Ambtenaar weg na ruzie met Peper

Topambtenaar J. Vrolijk van Binnenlandse Zaken stapt op na een conflict met minister Peper en secretaris-generaal W. Kuijken.

Vrolijk, directeur politie, wordt door de minister en zijn topambtenaar verantwoordelijk gehouden voor de begin dit jaar afgesloten politie-CAO die 35 miljoen gulden hoger uitviel dan gedacht.

Vrolijk wordt eind dit jaar lid van het college van bestuur van Erasmus Universiteit. Het ministerie ontkent dat er sprake is van een conflict. ,,Een mooie volgende stap in de carrière van de heer Vrolijk'', zegt een woordvoerder.

Het conflict dateert van januari dit jaar; op de 16de bereikten de bonden en het ministerie van Binnenlandse Zaken na moeizame onderhandelingen een akkoord over een politie-CAO. De onderhandelingen werden namens het ministerie gevoerd door Vrolijk, de vertegenwoordiger van de korpsbeheerders J. Stekelenburg (burgemeester van Tilburg), en politiekorpschef M. Beuving. Na tien dagen bleek de CAO door een rekenfout 35 miljoen duurder uit te vallen.

De rekenfout heeft de verhoudingen op het ministerie belast, want minister Peper voelde zich ,,overvallen'' en ,,in zijn hemd gezet'', zo weten zijn adviseurs. Hij gelastte eerst een snel evaluatie-onderzoek. De resultaten vond Peper onvoldoende en het Crisis Onderzoek Team van de Universiteit Leiden werd ingeschakeld. Uit dit onderzoek bleek dat van misleiding van Peper door zijn ambtenaren geen sprake is. Wel had Peper eerder op de hoogte gebracht moeten worden van de rekenfout.

Peper vindt dat er ,,een Barbertje moet hangen'', zo weten zijn adviseurs. De directie politie heeft ,,geen feeling'' voor wat een minister wil weten, zo valt in de omgeving van Peper te horen. De hoogste baas van die afdeling is directeur-generaal openbare orde en veiligheid. Dit was tot 1 augustus R. Smit, de vroegere havenwethouder van Rotterdam; hij is opgevolgd door A. Annink. Evenals Vrolijk verliet Smit het departement. De verhouding tussen Peper en Smit werd door ambtenaren als ,,zeer koel'' omschreven. Met het aantreden van Peper deed op het departement ook het begrip `Coolsingel-syndroom' opgang, waarmee wordt gedoeld op de praktijk dat Peper als burgemeester van Rotterdam gemakkelijk naaste medewerkers opzij zette.