VN-medewerkers vaker doelwit in oorlogsgebieden

Strijdende partijen in oorlogsgebieden schrikken er steeds minder voor terug om hulpverleners tot doelwit te maken. `Tegen bandieten helpt geen enkele maatregel.'

Medewerkers van internationale hulporganisaties zijn steeds vaker doelwit in oorlogsgebieden. Dat zegt het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties naar aanleiding van de brute executie van een van haar medewerkers door Hutu-rebellen in Burundi.

De 34-jarige Saskia von Meijenfeldt is de vierde WFP-medewerker die dit jaar is omgekomen. ,,De VN-vlag is tegenwoordig eerder doelwit, dan dat hij bescherming biedt'', zegt Jeffrey Rowland, woordvoerder van het WFP in Rome. Rowland kent de precieze motieven van de rebellen niet, maar vermoedt dat ze op deze manier alle hulpverleners willen intimideren en verjagen.

Volgens Rowland is geen andere organisatie de afgelopen tien jaar zo hard getroffen als het WFP. Vorig jaar kwamen twaalf WFP-medewerkers om het leven; de afgelopen elf jaar 51. ,,De helft daarvan is op brute wijze vermoord'', zegt Michèle Quintaglie van het WFP vanuit de Keniaanse hoofdstad Nairobi, waar Von Meijenfeldt ook heeft gewerkt, voordat ze in april naar Burundi vertrok.

Naast Von Meijenfeldt werd gisteren ook een vertegenwoordiger van UNICEF door de rebellen vermoord. Het kinderfonds van de VN raakte vorige maand een Somalische dokter kwijt. Hij werd doodgeschoten bij een wegversperring in Somalië.

Alle VN-personeel krijgt vanwege het toenemende geweld tegen hulpverleners sinds kort een training om de eigen veiligheid te vergroten. Ze leren bijvoorbeeld wat ze moeten zeggen en waarover ze moeten zwijgen als ze worden aangehouden; dat ze zo plat mogelijk op de grond moeten gaan liggen of dekking moeten zoeken onder een zwaar voertuig wanneer een vuurgevecht uitbreekt. ,,Dat lijkt voor de hand liggend, maar het zijn waardevolle lessen'', zegt Quintaglie. ,,Maar tegen kwaadwillende bandieten met AK-47-geweren helpt geen enkele maatregel.''

De omgekomen hulpverleners in Burundi werden begeleid door ten minste één veiligheidsofficier van de VN. De aanwezigheid van veiligheidsofficieren verschilt per land. In Kosovo en Somalië worden hulpverleners altijd begeleid; in een land als Soedan hoeft dat niet ,,omdat we daar geen doelwit zijn'', zegt Rowland.

De WFP hanteert het standaard veiligheidssysteem van de VN. Dat systeem kent vijf fasen. Bij fase 1 is de situatie in een land kalm en veilig. Bij fase 5 worden hulpverleners geëvacueerd. ,,Burundi bevindt zich wisselend in fase drie of vier'', aldus Rowland. Volgens Rowland zijn VN-medewerkers erg voorzichtig. ,,Onze veiligheidsnormen zijn veel strenger dan die van hulporganisaties die niet aan de VN zijn verbonden.'' De mensen van die organisaties, zoals Charitas, blijven vaak veel langer `hangen' in een gebied, aldus Rowland.