Akkoord Barak met kolonisten

De Israelische premier Ehud Barak en de leiders van de kolonisten zijn vannacht tot overeenstemming gekomen over de vreedzame ontruiming van twaalf illegale vestigingsplaatsen in bezet gebied. In de Israelische politieke verhoudingen is het vannacht bereikte akkoord zonder precedent.

De bouw in drie van de 42 vestigingsplaatsen, die volgens Shalom Ahshav (Vrede nu) sedert de ondertekening van het akkoord van Wye Plantation onwettig in bezet gebied verrezen, wordt bevroren. Tijdens de onderhandelingen met de leiders van de kolonisten legde Barak, met grote waardering voor het zich nestelen op de Westelijke Jordaanoever, de nadruk op het primaat van de wet.

Benni Kazriel, de voorzitter van Jesja, de raad van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, zei vanmorgen dat de regering Barak een wettelijk stempel heeft gegeven aan de nederzettingen (160) die niet zullen worden ontruimd. De uitspraak van Barak dat ,,de nederzettingen in Judea en Samaria (Westelijke Jordaanoever) een warme plaats in zijn hart hebben'', heeft bijgedragen tot een sfeer waarin de partijen zich over het geweldloos ontmantelen van vestigingsplaatsen hebben kunnen vinden.

Politieke commentatoren zijn van oordeel dat premier Barak zijn positie in de binnenlandse politiek heeft versterkt en met een akkoord met de kolonisten op zak ook zijn onderhandelingspositie tegenover de Palestijnen heeft versterkt. Voor en na zijn verkiezing tot premier heeft Barak toenadering tot de kolonisten gezocht in plaats van hen van zich te vervreemden, zoals de vermoorde premier Yitzhak Rabin deed. Intussen is onder invloed van het vredesproces met de Palestijnen ook de raad van Jesja gematigder geworden. Het begint bij de kolonisten te dagen dat Baraks politiek om de grote nederzettingenblokken te behouden in een vredesregeling met de Palestijnen, de enige realistische optie is.