Beeldinstituut mogelijk in twee steden

Amsterdam mag blijven hopen dat het felbegeerde instituut voor beeldcultuur tenminste gedeeltelijk in de hoofdstad komt. Staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur laat de Raad van Cultuur onderzoeken wat de voor- en nadelen zijn van een instituut dat deels in Amsterdam en deels in Rotterdam wordt gevestigd.

Dit zei de bewindsman vanmorgen toe aan de Tweede Kamer in een overleg met de vaste kamercommissie voor OCW. PvdA, VVD en D66 zijn er nog niet helemaal van overtuigd dat het toekomstige, nationale instituut voor foto, film en nieuwe media in Rotterdam moet komen. In juni van dit jaar maakte Van der Ploeg bekend dat Rotterdam zijn voorlopige voorkeur kreeg. Rotterdam en de instellingen die in het instituut zouden moeten gaan samenwerken — het Nederlands Foto Instituut, het Nederlands Fotoarchief, het Nationaal Fotorestauratie Atelier, het centrum voor nieuwe media V2, alle vier nu in Rotterdam gevestigd en het Filmmuseum in Amsterdam — zijn nu bezig hun plannen uit te werken. Maar Amsterdam is ook nog steeds bezig met het maken van plannen.

De woordvoerders van PvdA, VVD en D66 zeiden onder de indruk te zijn van het Rotterdamse plan, dat vorige week werd gepresenteerd. Maar ze vroegen zich af of er in Rotterdam voldoende publiek te vinden zou zijn voor een groot instituut. Verder gaven ze aan dat er hoe dan ook in Amsterdam voorzieningen op het gebied van foto en film zouden moeten blijven.

Van der Ploeg had eerder al gezegd dat het toekomstige instituut een `netwerk-structuur' zou krijgen en dat hij streefde naar een `win-win-situatie'. De regeringspartijen vroegen zich af wat dat zou betekenen voor het Filmmuseum in Amsterdam. ,,Ik kan me moeilijk een win-win-situatie voor stellen als het filmmuseum daar zou vertrekken'', zei U. Lambrechts (D66). Op verzoek van A. Nicolaï (VVD) zei Van der Ploeg toe dat de plannen voor een nieuw instituut ,,niet noemenswaardig'' ten koste zullen gaan van bestaande voorzieningen.

Van der Ploeg blijft de komende tijd blijven praten met de gemeente Amsterdam. Hij vraagt de Raad voor Cultuur om een advies over het plan van Rotterdam en over de voor- en nadelen van een instituut in twee steden. Uiterlijk half november neemt hij een beslissing.