Reële vragen `niet opportuun'

Premier Kok bezocht gisteren het Franse equivalant van de SER. Hij verklaarde er de succesvolle `Nederlandse methode'. Maar het vraagstuk over het grote aantal inactieven kwan niet aan bod.

Wim Kok was de eerste Europese minister-president die de Franse Sociaal-Economische Raad wilde ontmoeten. Hij zou spreken over het sociale Europa in het licht van de Nederlandse ervaring. Het bleef in de praktijk heel netjes, om niet te zeggen vlak. Bijna een gemiste kans.

Bij nader inzien leek die impliciete verwijzing naar het Nederlandse succes in de titel wat pretentieus en werd er `Het sociale Europa en het middenveld' van gemaakt. Het maakte niet veel uit. De tekst ging nog steeds ruimschoots over `de Nederlandse methode' om een werkloosheid onder de vier procent te bereiken: verlaging van de arbeidskosten en intensief sociaal overleg. Een cultuur van vertrouwen en medeverantwoordelijkheid. On connaît la chanson.

De Conseil Economique et Social krijgt niet vaak hoog bezoek, ook niet van Franse autoriteiten, die er hun reserve-spelers in onderbrengen, in afwachting van iets mooiers. Het middenveld bestaat eigenlijk niet in Frankrijk en de Franse SER haalt zelden de krant, al produceert zij serieuze adviezen.

De Nederlandse minister-president was, zeker bij de werkgeversdelegatie, een welkome gast. Voor wie het niet wist onderstreepte hij zijn vakbondsverleden. Ook zonder dat is de reputatie van Nederland-Overlegland voldoende bekend in Frankrijk. Het Akkoord van Wassenaar (1982) is gesneden koek, zeker in deze kring van wat men met enige goede wil sociale partners zou kunnen noemen.

De premier hield zijn toespraak in het Frans. Dat wordt op prijs gesteld en spaart vertaaltijd. Hij was zo verstandig met een enkel woord ook te verwijzen naar het zware WAO-gebruik en het te lage aantal actieven. Om snel weer het pad van de Europese werkgelegenheidspolitiek in te slaan, waar hij de Franse inspiratie en vasthoudendheid prees bij het formuleren van de desbetreffende voetnoot bij het Verdrag van Amsterdam, ook in Frankrijk zelden beschouwd als een wereldwonder van banencreatie.

En toen kwam het moment voor de vragen. Kok had dat gewild, zei men daags tevoren in Parijs vol bewondering. Die vragen hadden de leden van de Conseil tevoren bij hun voorzitter mogen inleveren. Dat gaf de hoge gast gelegenheid zich te prepareren. Achteraf bleek dat een aantal `niet opportuun' waren bevonden om gesteld te worden. Zo mochten de vertegenwoordigers van `de ambachten' (loodgieters, winkeliers) niet vragen of al die flexibiliteit in het Nederlandse arbeidsleven niet voor veel stress zorgt. Een reële vraag, te oordelen naar de WAO-cijfers.

Wat wel mocht waren feitelijke vragen over de praktijk van het overleg, en hoe het met het Europese sociale bouwwerk verder moest. Eén communistische vakbondsman mocht naar de 900.000 WAO'ers vragen. Hij kreeg te horen dat Kok trots was op een wetgeving en een uitkeringsniveau die zich met de beste kunnen meten, en dat er inderdaad ,,overmatig van de WAO gebruik wordt gemaakt door werkgevers en werknemers''. Gelukkig helpt de nu krappe arbeidsmarkt bij de reïntegratie van ex-WAO'ers.

Het was allemaal waar, en er waren meer vragen, maar de achillespees van het Nederlandse succes had een opener, filosofischer en interessanter antwoord verdiend. Dat de meneer die een vraag had gesteld over de gezinspolitiek in Nederland niet tevreden was is geen ramp. Nederland wil nu eenmaal niet betaald aandringen op grote gezinnen.

Spijtiger was het dat Kok voor dit ontvankelijk en ongevaarlijk gehoor het niet kon opbrengen om in te gaan op echte vraagstukken, de hoge graad van inactiviteit, de grenzen aan het via sociaal overleg oplossen van sociaal-economische vraagstukken. Hij had misschien kunnen achterhalen hoe de Fransen zo'n WAO-score van 13 procent van de beroepsbevolking weten te vermijden.

Het is nooit makkelijk vast te stellen wie in dit soort situatie geen echt gesprek aandurft. Overal zijn altijd minders die zich ten doel stellen het risico op verrassingen tot nul te beperken. Kok las zijn antwoorden in het Nederlands van papier, waarna een tolk, die niet in het onderwerp zat, letterlijk woorden tekort kwam om Koks niet zo talrijke nuances te redden. Maar het idee van de ontmoeting was origineel.