Afscheid

Persconferentie in de Arena, ruim twee uur vóór de wedstrijd Ajax - Fortuna SC. Stanley Menzo komt zijn gedwongen afscheid als keeper toelichten. Extreme slijtage van de rechterknie, bacteriële infectie bovendien, luidt het medisch rapport. Met een effen gezicht praat Menzo erover, alsof hij zichzelf heeft verboden nog langer gevoelens te tonen. Af en toe verschijnt er zelfs een lachje boven het beschaafde Ajax-kostuum.

,,Het klinkt alsof je er niet heel veel moeite mee hebt'', zegt een journalist tegen hem. Ach, zegt Menzo, hij had het al een paar weken zien aankomen. Je hoort hem denken: met mijn gevoelens hebben jullie niets te maken. Daarmee zijn we uitgepraat. In vijf minuten is deze persconferentie – vijf cameraploegen, een plukje schrijvende journalisten – voorbij. Dag Stanley. Weg carrière.

Kort voor de wedstrijd mag hij nog even afscheid nemen van het publiek. Op de grote videoschermen in het stadion worden enkele van zijn belangrijke wedstrijdmomenten getoond – geen blunders uiteraard. De fans scanderen zijn naam terwijl hij naar hen toeloopt met zijn gele keeperstrui over de arm. Er klinkt wel degelijk iets van ontroering in zijn stem als hij hen toespreekt, maar we moeten snel verder, de wedstrijd gaat beginnen.

Hij is blijven kijken, hij moest wel, want op je eigen afscheidsavond kun je het niet op een lopen zetten. Maar het kan niet écht aangenaam voor hem zijn geweest om na afloop het afscheid van Edwin van der Sar – de man die hem verdrong – mee te maken. Van der Sar zet vanaf de middencirkel met een trapje tegen een machine het stadion in het duister, waarna er een vuurwerk losbarst dat je voor je leven doet vrezen. Het lijkt wel oorlog. Apocalypse Now.

Van der Sar mag een volledige ereronde lopen, wat hij een beetje sukkelig doet. Menzo zou het beter hebben gedaan, hij had meer charisma. Hij zit nu op de tribune en hij ziet hoe zijn carrière óók had kunnen verlopen. Het verschil tussen een carrière met een kleine c en die met een grote c. Had hij maar meer zelfvertrouwen gehad op de cruciale momenten – dan zou hij daar nu lopen. Op de trainingen en ook in veel wedstrijden pakte hij ze even mooi – mooier eigenlijk nog – dan Van der Sar, maar dat is niet voldoende. Een elftal moet, zoals dat heet, op je kunnen bouwen, en dat konden ze bij Ajax niet, vond Van Gaal destijds. Dag Stanley.

Zelfvertrouwen. Wat is dat? Wij, gewone burgers, kunnen in het dagelijks leven het gebrek eraan camoufleren. We vertellen onze grappen nog wat harder, we zwaaien jovialer, we rijden harder en – dat helpt nog het meest – we drinken meer.

Maar sportmensen staan in dit opzicht onbeschermd en naakt op het veld. Met een beetje geoefend oog zie je het onmiddellijk aan hen: wel of geen zelfvertrouwen. Neem Fred Grim, de opvolger van Van der Sar. Hij spéélt zelfvertrouwen, maar hij heeft het niet. Nikos Machlas, nog erger. Hij siddert als hij een kans krijgt. Maar bij hem is het een tijdelijk ongemak, zeg ik, met enig zelfvertrouwen.