Schandaal rond Japans oliekartel

De Japanse dochter van Royal Dutch/Shell is met nog tien bedrijven betrokken bij een schandaal rond prijsafspraken bij leveranties aan het Japanse ministerie van Defensie. De Japanse Fair Trade Commission heeft vandaag een klacht ingediend bij het openbaar ministerie.

De verdenking tegen de elf oliebedrijven, waaronder Showa Shell, is dat zij onderling de prijzen vaststelden waarvoor men kerosine aan het ministerie leverde, en onderling de verdeling van contracten bepaalden. Dit blijkt uit verklaringen van anonieme getuigen in diverse Japanse media. De prijzen die het ministerie hiervoor betaalde lagen ruim boven de marktprijs. De elf bedrijven hebben tot dusver geen commentaar op de zaak willen geven.

Bij aanbesteding van openbare contracten is het in Japan gebruikelijk dat vertegenwoordigers van bedrijven op een vastgesteld tijdstip hun aanbieding in een soort stembus deponeren. Op basis hiervan maken de autoriteiten hun keuze of vragen om een nieuwe biedronde als zij niet tevreden zijn.

Volgens een reconstructie in de krant Asahi vandaag had er op Defensie jaarlijks zo'n vijf keer een aanbesteding plaats voor de leverantie van kerosine en kwamen de leveranciers elke keer vooraf bijeen om een precies biedscenario vast te stellen.

De bedrijven besloten consequent een hogere prijs te vragen dan de richtprijs van het ministerie. Na een aantal rondes zouden steeds twee bedrijven over blijven die vervolgens via onderhandeling het ministerie bewogen een hogere richtprijs te accepteren. Bij het laatste bod zou bleef vervolgens een winnaar over.

De vraag die nog openstaat is de betrokkenheid van het ministerie. Prijsafspraken en uitsluiting van concurrenten die niet mee willen werken zijn een structureel probleem van de Japanse economie. Het is moeilijk voorstelbaar dat het ministerie zich niet realiseerde wat er gebeurde.

Het ministerie was afgelopen jaar al betrokken bij een vergelijkbaar schandaal waarvoor een voormalige vice-directeur van de afdeling voor aanschaf van materieel gisteren een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar over zich hoorde uitspreken. De man was destijds omgekocht door een dochterbedrijf van het electronicaconcern NEC opdat het bedrijf miljoenen te veel kreeg uitbetaald voor geleverde producten. De directeur is eveneens veroordeeld.