Bernard Haitink toont meesterschap

De hoogst aantrekkelijk geprogrammeerde concerten die eredirigent Bernard Haitink nu leidt bij het Koninklijk Concertgebouworkest, lijken een inhaalmanoeuvre, achterstallig onderhoud van een deel van het basisrepertoire dat hij sinds zijn vertrek 1988 niet meer in Amsterdam ten gehore bracht. De vier uitvoeringen van Beethovens Vierde pianoconcert brengen zijn Amsterdamse totaalscore in dit werk op dertig, sinds zijn eerste uitvoering in 1961 met Hans Henkemans als solist. Zijn laatste uitvoering was in 1984 toen, net als nu met Murray Perahia als solist.

De samenwerking tussen Haitink en Perahia is klassiek: Beethovens vijf pianoconcerten werden door hen in de vroege jaren '80 in Amsterdam gespeeld en opgenomen. Even klassiek en voorbeeldig Beethoveniaans is hun uitvoeringsstijl. Beethoven is hier typisch Beethoven, stevig en robuust klinkend, zonder een spoor van de wuftheid en poezeligheid die Perahia kon laten horen in Mozart, zoals in de opname van het Pianoconcert KV 271 `Jeunehomme'. De altvioolpassage in het derde deel, door Haitink met een gulden rembrandtieke klank uitgelicht, was de enige epaterende opschik.

Deze Beethoven is er eerder een die terugkijkt op de Sturm und Drang dan een vooruitblik op de romantiek. Perahia is hier wars van sentimentaliteit, hij kan flink in de toetsen grijpen, zijn virtuositeit is vanzelfsprekend, zonder overdreven nadruk op de tinkelende loopjes en de parelende trillerpassages. Het gaat hier om structuur, opbouw, tempo en om de beheerste dramatiek van het tweede deel, met grote zorg geïntroduceerd en indrukwekkend afgehandeld.

De vier uitvoeringen van Bruckners Vierde symfonie brengen Haitinks Amsterdamse score in dit geliefde werk op nog slechts zeventien, een opmerkelijk laag getal voor de dirigent die 25 jaar aan het hoofd stond van een orkest dat het wereldrecord Bruckner spelen bezit. Haitink dirigeerde het eerste deel van de Vierde vierenveertig jaar geleden op een dirigentencursus in Hilversum en sinds 1978 dirigeerde hij Bruckners `Romantische' niet meer in Amsterdam.

Haitink heeft voor elk deel een eigen aanpak, een individuele karakteristiek, een andere klankwereld, moeiteloos door het orkest gerealiseerd. Het eerste deel klonk in de krachtige tutti-passages met een rijk en ruig dicht stemmenweefsel. Het is een zwaarte zonder massiviteit, die extra gewicht krijgt in het contrast met lichte en verstilde momenten, veel strakker gespeeld dan in zijn opname van 1965. De lyriek is nu meer naar achteren verplaatst. In het prachtige tweede deel contrasteerde die als een Mahleriaans `Naturlaut' tegenover een eenduidiger sonoriteit. Het derde deel (de jachtpartij) klinkt erg kleurrijk en de lange Finale wisselt tussen monolitische blokken en onbekommerde, soms Ländler-achtige zwierigheid.

Het geheel is buitengewoon onderhoudend en imposant. Het samengaan van aandacht voor details en de proportionering van de lange lijnen kenmerken hier Haitinks meesterschap.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink m.m.v. Murray Perahia, piano. Gehoord: 13/10 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 14, 15, 17/10. Radio: 17/10 14.15 uur Avro Radio 4.