenleving is nu een bezigheid van rechtse paramilitairen. Daartegenover staat een linkse guerrilla die in de veertig jaar dat de Colombiaanse burgeroorlog duurt, nog nooit zoveel grondgebied in handen heeft gehad als nu.

Daarmee is ook de invloed van de Amerikanen toegenomen. Steeds openlijker spelen zij een rol in de burgeroorlog. Amerikaanse wapens, Amerikaanse legerinstructeurs en Amerikaanse inlichtingen zijn voor het Colombiaanse leger de basis geworden van hun strijd tegen de guerrilla.

Twee jaar geleden kwam er eindelijk een wet die uitlevering van drugshandelaren aan de Verenigde Staten mogelijk maakt. Weliswaar mag Amerika alleen handelaren berechten voor misdaden die ze begaan hebben na 17 december 1997 – een cadeautje van de toenmalige president Samper aan de vrienden van het Cali-kartel die zijn verkiezingscampagne mee-financierden. De huidige president Pastrana lijkt echter vast van plan om de kartelbazen van nu uit te leveren.

Maar wat gaat dat betekenen voor Colombia? Een nieuwe golf dynamietaanslagen van de drugsmafia, bovenop de al bestaande dagelijkse rechtse terreur, en bovenop de anderhalf miljoen vluchtelingen, de guerrilla-offensieven en de hoogste werkloosheid van Latijns-Amerika?

Het vooruitzicht maakt niemand vrolijk. President Pastrana kan echter niet anders. Hij is met handen en voeten gebonden aan de Amerikanen, omdat hij volledig afhankelijk is van hun economische, militaire en tenslotte ook politieke steun om zijn wegbrokkelende land nog een beetje bij elkaar te houden.